Logeren in Generatiekloofland: een weekend met onze puberkleinzoon.
Laat ik beginnen met een waarschuwing: wie denkt dat logeren met een bijna-twaalfjarige altijd “gezellig” betekent, heeft waarschijnlijk nog nooit een bijna-twaalfjarige over de vloer gehad.
Wij wel. Drie dagen lang. En hoewel we zielsveel van hem houden — echt waar — ontdekten we opnieuw dat er tussen onze wereld en die van hem een kloof gaapt waar je met gemak een intercity in kwijt kunt.
Wij wonen in een van de rustigste wijken van ons toch al serene stadje. Zo rustig dat onze kleinzoon bij aankomst verzuchtte: “Nou hè hè, ik zag eindelijk een fietser door de straat.” Dat zegt dus echt álles.
De strijd tussen energie en… tja, leeftijd
We weten dat we hem bezig moeten houden. Alleen is onze energie beperkt en zijn interesses… hoe zal ik het zeggen… buitenaards. Dus hing hij op de bank, telefoon in de hand, kijkend naar filmpjes die voor ons net zo begrijpelijk zijn als een werkbouwkundige handleiding in het Mandarijn. En dan die spelletjes — ik vermoed dat zelfs computerexperts niet weten wat daar gebeurt.
Hij houdt van auto’s. En niet zo’n beetje ook. Hij weet er meer van dan wij ooit zullen weten. Wij weten vooral hoe je er eentje start en van A naar B rijdt.
Buiten is hij veeleisend. Door de stad lopen betekent volgens hem automatisch recht op een cadeautje. Of op z’n minst iets te snoepen. Lopen zelf is al een straf. Zijn liefde voor auto’s is dus niet geheel toevallig.
Musea? Saai.
Speeltuin? Kinderachtig.
Dingen die wij leuk vinden? Schouders ophalen.
Creatieve oplossingen (die hij niet ziet zitten)
“Oma, ik verveel me.”
“Ga de buurt verkennen.” — Geen zin.
“Lees een boek of een Donald Duck.” — Nehh.
“Maak een tekening.” — Schouders ophalen.
“Zal ik een kleurboek voor volwassenen pakken? Dan kleuren we samen.” — Grijns. Rare oma.
Uiteindelijk opperde ik:
**“Ga lekker in de tuin zitten en voor je uit staren.”**
Dat heeft namelijk een doel. Alleen begrijpt hij dat nog niet. (En dat is oké. Dat komt later. Hoop ik.)
Lego dan? Nee. De set is niet compleet. En fantasie heeft hij niet nodig, zegt hij.
“Omaaaaaa, we’ve got Google.” ~Zucht.~ Grijns.
De redding: auto’s, natuurlijk
Manlief nam hem mee naar een autobedrijf vol dure bolides.
Dát was een gouden zet. Meneer straalde. Eindelijk iets dat wél binnen zijn interessegebied viel.
Maar eerlijk is eerlijk: het was veel. En zwaar. Tenminste, ík vond het zwaar. Manlief leek het iets makkelijker af te gaan, ondanks het feit dat hij nog herstellende is van een flinke Ménière‑aanval. —Respect.
Het leeftijdsverschil voelt soms als een diepe ravijn. Hij begrijpt ons niet, wij hem niet. En dat is oké. Maar vermoeiend is het wel.
Tot slot: even bijkomen
Nu zitten we hier, in alle rust, samen bij te komen. De volgende logeerpartij mag even wachten. Niet omdat we hem niet leuk vinden — integendeel — maar omdat generatiekloofreizen nu eenmaal hersteltijd vereisen. Wie weet… misschien leert hij ooit dat gewoon zitten en om je heen kijken je hersenen stimuleert. Dat nietsdoen soms het beste is wat je kunt doen.
Waarom pubers doen wat ze doen (in het kort)
Voor wie zich afvraagt waarom een bijna‑twaalfjarige soms zucht alsof hij een fulltime baan heeft: het ligt niet aan jou. Het ligt aan zijn brein. Dat is namelijk druk bezig met een complete verbouwing — terwijl hij het nog gewoon moet gebruiken. De afdeling nadenken, plannen en logisch doen is nog in de steigers, maar de emotie- en prikkelzoekmachine draait al op volle toeren.
Daarom is TikTok geweldig, auto’s fantastisch, en een museum… nou ja… meh. En waarom hij zegt dat hij geen fantasie heeft? Dat heeft hij wél, maar Google is sneller en kost minder moeite.
Kortom: het is geen onwil, het is biologie. En soms ook gewoon pure puber-poëzie.
Blijf zacht, ook als je elkaar niet meer zo goed begrijpt

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: