Jeugdtrauma

 


Moet ik het gesprek aangaan?

NEE. Ik denk het niet.

Het helen van traumatische jeugdherinneringen is helaas geen duo‑project.

Het is geen knutselmiddagje met lijm, glitter en een kop thee. Dit is solowerk — soms pijnlijk, soms verhelderend, maar vooral: van mij.

Wat het extra ingewikkeld maakt: mijn herinneringen lijken totaal niet op die van mijn broers en zussen. Zij hebben onze opvoeding anders ervaren dan ik.

Fijn voor hen, denk ik dan. Iets minder praktisch voor mij.

Onze ouders deden wat ze konden — ook als dat voor mij voelde als “net niet genoeg”. Als ze hadden geweten wat ik nodig had, hadden ze het vast gegeven. 

(Hoop ik. Denk ik. En laten we dat voor de sfeer gewoon even aannemen.)

Een gesprek kan alleen werken als er aan beide kanten een royale schep zelfreflectie aanwezig is.

En laten we eerlijk zijn: de kans dat iemand zich aangevallen voelt en direct in de standjes verdediging, boosheid of schuldgevoel schiet, is aanzienlijk.

Met als bonus dat ik me opnieuw niet gezien of gehoord voel.

Daar wint niemand de hoofdprijs mee.

Dus ja, ik moet mezelf afvragen: Wat levert het me eigenlijk op?  

Ben ik op zoek naar erkenning?

Naar iemand die zegt: “Je hebt gelijk, dat was niet handig”?

En als ik dan óók nog mijn eigen aandeel moet erkennen… tja. Dat aandeel is eerlijk gezegd nog even zoek.

Hoe neem je verantwoordelijkheid voor iets waarvan je niet eens weet waar het ligt?

Ergens op zolder? Onder de bank? In een doos met kerstspullen?

Uiteindelijk weet ik heus wel: mijn ouders zijn net zo goed producten van hún opvoeding, hún omstandigheden, hún generatie.

Dus ik zie, ik voel, ik heel — en ik laat het zijn.

Blijf zacht voor jezelf


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: