Waarom ik Copilot gebruik (en waarom dat helemaal oké is)

Over samenwerken met technologie zonder je authenticiteit kwijt te raken


Iedereen heeft een mening, ik ook.

We leven in een tijd waarin iedereen overal iets van vindt. Over politiek, over het weer, over de buurvrouw die weer haar kliko te vroeg buiten zet. En eerlijk is eerlijk: ik doe daaraan ook mee. Zo hebben we met z’n allen inmiddels ook een mening over het gebruik van Copilot. De één roept dat het de ondergang van de mensheid is, de ander ziet het als een soort digitale butler.

Ik beken schuld. Ik gebruik het ook.

Wanneer ik een stukje heb geschreven — ja, écht helemaal zelf, met mijn eigen brein en vingers — dan laat ik Copilot er even overheen gaan. Niet om mijn werk over te nemen, maar om te checken of mijn zinnen een beetje soepel lopen, of het geheel blogwaardig is en of ik niet per ongeluk een grammaticale ramp heb veroorzaakt.

Daarnaast vraag ik Copilot meestal om een illustratie en soms een pakkende (sub)titel te verzinnen. Waarom zou ik dat verbergen? Het is gewoon een handig hulpmiddel. Een slimme assistent. En ik blijf de redacteur én eindredacteur. Niet meer en niet minder.

Want laten we eerlijk zijn: het is niet verstandig om alles wat Copilot uitspuugt klakkeloos over te nemen. Soms komt er iets briljants uit, soms iets waarvan je denkt: heb jij vannacht wel geslapen? Het blijft tenslotte technologie — slim, maar niet alwetend. En het kent mij niet persoonlijk, dus ik moet altijd even checken of het klopt bij mijn stijl, mijn toon en mijn bedoeling.

Dus ja, ik gebruik Copilot. Maar het eindresultaat? Dat blijft gewoon van mij. Met mijn woorden, mijn humor, mijn stijl — alleen net even wat gladgestreken door mijn digitale hulpje.

Blijf zacht