Fred ons hartekind en Hannah ons prinsesje
Posts tonen met het label Hobbykamer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hobbykamer. Alle posts tonen

Hoe Lego‑oldtimers, Donald Ducks en een NAH ons leven kleur geven.


Toen manlief acht jaar oud was, besloot hij dat de trein van Arnhem naar Zutphen eigenlijk de verkeerde kant op reed. Vanuit Rheden probeerde hij het gevaarte dus even terug te “koppen” naar waar het vandaan kwam. Dat liep — zoals je kunt raden — niet helemaal volgens plan. Het resultaat: drie maanden coma, een lange revalidatie en ouders die er waarschijnlijk steeds grijze haren bijkregen zodra ze langs een spoorwegovergang reden.

Jarenlang bleef onduidelijk wat hij precies aan dat avontuur had overgehouden. Pas toen de medische wetenschap een paar flinke sprongen vooruit maakte, werd duidelijk dat hij een NAH (niet-aangeboren hersenletsel) had opgelopen. Dat verklaarde ineens een hoop: zijn hoofd kan soms aanvoelen als een snelkookpan vol ideeën, woorden en verhalen die er allemaal tegelijk uit willen. Voor buitenstaanders klinkt dat soms alsof je midden in een puzzel valt waarvan de stukjes nog in de lucht hangen. En ja, hij kan een verhaal met liefde tien keer opnieuw vertellen — met dezelfde overtuiging als de eerste keer.

Gelukkig heeft hij manieren gevonden om rust in zijn hoofd te krijgen. Eén daarvan is zijn grote liefde: Lego. Vooral oldtimers nabouwen is zijn ding. Het gebeurt dan ook regelmatig dat hij in de auto ineens roept: “Schrijf even het nummerbord van die auto op!” Thuis zoekt hij dan het model op, en voor ik het weet staat er weer een miniatuurversie van die auto op zijn bureau. Soms koopt hij een set en bouwt er vervolgens een totaal ander voertuig van — alsof hij tegen Lego zegt: “Leuk bedacht jongens, maar ik doe het even beter.”

De uitdagingen die hij tijdens het bouwen tegenkomt, dwingen hem om te focussen. En als hij focust, wordt de rest van de chaos in zijn hoofd vanzelf zachter. Het gevolg: onze hobbykamer staat inmiddels vol met autootjes, half afgemaakte projecten en bakjes met steentjes die je beter niet omstoot als je de gezelligheid in huis liefhebt.

We hebben drie slaapkamers, en de grootste daarvan is inmiddels officieel omgedoopt tot De Hobbykamer. Aan de ene kant staat mijn bureau met — laten we eerlijk zijn — veel te veel hobby’s. Aan de andere kant staat zijn Lego‑imperium, compleet met onderdelen, sorteerbakken en projecten in wording.

Maar Lego is niet zijn enige passie. Hij verzamelt ook digitale stripboeken. Uren kan hij bezig zijn met sorteren, ordenen, hernoemen en in mapjes zetten. Er blijkt wereldwijd een hele community te bestaan van digitale stripverzamelaars die met elkaar delen. En ja hoor: hij bezit inmiddels alle jaargangen van de Donald Duck, van het allereerste nummer tot het meest recente.

Stiekem ben ik daar heel blij mee. Want stel je eens voor dat hij al die strips fysiek in huis had. Het weekblad verschijnt al sinds 25 oktober 1952, elke week opnieuw. Dat zijn inmiddels ruim 3800 Donald Ducks — en dan hebben we het nog niet eens over de specials, pockets, vakantieboeken en alle andere series die hij óók compleet heeft. Ons huis zou eruitzien alsof een eend met verzamelwoede is ontploft.

Dus ik laat hem lekker zijn ding doen en hij mij. Onze lijven werken niet meer mee voor fulltime werk, maar onze hobby’s houden ons bezig, scherp en vrolijk. We zijn allebei leergierig en willen altijd van alles over van alles weten. Dat houdt de hersenpan soepel. En als er dan toch iets is dat ons bestaan op deze aardkloot nut geeft, dan is het wel: blijven leren, blijven bouwen en blijven genieten van de dingen die ons hoofd rust geven.

