Ik had (heb) een droom.

 Zo'n droom waarvan je denkt: waar gaat dat nou weer over!?  



Ik was boven en werd naar beneden geroepen door manlief. Er waren mensen die met mij wilden praten. Op de bank zaten drie mensen: een vrouw van middelbare leeftijd met kort, krullend rood haar en twee jonge mensen, zo rond de 25 jaar, schat ik. Weet ik veel.  

Ze waren jong, maar hadden allebei lang, sluik zilvergrijs haar. De krullenvrouw had een vriendelijk gezicht en knikte. Het paar keek meer dan sjagerijnig. Manlief stond nonchalant tegen de boekenkast geleund en zei: “Deze mensen hebben je wat te vertellen.”  

“Nou, vertel het maar,” zei ik.

De vrouw begon te praten, maar er kwam geen geluid uit haar mond. Dus ik zei: “Sorry, maar ik versta je niet.”  Weer begon ze te praten, maar opnieuw geen geluid. Ik zei dat ze echt harder moest praten, want ik hoorde niets. 

Manlief begon te lachen. Ik keek naar hem, keek terug… en het drietal was weg. 

In hun plaats zat manlief.  Hij zei dat ik even moest blijven, want N. kwam zo met me praten. Ze hadden een probleem.

Even later kwam het gezin binnenstormen, maar in plaats van ze te begroeten negeerde ik hen volkomen en ging troepjes van het kleed opruimen. Tussen hun benen door! Ze stonden boos op en liepen weg.

Ondertussen was het gaan regenen, maar alleen aan de voorkant van het huis. Ik zat nog op mijn knieën in de kamer en zag dat er bakken water uit de verwarming stroomden. Ik vroeg aan manlief waar de hoofdkraan zat, zodat ik die dicht kon draaien.  

“Ach, laat gaan,” was zijn reactie.

Ik wilde toch gaan kijken, maar ontdekte dat er uit de wasmachine allemaal roze water stroomde. Ik wilde de wasmachine uitzetten, maar werd hinderlijk gehinderd door een lachende jongeman. Uiteindelijk lukte het me.  

Ik liep terug naar de kamer en in de gang stond een wasrek, tegen de open wc-deur aan. Daar zat een donkerharig meisje op, en tegelijkertijd hing ze was op. Ik keek haar aan en zei lachend: “Tja, zo kan het ook.”

Ik draaide me om en zag manlief de tuin uitlopen met een reusachtig pikzwart watergeweer. Ik riep hem na dat hij me moest helpen om die hoofdkraan te vinden, maar hij zei dat hij met de kinderen in de speeltuin ging spelen.  

Ik haalde mijn schouders op en liep glimlachend de kamer weer in. Poef! Alles was weer normaal.

En toen werd ik wakker.

In eerste instantie dacht ik: *waar slaat dit nou weer op, hahaha.*  

Maar ik zou Margot niet zijn als ik niet ook meteen denk: In dromen verwerk je dingen, zegt men. Wat wil deze droom me dan nu vertellen?

En ik ben me toch tot mooie inzichten gekomen!  

Ik zal hem eens ontleden. Dit is wat ik denk dat het betekent.

Om te beginnen moet ik erbij vertellen dat het me opviel dat ik niet in paniek raakte, niet boos werd of anderszins negatieve emoties had.

Het drietal op de bank  

De glimlachende dame: daar ben ik nog niet helemaal uit.  

Maar het stel wel. Die staan voor het feit dat ik geen bullshit meer van wie dan ook accepteer. Jong of oud. Vandaar de leeftijd en het grijze haar. Geen negatieve of boze kletspraat meer. Ik hoor je niet.  

De lach van manlief staat voor het onomstotelijke feit dat hij blij is dat ik eindelijk zover ben. Trots ook wel misschien.

N. 

N.staat voor een familie uit mijn ‘niet nader te noemen’ vorige leven. Mijn handelen zegt genoeg, denk ik. Daar ben ik heel duidelijk klaar mee. Deur dicht. Tien meter dikke gewapendbetonblok ervoor. Klaar.

De hoofdkraan en de waterstroom  

Ik maak me nog wel eens zorgen over onze financiële situatie. De geldstroom, zeg maar. Maar manlief is een kei met cijfers en het berekenen van zaken. Dat hij zegt “laat gaan” en dat ik het nog een paar keer probeer, zegt me dat ik mijn zorgen nog niet helemaal kwijt ben, maar dat ik het los mag laten. Vertrouwen op manlief.

Het roze water staat voor mijn liefde voor hem, en mijn stiekeme wens hem eerder te hebben ontmoet stond naast me te lachen. Hmmmm, knappe vent.

Dat donkerharige meisje op het toilet is ook voor mij nog even een mysterie. Misschien moet ik meer schijt hebben aan het huishouden haha.

