De witte schim van Kamperland

Het stond ineens overal in het nieuws: een dode baloega op het strand bij Kamperland. Voor het eerst sinds 1966 zou er weer zo’n spookachtig witte walvis voor de Nederlandse of Belgische kust zijn gezien. Opmerkelijk, want baloega’s horen thuis in arctische wateren waar het water kouder is dan hier.                                      

                                 

Volgens Stichting ReddingsTeam Zeedieren ging het om hetzelfde dier dat dagen eerder was gezien bij Callantsoog. En als zij zeggen dat het waarschijnlijk om die baloega gaat, dan knikt men meestal instemmend. Maar daar zijn ze echt niet op hun achterhoofd gevallen. Het dier werd naar de Universiteit Utrecht gebracht om te onderzoeken waaraan het gestorven was.

En toen bleek: het was helemaal geen baloega. Het was een Risso-dolfijn.

In eerste instantie dacht ik: dat is toch wel een verschilletje. Maar eigenlijk is de vergissing heel begrijpelijk. Het dier had dagenlang in zee gedreven. Dan verdwijnen de uiterlijke kenmerken waar je normaal op let: kleurpatronen, vinnen, littekens. Een Risso is normaal grijs, met een huid vol krassen alsof hij een leven lang met een doos scheermesjes heeft geworsteld. Een baloega is helder wit. Als de kleur van een Risso vervaagt, blijft er dus iets over dat verdacht veel op een baloega lijkt. De huid laat los, vinnen verdwijnen als eerste, gasvorming vervormt het lichaam. Wat je ziet, is niet meer wat het was.

De echte aanwijzingen zitten dan onder de huid. Botten liegen niet. De schedel vertelt bijna alles — en het gebit is de ultieme handtekening. Risso’s hebben geen boventanden en slechts een paar ondertanden. Baloega’s hebben keurig rijen tanden in boven- en onderkaak. Niet zo veel als een tuimelaar, die er gerust honderd in zijn mond kan hebben, maar toch aanzienlijk meer dan een Risso. In dit geval was het verschil meteen duidelijk.

De doodsoorzaak was niet meer vast te stellen; ook van binnen was het dier te ver aangetast.

En zoals altijd wanneer er iets aanspoelt, brak op social media een storm los. Men vond dat er te laat was ingegrepen, of juist te vroeg, of dat het allemaal anders had gemoeten. Iedere toetsenbordheld(in) had een mening, en meestal niet de meest vriendelijke. Experts werden in de reacties vakkundig met de grond gelijk gemaakt door mensen die nog nooit een dolfijn van dichtbij hadden gezien, laat staan een ontbindende.

Ik lees dat soort discussies vaak met stijgende verbazing. Social media zijn dé plek geworden waar mensen publiekelijk praten over wat er in de wereld gebeurt. Het heeft een belangrijke functie, maar het is ook een broedplaats voor desinformatie, harde oordelen en polarisatie. Het lijkt soms meer op een strijdtoneel dan op een gesprek.

En dan denk ik: dit was toch een bijzondere vondst. Een dier dat een lange reis maakte, een vergissing die begrijpelijk was, een les in kijken voorbij het oppervlak.  

Misschien kunnen we hier vooral van leren dat wat we denken te zien, niet altijd is wat er werkelijk ligt. En dat een beetje verwondering ons soms verder brengt dan een mening.

Waarvan akte.


Blijf zacht om je heen kijken.