Ik heb het al eens eerder gezegd: ik hou van alle seizoenen. Elk seizoen heeft zijn eigen charme. De lente met haar frisse beloftes, de zomer met haar warme omhelzing, de herfst met haar knisperende bladeren en de winter met haar stille magie. En ja, ik hou ook van alle soorten weer. Regen, zon, mist, sneeuw — het maakt onze planeet mooi en interessant.
Maar er is één element waar ik écht een broertje dood aan heb.
Wind.
Niet een beetje wind, niet een lief briesje dat je was lekker droogt. Nee, ik bedoel wind met hoofdletter W. De soort die je het gevoel geeft dat je in een wasmachine zit. De soort die je kapsel verandert in een abstract kunstwerk. De soort die je fietsrit verandert in een survivaltraining.
En ja hoor, ik weet heus wel dat wind belangrijk is voor de aarde. Zonder wind zouden we waarschijnlijk allemaal smelten, verzuipen of stilstaand in een muffe luchtbel leven. En ik ben oprecht blij als een windvlaag nét dat ene buitje wegjaagt dat anders precies boven mijn hoofd zou ontploffen.
Maar mensen…wat voegt het toe als ik op mijn fiets probeer vooruit te komen en de wind besluit om recht op mijn knars te gaan staan blazen?
Het voelt alsof iemand een hand vol los zand in je gezicht gooit, terwijl je probeert te ademen door een rietje. En dan heb ik het nog niet eens over het geluid. Wind kan een teringherrie maken waar je u tegen zegt. Het doet me denken aan het gebrul van een dronken leeuwin — al moet ik eerlijk bekennen dat ik geen idee heb hoe dat klinkt. Maar het klinkt vast ongeveer zo.
Het enige wat helpt, is je hoofd opzij draaien zodat je oor recht in de wind staat. Maar ja, probeer dat maar eens vol te houden op de fiets. Wind ín je oor doet namelijk ook pijn, en bovendien is het nogal lastig fietsen als je constant schuin vooruit kijkt alsof je een geheimzinnige spion bent.
En dan dat koude gevoel. Wind gaat overal doorheen. Door de kiertjes van onze kromme achterdeur, door mijn jas, door mijn trui, door mijn ziel. Een pinguïn zou er misschien gelukkig van worden, maar ik niet. Ik ben daar gewoon niet voor gebouwd.
En dan… mijn haar.
Mijn krullen zijn dol op wind. Echt waar. Ze vieren een feestje zodra er een windvlaag langskomt. Ze gaan alle kanten op behalve de kant die ik wil. Als er één moment is waarop ik denk: “Nou, dit is niet mijn beste look,” dan is het wel na een stevige windstoot.
En dan hebben we nog de ultieme horrorcombinatie: wind én regen.
De druppels worden keihard, ijskoud en mikken feilloos op je gezicht. Of erger: in je oor. Dan helpt geen hoofd draaien meer. Dan is het gewoon overleven.
Maar ja… dan lees je weer ergens: “Wind hoort nu eenmaal bij Nederland.”
Prima. Maar vertel dát maar eens aan mijn oren.
Blijf zacht
