Doesburg, Van vesting naar vogelparadijs

Het was een inspecteur‑generaal met een imposante titel — Menno van Coehoorn, meester‑generaal der artillerie — die besloot dat Doesburg wel wat extra spierballen kon gebruiken. Tussen 1702 en 1730 liet hij een verdedigingslinie aanleggen die ons stadje ineens promoveerde tot vestingstad. Tegenwoordig kennen we die als de Hoge en de Lage Linie, al hoor je hier in de volksmond vooral: “de Batterijen”. Ze zijn nog verrassend intact, alsof ze elk moment weer in actie kunnen komen.

Aan de zuidkant ligt de Lage Linie, met moerassen, een dode arm van de Oude IJssel en een wandelpad dat je langs water, riet en moeras voert. Aan de oostkant ligt de Hoge Linie: hoger, zwaarder, strategischer — want dáár zou de vijand vast vandaan komen. Met wallen, droge grachten, schietbanen, kogelvangers en een Terreplein is het een compleet verdedigingspakket. En omdat het afgesloten is voor publiek, is het nu een paradijs voor alles wat vleugels, poten of sprieten heeft.

En dat brengt me bij de huidige bewoners.  

De Hoge Linie is zo’n plek waar je als mens niet mag komen, maar waar elke vogel uit de regio blijkbaar een VIP‑pas heeft. Je zou bijna denken dat ze het expres doen. “Sorry Margot, alleen voor gevleugelde gasten. Mensen blijven achter het hek.” Het is dat ik beleefd ben opgevoed, anders had ik gevraagd waar ik mijn veren moest inleveren om binnen te mogen.

Vanaf het pad kun je het allemaal horen — en soms ook zien. De grasmus bijvoorbeeld, de kleine tenor die elke ochtend klinkt alsof hij auditie doet voor The Voice of Doesburg. De tjiftjaf is er ook, maar die heeft een repertoire van precies één nummer. Hij blijft het herhalen met de overtuiging van iemand die denkt dat hij een klassieker heeft geschreven. "Tjif‑tjaf, tjif‑tjaf, tjif‑tjaf."

Soms zit er een roodborsttapuit op een paaltje te doen alsof hij de beveiliging is. Hij kijkt streng, maar dat is puur uiterlijk vertoon. Als je dichterbij komt, blijkt hij vooral bezig met het tellen van insecten. 

En dan heb je de specht. Die tikt niet — die ramt. Alsof hij een verbouwing is begonnen zonder vergunning. Je hoort hem van ver: toktoktoktoktok. Ik stel me altijd voor dat hij tegen zijn partner zegt: “Nog één muurtje en dan is de keuken echt af, schat.” De groene specht, die altijd net iets te vrolijk klinkt, lacht hem steevast uit vanaf een boom verderop.

’s Nachts verandert alles. Dan fluistert de bosuil door de wallen, alsof hij de geschiedenis zelf toespreekt. Soms vliegt ze geruisloos over onze tuin. Een feestje, elke keer weer.

Misschien is dat wel de magie van dit gebied: natuur en geschiedenis die elkaar niet verdringen, maar elkaar zachtjes vasthouden. Waar vogels zingen op grond die ooit bedoeld was voor strijd. En waar je, zelfs als je er niet mag komen, toch kunt voelen dat het leeft.

En dan heb ik het alleen nog maar over de vogels. Over de insecten, kleine zoogdieren en planten begin ik niet eens — daar heb ik een heel nieuw hoofdstuk voor nodig.

Welke vogel of plek in de natuur maakt jou altijd even stil — of juist aan het lachen?

*************

Tot slot:

Een geschatte soortenlijst voor de Hoge Linie  

(op basis van habitat, eerdere Doesburgse inventarisaties en typische soorten van vestingwallen, struweel, ruigte en open grasland)

*Struweel, bosrand & jonge opslag

- Grasmus  - Zwartkop  - Tjiftjaf  - Fitis  - Heggenmus  - Winterkoning  - Merel  - Zanglijster  - Vink  

- Koolmees  - Pimpelmees  - Staartmees  - Grote bonte specht  - Boomkruiper  

*Open terrein, ruigte & oude schietbanen

- Roodborsttapuit  - Kneu  - Putters  - Groenling  - Geelgors (afhankelijk van jaar)  - Witte kwikstaart  

- Houtduif  - Holenduif  - Tortelduif

*Steilranden, wallen & oude structuren

- Spechten (vooral Grote bonte)  - Buizerd (jaagt boven het terrein)  - Torenvalk  - Steenuil (in de omgeving, soms territoriaal dichtbij)  

*Nachtelijke soorten (één nacht per jaar geteld)

- Bosuil  - Ransuil - Kerkuil

*Watergebonden soorten aan de randen

- Oeverzwaluw - Wilde eend  - Meerkoet  - Waterhoen  - Blauwborstje

*Trekkers & doortrekkers die je regelmatig kunt treffen

- Koperwiek  - Kramsvogel  - Gierzwaluw (elk jaar een feestje als ze er weer zijn)  - Boerenzwaluw  

- Huiszwaluw  

*Zeldzamer maar niet onmogelijk

- Braamsluiper  - Spotvogel (We hebben er een gehoord) - Kleine karekiet (gezien en gehoord)  

- Havik (We zagen hem jagen langs de bosrand)

En dan ben ik vast wat vergeten.


Blijf zacht om je heen kijken.