Kruisdominantie: het leven met een hybride brein.

Waarom mijn brein links schrijft maar rechts denkt.....

Ik heb mijn hele leven al een fascinatie gehad voor handschriften. 

Als kind kon ik uren bladeren in boeken en schriften vol sierlijke krullen en elegante letters. Het ene handschrift nog mooier dan het andere. Mijn eigen handschrift vind ik eerlijk gezegd niet zo bijzonder, maar er is wél iets opvallends aan mij (dat heeft ooit iemand gezegd, dus het telt): ik kan heel makkelijk van handschrift veranderen.

Op school deed ik dat regelmatig — tot grote frustratie van mijn leraren. Op een gegeven moment kreeg ik zelfs te horen dat ik daarmee moest stoppen, omdat ze niet meer zeker wisten of ik mijn opdrachten wel zelf had gemaakt. Complimenten kreeg ik dan weer wél: ik schreef namelijk heel netjes. Dat talent heb ik van mijn ouders; vooral mijn moeder had een prachtig handschrift.

In ons gezin is het trouwens een interessante verdeling: een paar broers en een zus schrijven schitterend, en een paar… laten we zeggen: functioneel. Maar die hebben dan weer andere geweldige talenten. Ik ben de enige die links schrijft, al ben ik niet volledig links. Ik heb wat ze noemen kruisdominantie. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld niet met links kan gooien of een bal kan wegschoppen — dat gebeurt allemaal met rechts.

Mijn oma van moeders kant spande echter de kroon: zij kon perfect simultaan spiegelschrijven. Vooral haar handtekening was indrukwekkend. Legde je de gewone en de spiegelversie op elkaar, dan waren ze bijna identiek. Ze was linkshandig geboren, maar dat mocht vroeger niet, dus moest ze leren schrijven met rechts. Haar brein loste dat op door rechts normaal te schrijven en links in spiegelbeeld — maar wel in exact hetzelfde handschrift. Een vroege, volledig handmatige vorm van beeldbewerking.

En dan nu weer terug naar mij

Veel mensen denken dat ik ook “links denk” — nee, we hebben het hier niet over politiek. 

Er wordt vaak gedacht dat rechtshandigen mij dingen niet goed kunnen voordoen, maar dat is voor mij geen enkel probleem. Mijn brein schakelt razendsnel om. Doe je mij met je rechterhand voor hoe ik moet haken, dan vertaalt mijn hoofd dat automatisch naar links.

Mijn laptopmuis bedien ik met links, maar hij staat gewoon ingesteld op rechts. Bijna alles is gemaakt voor rechtshandigen, dus ik heb me — net als mijn oma — daarop aangepast. Anders zou ik nu waarschijnlijk nog steeds proberen een schaar te begrijpen.

Ik gebruik dus mijn motoriek → links, en mijn cognitieve mapping → rechts. Dat is kruisdominantie, maar dan op taakniveau. Mijn hersenen hebben geleerd:

- linkerknop = primaire actie  

- rechterknop = secundaire actie  

Ik ben dus een rechtsdenker geworden. 

Of misschien was ik het al — wie zal het zeggen.

Veel mensen hebben een dominante hersenhelft voor bepaalde taken. In mijn geval betekent het niet dat ik letterlijk “met rechts denk”, maar dat mijn taakstrategie rechtsdominant is, terwijl mijn motorische uitvoering linksdominant is. Dat is een vorm van functionele kruisdominantie.

Mijn systeem werkt eigenlijk prima: mijn hersenen hebben een soort hybride besturingssysteem gebouwd dat voor mij efficiënt is. Linkerhand = beweging. Rechterhand = knoplogica. Het gaat zo: ik gebruik een rechtshandige schaar met links: volgens de standaard niet ideaal, maar mijn brein maakt er gewoon zijn eigen handleiding bij.

Is dat dan altijd handig?

Je zou denken van wel, maar nee. Soms kost het extra energie om nieuwe motorische taken onder de knie te krijgen. En bij dingen die heel sterk op rechtshandigen gericht zijn, kan ik me behoorlijk onhandig voelen. Alsof ik ineens twee linkerhanden heb — ironisch genoeg.

Maar over het algemeen is het geen beperking. Het is eerder een unieke manier van omgaan met de wereld. Een soort ingebouwde creatieve workaround. 

Iedereen heeft zo zijn eigen manier van bewegen, denken en doen. Dit is de mijne. Anders, maar functioneel. En soms zelfs best handig. Ik zou het in ieder geval niet anders willen.

Blijf zacht