Manlief met zijn zwarte waterkanon  

Waarom het zwart is weet ik niet; daar moet ik nog even over nadenken. Maar ik denk de reden te weten van zijn weglopen naar de speeltuin: het is zijn manier om mij te vertellen dat hij me vertrouwt. Hij vertrouwt op mijn handelen en kan daarom gerust gaan spelen. En hij weet: ik hou ervan dat hij het speelse in hem nooit kwijt is geraakt, ondanks alles wat we apart van elkaar en met elkaar hebben meegemaakt.

Mijn glimlach en rust zeggen me dat ik erop kan vertrouwen dat hoe dan ook alles goed komt.  

Zonder dat hij het wist, heeft hij mij in mijn dromen wijze lessen geleerd.  

Blijf zacht, Alles komt goed.


Heey schat, heb ik je vandaag al gezegd dat ik van je hou?


Baader-Meinhof of het universum

Oké, genoeg gejammer over haperende lijven, dwarse breinen en de mist die permanent in mijn hoofd lijkt te wonen. Tijd voor iets luchtigers.

In onze buurt woont een Manx. Voor wie nu denkt: “Een wat?” Een Manx is een kat van het eiland Man, beroemd (of berucht) omdat hij geen staart heeft. Ze zijn sociaal, lief, speels en passen prima in een gezin. Het beestje dankt zijn naam aan het manx‑gen, dat normaal de wervelkolom verlengt, maar bij deze katten dus… eh… een vrije dag heeft genomen. Die genetische afwijking ontstond ooit bij één kat, en dankzij een flinke portie eiland‑inteelt werd het al snel een lokale trend.

En nu loopt er dus al een tijdje zo’n staartloze schoonheid door onze buurt. Regelmatig wandelde ze onze tuin binnen alsof ze een reservering had. Dan gaf ik haar een paar brokjes — meestal vijf, want ik ben niet gek — en na wat kopjes verdween ze weer alsof ze een druk schema had. Wij noemden haar Truus, want we hebben werkelijk geen idee hoe ze echt heet. Maar sinds Hannah er is, hadden we Truus niet meer gezien.

Totdat we het erover hadden. En poef, daar was ze weer. Alsof ze een abonnement heeft op onze gesprekken.

Dat, dames en heren, is het Baader–Meinhof‑fenomeen. 

Het moment waarop je iets opmerkt — een woord, een persoon, een kat zonder staart — en het daarna ineens overal lijkt op te duiken. Niet omdat het er ineens meer is, maar omdat je brein besluit: “Aha, dit is relevant. Laat maar door.”

Ons brein is namelijk gebouwd om patronen te spotten. In de oertijd was dat handig: Waar is het eten? Waar zijn de roofdieren? Waar is die ene groepsgenoot die altijd te laat is — en waarschijnlijk weer bessen staat te eten? Zodra je ergens aan denkt, activeert je brein een soort interne radar. Het filtert normaal 99% van alle prikkels weg, maar zodra iets gemarkeerd wordt als belangrijk, floept het ineens overal op.

En omdat wij mensen kampioen zijn in patronen zien — zelfs als ze er helemaal niet zijn — denkt je brein al na twee toevallige herhalingen: "Aha! Een patroon! Het universum is weer bezig."  

Ik geloof daar ook graag in. Maar de wetenschap zegt iets minder romantisch dat het gewoon jouw aandacht is die ineens op scherp staat.

Hoe dan ook: hier zijn een paar alledaagse voorbeelden van datzelfde breintrucje.

Je denkt aan een automerk… en ineens zie je het overal

  • Je overweegt een Toyota Yaris.  
  • De volgende dag lijkt het alsof half Nederland in een Yaris rijdt.  
  • Die auto’s waren er al — jij kijkt nu gewoon beter.

Je leert een nieuw woord… en het duikt overal op

  • Je hoort voor het eerst “serendipiteit”.  
  • Diezelfde week hoor je het nog drie keer.  
  • Je brein heeft het woord nu op de VIP‑lijst gezet.

Je denkt aan iemand… en die persoon stuurt een bericht

  • Het voelt magisch:  “Ik dacht net aan haar, en nu appt ze!”  
  • Maar je denkt aan honderden mensen per week.  
  • Dat één van hen toevallig iets stuurt, valt nu extra op.

Je praat over een onderwerp… en ziet er daarna nieuws over

  • Je hebt het over zonnepanelen.  
  • ’s Avonds zie je een artikel over zonnepanelen.  
  • Niet omdat de wereld je afluistert — je brein luistert gewoon beter.

Je hoort een liedje… en daarna lijkt het overal te zijn

  • Je hoort een oud nummer op de radio.  
  • De volgende dag hoor je het in de supermarkt én op straat.  
  • Het liedje was er al, maar jij staat nu op dezelfde frequentie.