Herken jij dit soort creatieve chaos of heb jij ook een hobby die je hoofd tot rust brengt? Deel jouw verhaal hieronder — misschien inspireer je er iemand anders mee.


Blijf zacht voor elkaar




Hoe het allemaal begon: met krabbels in de kantlijn

Tekenen en mooi schrijven… daar is het voor mij allemaal mee begonnen. Als kind vulde ik mijn schriften vooral met tekeningen. De schoolopgaven? Die kregen hooguit een klein hoekje. Prioriteiten. En als ik dan moest schrijven, dan wel in mijn allermooiste handschrift. Je weet wel, zo’n handschrift waarvan je juf dacht: “Leuk, maar had je ook nog tijd om de sommen te maken?”

Schilderen kwam pas veel later. Ik was namelijk nooit zo’n held met verf. Het werd al snel een soort abstracte kliederkunst waar zelfs Picasso zijn wenkbrauwen bij zou optrekken. Maar een paar jaar geleden sloot ik me aan bij een gezellig cluppie. Een groepje amateurs — meestal de wat oudere garde, ik was steevast het jonkie — dat wekelijks samenkwam om te schilderen.

Er was altijd een begeleidster aanwezig, een dame met een indrukwekkende schilderscarrière achter de rug. Zij gaf tips, moedigde aan en tekende voor wie dat zelf niet kon. Ik kwam in eerste instantie vooral voor de gezelligheid en deed meestal mijn eigen ding. Maar omdat ik altijd tekende, en schilderen eigenlijk precies andersom werkt, had ik af en toe toch wat hulp nodig.

Bij schilderen begin je namelijk met de achtergrond en werk je naar voren toe. Bij tekenen doe ik precies het tegenovergestelde: eerst het hoofdonderwerp, dan de rest, en de achtergrond komt pas als ik er zin in heb. Eenvoudiger kan ik het niet uitleggen.

Een tekening maak ik meestal in een week. Een schilderij… tja, dat vraagt iets meer geduld. En laat dat nou net niet mijn sterkste kant zijn.

Het schilderij waar ik het meest trots op ben

In dat cluppie maakte ik meerdere schilderijen, maar mijn favoriet is het werk dat ik in 2020 maakte voor de verjaardag van manlief. Ik deed er vijf maanden over — vijf! Voor mij was dat een soort monniksoefening in geduld. Maar het is gelukt, en nu hangt het trots in onze woonkamer. Manlief blij, ik blij. En nee, het is geen Picasso of Rembrandt, maar hé, het is wél van mij.

Tijd voor een creatieve comeback

De afgelopen maanden lag het tekenen en schilderen een beetje stil. Ik was vooral bezig met leren en schrijven. Maar gisteren heb ik mijn hoekje van de hobbykamer opgeruimd en klaargemaakt voor nieuw teken- en schilderwerk. Want ik heb een plan: ik wil alle AI-illustraties op mijn blog vervangen door mijn eigen werk.

Toen ik zag dat ik inmiddels ruim 80 posts heb, moest ik wel even slikken. Dat wordt dus een flinke klus. En als ik bij elke nieuwe post óók nog een tekening of schilderij wil maken, dan ben ik voorlopig wel even zoet.

Ik begin met het schilderij dat ik voor manlief maakte. Daarna zien we wel weer. Heel veel nieuwe schilderijen zullen er trouwens niet komen, want op zolder staat al een hele collectie te verstoffen. Ik kan moeilijk het hele huis volhangen. Bovendien moet er ook nog ruimte overblijven voor de hobby van manlief (daarover later meer) én voor ons — en de katjes — om een beetje normaal te kunnen leven.

En zo staat mijn schilder- en tekenhoekje weer klaar om nieuw leven ingeblazen te worden. Geen grootse kunstambities, geen museale dromen — gewoon ik, mijn potloden, mijn verf, met geduld (hopelijk) en een flinke dosis plezier. En met een huis dat langzaam verandert in een mini-galerie. Ik ga weer aan de slag. Op naar de volgende creatieve ronde.

Gelukkig heeft manlief geen grootse plannen om curator te worden.


Blijf zacht