Ik zit in de tuin en laat me heerlijk bakken door de zon. Ze warmt mijn gezicht alsof ze me persoonlijk heeft uitgekozen voor een gratis mini‑sauna. Als ik mijn ogen sluit, zie ik dat typische rood achter mijn oogleden. Geen idee waarom ik dat altijd zo fascinerend vind, maar hé, het zijn de kleine dingen.
Eigenlijk zouden we vandaag in de tuin aan de slag, maar we hebben allebei geen zin. Bovendien heb ik nog spierpijn in mijn bilspieren van gisteren — een subtiele reminder dat ik misschien toch niet zo sportief ben als ik dacht. Dus ach, morgen is ook een dag.
Een paar deuren verder wordt driftig geklust. Normaal zou dat constante gebrom me irriteren, maar vandaag glijdt het langs me af alsof ik in een zenretraite zit. Een andere buur rommelt in zijn tuin. Overal hoor ik die typische buurtgeluiden: een autodeur die dichtvalt, "Hoi mam, heb je koffie?" Mam heeft koffie. Maar het mooist blijft het vogelconcert.
Hoog in de lucht cirkelt een buizerdpaar, af en toe laat een van de twee zijn kenmerkende kreet horen. De kauwen zijn druk in de weer — al kauwend (zo noem ik dat geluid maar) scheren ze over de tuinen, op zoek naar nestmateriaal, eten of een kat om te pesten. De roeken doen ook gezellig mee. De mussen daarentegen zijn vandaag opvallend stil. Misschien hebben ze een vrije dag.
Dan hoor ik de lach van een groene specht. “Gelukkig,” denk ik, “hij is er weer.” Ik stroop mijn mouwen op omdat ik het warm krijg en zie tot mijn schrik hoe wit ik eigenlijk ben. Fiepje begint meteen in mijn hoofd te zeuren dat ik me moet insmeren. Maar ik zit hier niet in mijn nakie, dus ik waag het er gewoon op. Bovendien heb ik geen zin om op te staan.
Uit mijn ooghoek zie ik ineens beweging. En jawel hoor: Truus. Tenminste, zo noemen wij haar. Hoe ze echt heet? Geen idee. Truus is een Manx, een lief staartloos katje dat af en toe langskomt voor een aai en een paar brokjes. Laatst zeiden we nog dat we haar al een tijdje niet hadden gezien — en kijk, daar is ze weer, alsof ze ons gehoord heeft.
Terwijl ik zo zit te genieten van de zon, de vogels, de buurt en Truus, besef ik opnieuw hoe fijn het is om hier te wonen.
En zo eindigt mijn spontane tuinsessie: met witte armen, warme mouwen, een onverwachte ontmoeting met Truus en een hart dat net een tikkeltje voller is dan toen ik ging zitten. Soms hoef je helemaal niets te doen om te beseffen hoe goed je het hebt — je hoeft alleen maar even stil te zitten.
Blijf zacht


