Zorgen of geen zorgen – dat blijft de vraag

Ik kan me soms behoorlijk zorgen maken als het om onze kinderen gaat.
 Lees: Fred, Nico en Hannah. 

Nu gaat het al een weekje niet zo lekker met Nico. Hij is lange uren weg, eet weinig — tenminste thuis; wat hij ergens anders doet weten we niet — en eenmaal thuis zondert hij zich af. Hij heeft weer een paar flinke knokpartijen gehad buiten de tuin en dat zal hem zo langzamerhand parten gaan spelen. Want laten we wel wezen: het lieve beest is al veertien jaar en dat knokken zal hem best wat energie kosten. Misschien is hij zelfs wel verslagen en moet hij zijn gekrenkte trots verwerken. Ik weet het niet. Maar dát ik mij daar zorgen om maak, is een feit.

Zorgen maken we ons allemaal wel eens, toch? Financiële zorgen, weer een rekening op de mat (voor de jongeren: dat was vroeger, toen alles nog lekker analoog was). Zorgen over een ziek kind of ouder. Zorgen over dat gekke geluidje dat de auto ineens maakt. Zorgen over van alles en nog wat.  

Maar waar komt dat eigenlijk vandaan, je zorgen maken?

Als eerste denk ik dan: je kunt je geen zorgen maken als je niet empathisch bent. Maar dat geldt alleen als het om dieren of andere mensen gaat, toch? Ik dook dus maar weer eens het net op.

Al snel ontdekte ik dat we met z’n allen weer met onze vingers naar onze voorouders kunnen wijzen. Zij weer hoor! Altijd als er iets met emoties voorbij komt, duiken die voorouders op. 

Maar ik zal je vertellen: we moeten ze dankbaar zijn. Echt hoor. Zonder voorouders geen zorgen.

Doordat onze voorouders continu gefocust waren op het afspeuren van bedreigingen, ontwikkelde zich in ons brein een onderdeel dat de amygdala wordt genoemd. Het is het angstcentrum, dat vlak bij je geheugencentra ligt. Zoek dat maar eens op.  

Deze amygdala is altijd het eerste ‘station’ in jouw brein dat reageert op een situatie. Het doet — laten we zeggen — een eerste snelle veiligheidscontrole. Het scant jouw onmiddellijke omgeving op potentiële bedreigingen en gaat vervolgens in je herinneringen op zoek naar verwante gevaren.  

De amygdala is dus voortdurend op zoek naar mogelijk gevaar en is daarbij sneller dan je bewuste brein. Knap hè? Zodra ze iets als bedreigend inschat, activeert ze razendsnel de vecht-, vlucht- of bevriesreactie.  

Hoewel vooral bekend van angst, speelt de amygdala ook mee bij boosheid, verdriet, plezier en agressie. Maar dat terzijde.

Volgens mij is die amygdala gewoon een paniekzaaier.  

Je vindt een rekening op de mat. Meteen gaan de alarmbellen rinkelen.

Wat als het nou een hele hoge is? Wat als ik straks mijn rekeningen niet meer kan betalen? Dan krijg ik schulden. Dan zetten ze me het huis uit en moet ik op straat gaan wonen. En omdat ik op straat woon krijg ik geen geld meer, want dat gaat zo in Nederland. En als ik geen geld heb kan ik geen eten meer kopen. En als ik geen eten meer kan kopen ga ik doooooood.  

Pffffooooh… adem in, adem uit.

Eigenlijk is je lichtelijk zorgen maken ook gewoon een heel handige tool.  Een lichte ongerustheid kan je attent maken op iets dat aandacht nodig heeft.  Bijvoorbeeld: “Heb ik die afspraak wel goed ingepland?” → je checkt het → klaar.  Het kan je helpen voorbereiden: een beetje zorgen kan je aanzetten tot plannen, nadenken, risico’s inschatten.  Bijvoorbeeld: “Wat als het regent?” → je neemt een paraplu mee.  Het laat zien dat je betrokken bent: zorgen om iemand anders is vaak een vorm van liefde of verantwoordelijkheid.  

Het maakt dat je oplet, helpt, aanwezig bent.  

En het zorgt ervoor dat je je grenzen beter kunt aangeven: soms voel je via zorgen dat iets niet klopt of te veel wordt. Dat is je systeem dat zegt: “Let even op jezelf.”

Maar er is ook een andere kant van de medaille.  

Zorgen worden namelijk onhandig en behoorlijk uitputtend wanneer je gaat piekeren zonder actie. Wanneer je gaat overdrijven wat mis kan gaan, kan het je verlammen in plaats van activeren. Als je zorgen niet meer in verhouding staan tot de situatie. Of als ze gaan over zaken waar je geen invloed op hebt. Dan wordt zorgen maken soms een probleem.

In het geval van Nico kan ik mijn zorgen beter even in het verste hoekje van het fietsenrek parkeren. Die komt er wel weer bovenop. Zoals altijd.  

En ik? Ik adem gewoon even met hem mee.


Blijf zacht