Een brief aan mijn lichaam (en iedereen die denkt dat ik alleen maar ziek ben).


Lief lijf,

Weet je, soms lijkt het alsof anderen denken dat mijn ziek-zijn mijn volledige identiteit is. Alsof ik een wandelende diagnose ben met een hobby. Maar nee hoor, ik ben véél meer dan dat. Ik ben een compleet mens, met dromen, humor, koppigheid en een voorkeur voor koffie die bijna religieus te noemen is.

Natuurlijk heb ik mij wel eens afgevraagd 'Waarom heb ik dit?"of 'Waar heb ik dit toch aan verdient?'Wat wil mijn lichaam mij dan vertellen? Luister ik wel goed? Heb ik zelf schuld aan mijn ziekzijn? Conclusie: Ik dacht het dus niet!

Laatst las ik een quote van Oprah Winfrey: “Health is a choice.” Nou, Oprah, ik heb nieuws voor je: Fout! Gezond eten, sporten, op tijd naar bed — dát zijn keuzes. Maar gezondheid zelf? Niemand wordt wakker en denkt: “Goh, laat ik vandaag eens een chronische aandoening proberen. Gewoon, voor de afwisseling.” Gezond zijn is een privilege. Een zegen zelfs. Iets waarvoor je elke dag best even dankbaar mag zijn, al is het maar in gedachten.

En dan die opmerkingen…  

“Ja, ik ben ook weleens moe.”  

“Je doet ook niet zoveel op een dag, hè?”  

Hoe vaak ik wel niet over mijn grenzen ben gegaan om maar ‘normaal’ te lijken. Om mee te doen. Om niet de zeurpiet van de groep te zijn. En elke keer betaalde ik de prijs: pijn, vermoeidheid, uitputting. En als ik dan eerlijk vertel wat er speelt, krijg ik óf een meewarige blik, óf de subtiele boodschap dat ik me aanstel. Heerlijk, die sociale finesse.

Maar weet je wat? Ik weiger nog langer in die slachtofferrol te kruipen. Ik ben niet minder waard dan iemand die “gezond” is. Mijn waarde zit niet in wat mijn lichaam wel of niet kan. Mijn waarde zit vanbinnen — warm, liefdevol, en hopelijk met een gezonde dosis verstand (al is dat laatste soms afhankelijk van de hoeveelheid slaap).

Beter worden zit voor mij niet in mijn lichamelijke situatie. Natuurlijk schreeuw ik weleens tegen het universum, maar wat levert dat op? Word ik daar beter van? Beter dan wie? Beter dan wat? En ja, ik begrijp heel goed dat anderen met een chronische ziekte soms aan het einde van hun latijn zijn. Vooral door opmerkingen van mensen die ogenschijnlijk kerngezond zijn. Maar hé — wie weet waar zij mee worstelen wat ik niet zie?

Lange tijd dacht ik: Als ik maar hard genoeg mijn best doe, word ik misschien beter en kan ik weer verder zoals vroeger. Maar inmiddels weet ik: dit ís mijn leven. Dit lichaam, inclusief de gebreken, verdient het om geleefd, gekoesterd en bemind te worden. Niet later. Nu.

Lief, lief lijf, 

Wat vraag jij elke dag een kracht van mij. Mijn hart gaat naar je uit. Ik neem mijn petje voor je af — voor mijzelf dus eigenlijk. Wat een strijd lever je, elke dag opnieuw. Ik straf je niet meer. Ik ben niet boos op je. Ik denk aan je, liefdevol. Ik reis met je naar een plek voorbij goed en fout, voorbij gezond en ziek, voorbij perfect en imperfect.

Blijf zacht, ook als het even niet meezit.  




Hoe ik mijn innerlijke drama‑queen soms op de achterbank zet

Wat ik me dus regelmatig afvraag: waarom handelen zoveel mensen vanuit angst?  

Ik ook hoor — ik ben echt geen spirituele ninja die altijd vanuit haar hart kiest. Soms voelt mijn hart meer als een slecht bereikbare klantenservice: “Al onze medewerkers zijn in gesprek, probeert u het later nog eens.”

Keuzes maken die écht bij mij passen vind ik soms nog knap ingewikkeld. Want ja… dan stel ik misschien iemand teleur. Of nog erger: dan faal ik. Tenminste, dat denk ik dan. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Wat angst met ons doet (en waarom dat soms best handig is)

Er is natuurlijk de reële angst: de soort die voorkomt dat je jezelf van een klif af werpt omdat het water er zo idyllisch blauw uitziet. Je lijf gaat dan in de bekende vecht-of-vlucht-modus: hartslag omhoog, spieren strak, zintuigen op scherp. Niet per se gezellig, maar wel nuttig.

Dan heb je de angst voor dingen die niet levensbedreigend zijn, maar wel rete‑spannend. Podiumangst bijvoorbeeld. Je staat niet op het punt om te sterven, maar je lijf denkt van wel. Spieren gespannen, concentratie weg, hersenen op vakantie.

En dan is er nog de angst voor het onbekende. De meest hardnekkige van allemaal. Die blijft bestaan zolang je haar blijft geloven.

Kan angst ook iets opleveren?

Jazeker. Angst is soms gewoon een wegwijzer met de tekst: “Hier valt nog wat te leren.”  

Stel dat ik een speech moet geven voor 150 man. Ik weet precies hoe dat voelt: klamme handjes, knoop in mijn maag, het liefst onder een stoel kruipen. Maar als ik het tóch doe, kan ik ontdekken dat het eigenlijk best gaaf is. Of dat het helemaal niks voor mij is — ook goed, dan weet ik dat voortaan.

Waar angst vandaan komt

We worden allemaal geboren met een basispakketje angst: harde geluiden, vallen, plotselinge bewegingen. De rest leren we onderweg.

“Praat niet met vreemden.” → vreemden zijn eng.

“Pas op dat je niet valt.” → ik stap nooit meer op een fiets.

En dan leven we nu ook nog eens in een tijd waarin angst bijna een soort nationale hobby is geworden. Media die roepen dat alles gevaarlijk is: elkaar, eten, het weer, de toekomst. Alles moet gecontroleerd worden. En hoe meer controle, hoe banger we worden.

Dus… wat nu?

Misschien is het leven inderdaad gewoon een groot ganzenbord. Soms sla je linksaf terwijl rechts beter was. Soms moet je terug naar start. Soms zeg je “Nee” — het engste woord in het woordenboek — en ontstaat er ineens ruimte.

Angst roept bij mij vaak “Pas op!”, alsof ik op het punt sta mezelf van een klif te werpen, terwijl ik meestal gewoon een nieuwe afslag neem op het levensganzenbord. Bij mij heet dat stemmetje trouwens Fiepje — een goedbedoelende maar nogal dramatische innerlijke omroepster die overal gevaar ziet, zelfs bij iets simpels als linksaf slaan. Soms luister ik even, soms zucht ik diep en ga ik terug naar start met een mok koffie, en soms voel ik me een ware rebel als ik “Nee” durf te zeggen. Maar hoe dan ook: ik blijf gooien met mijn dobbelsteen en kijk wel waar ik uitkom. Ik zet Fiepje voorlopig in de gevangenis. Twee beurten overslaan.

En jij, welk vakje durf jij deze week te zetten ondanks dat hardnekkige “Pas op!” in je hoofd?

Blijf zacht