 - Wat al deze voorbeelden gemeen hebben -

Ze laten zien hoe sterk selectieve aandacht en de frequentie‑illusie zijn.  Je brein is geen camera die alles registreert — het is een portier die beslist wie er binnen mag.

En zodra iets op de gastenlijst staat, lijkt het alsof de hele wereld het ineens overal laat zien.


En nu maar hopen dat het universum niet besluit om ook mijn wasmand overal te laten opduiken.


Blijf zacht



Mijn huis is niet rommelig, het is ‘chronisch creatief ingericht.

Als iemand met een chronische ziekte zegt dat schoonmaken vandaag niet gaat, geloof diegene dan gewoon. Geen oordeel, geen tips, geen “maar ik doe het altijd even tussendoor”. Gewoon knikken en misschien een kop thee aanbieden. Onze waarde hangt namelijk niet af van hoe schoon ons huis is. Als dat zo was, zouden veel van ons inmiddels officieel “onbetaalbaar” zijn. Wij overleven elke dag in een lichaam dat functioneert als een laptop uit 2010: warm, luidruchtig en altijd bezig met een mysterieuze update. Soms zelfs met de melding: Error 404: energie niet gevonden.

Uitleggen waarom huishoudelijke taken zo lastig zijn, is alsof je iemand uit de polder probeert uit te leggen hoe het is om de Mount Everest te beklimmen. “Even stofzuigen” klinkt simpel, maar voelt soms als een expeditie met sherpa’s, zuurstofflessen en een levensverzekering.

We zijn niet lui. We zijn niet slordig. We zijn niet “onszelf aan het laten gaan”. Veel van ons hadden ooit een huis dat zo netjes was dat ze er bij VT-wonen jaloers op zouden zijn geweest. Chronische ziekte heeft dat talent niet weggehaald — het heeft gewoon de energiemeter permanent op rood gezet.

Kleine klusjes zoals een aanrecht afnemen, de vaatwasser inruimen of kleding opvouwen kunnen voelen als een triatlon. En dan beginnen we vaak al met een energieniveau dat onder nul zit. Sommige mensen worden wakker met “goede morgen”, wij worden wakker met “veel succes vandaag, je hebt 3% batterij en de oplader is zoek”.

Mensen met ME/CVS, POTS, auto-immuunziekten, long COVID, MCAS of bindweefselaandoeningen hebben een lichaam dat energie produceert alsof het een stagiair is die niet precies weet wat de bedoeling is. Zelfs minimale inspanning kan leiden tot instorting, pijn of dagenlange crashes. Het is niet dat we niet willen — ons lijf heeft gewoon een eigen agenda.

Ons functioneren is bovendien zo onvoorspelbaar dat zelfs het weerbericht jaloers zou worden. Maandag lukt misschien een klein klusje, dinsdag is het al een overwinning als we rechtop kunnen zitten. Er zit geen patroon in, behalve dat er geen patroon is.

Voor veel chronisch zieken zijn klusjes niet alleen vermoeiend, maar ook fysiek onmogelijk. Staan bij de gootsteen kan duizeligheid of hartkloppingen veroorzaken. Bukken kan voelen alsof je een wervel uit zijn kolom trekt. Het geluid van een stofzuiger kan al genoeg zijn om je hersenen in protestmodus te zetten. En warmte? Warmte is de eindbaas waar niemand om heeft gevraagd. Hoewel voor mij juist warmte een zegen is.

En dan is er nog “brain fog”. Klinkt gezellig, alsof je hersenen in een wolkje zitten, maar in werkelijkheid is het alsof je probeert te koken terwijl iemand steeds de ingrediënten verstopt. Je vergeet wat je aan het doen was, waarom je het deed, en soms zelfs waar je bent. Niet charmant, wel realiteit.

Gezonde mensen kunnen na het huishouden even bijkomen. Chronisch zieken kunnen soms helemaal niet bijkomen — of zijn dagenlang uitgeput. Een schone keuken is het simpelweg niet waard als je morgen niet meer naar de wc kunt lopen. Prioriteiten.

Voor velen is schoonmaken niet alleen zwaar, maar ronduit gevaarlijk. Eén “productieve dag” kan een crash veroorzaken die pas 12 tot 72 uur later toeslaat en dagen of weken duurt. Het is alsof je lichaam zegt: “Leuk geprobeerd, maar nee. Ga maar liggen.”

De maatschappij koppelt netheid aan discipline en waarde. En als ziekte dat onmogelijk maakt, sluipt schaamte binnen. We wéten dat de afwas er staat. We weten dat de vloer gedweild moet worden. Het is niet dat we het niet zien — ons lichaam heeft gewoon andere plannen, en helaas geen klantenservice.


Blijf zacht voor chronisch zieken.