Wat je pas later ziet

Ik heb altijd een soort ingebouwde leeftijdsvertaler gehad. Vraag me hoe een achtjarige denkt, en ik zit binnen twee seconden in een klaslokaal met stiften, kruimels en een onverklaarbare fascinatie voor glitters.  

Vraag me hoe iemand van tachtig denkt, en ik schuif net zo makkelijk door naar een leven vol herinneringen, wijsheid en een rug die af en toe kraakt als een oud houten trapje.

Mij verplaatsen in een ander gaat me goed af. Soms té goed.  

Er is een tijd geweest dat ik niet alleen meedacht, maar ook meehuilde. Als iemand verdriet had om een dierbare, voelde ik dat verdriet alsof het van mij was. Of ik die persoon nou kende of niet.  

Dat is het nadeel van een open hart: iedereen kan er zo naar binnen wandelen.  

Inmiddels heb ik geleerd de deur op een kier te zetten. Niet dicht — dat past niet bij me — maar wel met een soort vriendelijk kettinkje erop. Genoeg om te voelen, niet genoeg om kopje‑onder te gaan.  

Behalve bij kattenfilmpjes. Daar ben ik nog steeds reddeloos verloren.

Maar empathie heeft een gekke bijwerking: je kunt iemand volledig begrijpen, en toch doet het soms pijn.  Ik kan prima beredeneren waarom jongeren hun eigen leven leiden. Vrienden, sportclub, studie, werk, kinderen — het leven dendert door als een trein zonder remmen. En ouderen passen daar niet altijd in. Dat is niet erg. Dat hoort bij het leven. Maar begrijpen waarom iets gebeurt, betekent niet dat je het niet voelt.

En eerlijk is eerlijk: het werkt natuurlijk ook andersom. Als kind van een oudere zie ik het net zo goed gebeuren. Mijn moeder had haar eigen tempo, haar eigen rituelen, haar eigen wereld die soms mijlenver van de mijne lag. Ik begreep haar — ik voelde haar zelfs — maar dat betekende niet dat het altijd makkelijk was. Ook ik had fases waarin mijn leven te vol, te druk, te jong was om te zien wat er écht toe deed. En pas later, veel later, zag ik hoe zacht ze eigenlijk riep.

Je bent op een bepaalde leeftijd volwassen genoeg om je eigen leven te leiden, maar nog te jong om te zien wat er écht belangrijk is. Dat inzicht komt pas later, met de jaren.  

Met ervaringen. Met verliezen. Met liefde. Met de eerste keer dat je denkt: O ja… dit is waar het om draait.

En ergens vind ik dat troostrijk want de rust komt vanzelf. De prioriteiten verschuiven vanzelf.  

Tot die tijd doe ik gewoon wat ik altijd doe: meeleven, meedenken, en af en toe zachtjes glimlachen om hoe we allemaal onderweg zijn — in onze eigen leeftijd, op onze eigen manier.


Blijf zacht