Fred ons hartekind en Hannah ons prinsesje

Thuus

 


Ik heb het altijd al leuk gevonden: dialecten. Van plat Amsterdams tot plat Haags en alles wat daartussenin zit. Want een echte Hagenees of Amsterdammer kan, zelfs als hij zijn uiterste best doet om Algemeen Beschaafd Nederlands te spreken, meestal niet helemaal verbergen waar hij vandaan komt.

Nederland is wat dat betreft een bijzonder land. Sommige taalkundigen kijken niet alleen naar traditionele dialecten, maar ook naar regiolecten en stadsvarianten. Dan kom je uit op zo'n 700 verschillende dialecten en taalvarianten. Op een relatief klein stukje aarde. Dat vind ik toch knap.

Manlief komt oorspronkelijk uit Rheden, een dorp in Gelderland. Daar zeggen ze bijvoorbeeld verstoppelen in plaats van verstoppen. En waar de rest van Nederland het heeft over een oranje of groene trui, kan daar rustig gesproken worden over een oranjere of groenere trui. Ook wordt er mieken gezegd waar anderen maken zeggen.

Laatst hoorde ik op televisie iemand het woord verstoppelen gebruiken. Meteen dacht ik: die moet uit de buurt van Rheden komen. En jawel hoor, na enig speurwerk bleek de beste man afkomstig uit Lathum. Dat ligt precies tegenover Rheden, met alleen de IJssel ertussen. Soms blijkt een enkel woord een betere gps dan welke navigatie-app ook.

Manlief bracht bovendien een groot deel van zijn jeugd door in Arnhem en heeft daar ook nog een klein accentje van meegekregen.

Hier in Doesburg hoor ik regelmatig uitdrukkingen als: "Moar uhhh..." of "Moj es goed luust'ren." Zodra je ze hoort, weet je meteen waar je bent.

Zelf kom ik oorspronkelijk uit Zutphen. Daar hebben ze volgens mij het alleenrecht op de klank . Zo wordt daar ineens daör, jaar wordt jaör, naar wordt naör, waarheid wordt waörheid en sparen verandert in spaören. Verder is het aopen en aopenen in plaats van open en openen. En een broek? Dat is gewoon een brook.

Mijn vader kwam uit Den Haag. Hoewel hij keurig ABN was opgevoed, sprak hij ook een aardig woordje Haags. En waar je mee omgaat, word je mee besmet, zeggen ze wel eens. Dus je kunt je voorstellen dat hier in huis af en toe een wonderlijke mengelmoes van dialecten, accenten, Engelse uitdrukkingen en Duitse woordgrapjes door elkaar klinkt.

En ja hoor, voor alle zekerheid: wij spreken allebei ook uitstekend Nederlands.

Toch staan dialecten onder druk. De echte traditionele dialecten — het oude Zutphens, Twents, Zeeuws of Brabants van een eeuw geleden — verdwijnen langzaam. Jongeren nemen minder lokale woorden, klanken en grammaticale vormen over van hun ouders en grootouders. Dat proces is al tientallen jaren gaande.

Maar dialecten verdwijnen niet helemaal. Vaak veranderen ze in wat taalkundigen een regiolect noemen: een tussenvorm tussen dialect en standaardtaal. Mensen spreken minder puur dialect dan hun overgrootouders, maar nog steeds herkenbaar Achterhoeks, Brabants of Gronings.

Dat vind ik eigenlijk best jammer. Niet omdat iedereen verplicht dialect zou moeten spreken, maar omdat er met elk verdwenen woord ook iets van een streek verloren gaat. Een stukje geschiedenis. Een manier van kijken naar de wereld.

Natuurlijk verandert taal altijd. Dat is van alle tijden. Het oude Zutphens klinkt anders dan het Nederlands dat jongeren nu spreken. En misschien is dat helemaal niet erg. Maar ik hoop wel dat er altijd iets blijft hangen. Een hier, een verstoppelen daar, een moar uhhh op de markt in Doesburg.

Want dialect is meer dan een andere manier van praten. Het is een geografische vingerafdruk. Je hoort waar iemand vandaan komt, wie zijn buren waren en soms zelfs waar zijn grootouders woonden.

En ik vind het eigenlijk wel gezellig dat hier thuis af en toe Haags, Gelders, Zutphens, Engels en Duits door elkaar buitelen. Dat klinkt misschien niet als perfect Nederlands.

Maar wel als thuus.


Blief zach



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: