Verlangen

Waar heb ík op dit moment eigenlijk zin in?

En hoe hard roept dat verlangen eigenlijk — fluistert het zachtjes in mijn oor, of staat het met een megafoon te zwaaien alsof het auditie doet voor een slechte talentenshow?

“Joehoeeeee!”

Ik voel het meestal ergens in mijn lichaam: in mijn buik, mijn schouders, of op een totaal onverwachte plek die ik niet eens kan aanwijzen op een anatomieposter.

Verlang ik naar rust, of juist naar een beetje gezonde chaos? Naar een boswandeling, of — heel verrassend — tóch weer aan het werk gaan? Naar zoet, zout, sigaretten, koffie, een gesprek, stilte… of gewoon naar iemand die mijn planten water geeft?

Ik sluit mijn ogen en voel waar ik nú naar verlang.

Hoe groot is dat verlangen eigenlijk, en hoe snel hoop ik dat het vervuld wordt?

Soms zit mijn verlangen gewoon relaxed naast me op de bank, kopje koffie, koekje erbij.

Soms groeit het uit tot een innerlijke cheerleader (Fiepje kan behoorlijk tekeer gaan) die steeds harder begint te roepen.

En ja, er komt soms een moment waarop ik denk: Oké, nu wil ik het. NU.  

Is mijn verlangen dan meteen een verslaving?

Volgens mij niet.

Mijn verlangen is van mij — helemaal van mij.

Ik kan het opmerken, er even naar glimlachen, en vervolgens kiezen of ik er iets mee doe. Zolang het geen “moeten” wordt, blijft het vrij.

Mijn verlangen komt uit mijn hart.

Het kan me vooruit duwen, me inspireren, of me juist energie geven door het even níet meteen te vervullen.

Best apart eigenlijk, dat uitstellen soms juist kracht geeft.

Maar het werkt.

Probeer maar eens.

Dus vandaag sta ik er eens bewust bij stil.

Stel ik uit, of vul ik zo snel mogelijk in?

En wat levert dat mij op — echt?

Blijf zacht voor jezelf

Veel mensen zien katten ‘gewoon’ als huisdieren...


...of als gezellig gezelschap omdat ze niet alleen willen zijn. Maar voor mij zijn katten zóveel meer dan dat. Ik ben gefascineerd door hun zachte vacht (alsof ze permanent in een luxe badjas rondlopen), hun mysterieuze ogen en hun heerlijk eigenzinnige karakter. Ik hou van alle dieren, maar katten hebben een speciaal plekje in mijn hart. Met fluwelen kussentjes. En roomservice.

Katten hebben een sterke eigen wil en kunnen soms vreselijk koppig zijn — alsof ze een contract hebben getekend waarin staat dat ze minstens drie keer per dag iets moeten doen dat totaal onlogisch is. Maar juist dat maakt de band met hen zo bijzonder. Het vertrouwen, de genegenheid en de liefde van een kat ontvangen is bijna magisch. Een kat hééft namelijk niemand nodig. Die kan prima overleven zonder mens, in tegenstelling tot een hond, die na vijf minuten al denkt dat je voor altijd verdwenen bent. Dus als een kat ervoor kiest om bij jou te blijven,  heb je officieel een soort spiritueel diploma in ‘kattenvertrouwen’ behaald.

De band en spirituele connectie tussen mens en kat verdiept ons begrip van mystiek, magie en… tja, het eeuwige raadsel waarom ze midden in de nacht door het huis sprinten alsof ze auditie doen voor Ghostbusters. Door de geschiedenis heen hebben katten en mensen elkaar steeds weer gevonden en samen een complexe, bijna mythische relatie opgebouwd — eentje waarin wij hen aanbidden, en zij doen alsof dat de natuurlijke orde der dingen is. Mijn fascinatie voor katten komt niet alleen door hun schoonheid en het feit dat ze op een of andere manier altijd lekker ruiken (behalve wanneer ze zonodig een scheet moeten laten), maar ook omdat ze ons laten zien wat echte onafhankelijkheid is. En ze spiegelen onze emoties — soms subtiel, soms door gewoon op je laptop ,of zoals onze Nico in je nek, te gaan liggen.

Al deze dingen zorgen ervoor dat onze miniatuurtijgertjes ons blijven fascineren en inspireren. En dat de relatie tussen mens en kat zich blijft ontwikkelen. Terwijl de wereld om ons heen verandert, blijft één ding voor mij zeker: de speciale verbinding tussen kat en mens is onverwoestbaar. Gelukkig maar.

Blijf zacht..........spinnen

Het blijft een ontdekkingsreis

Tegenwoordig leven we in een maatschappij die zo complex is dat ik soms het gevoel heb dat ik eerst een handleiding moet downloaden voordat ik ’s ochtends mijn bed uit stap. Tegelijkertijd heb ik alle vrijheid om mijn leven precies zo vorm te geven als ik wil. Tenminste… als ik weet wie ik ben, wat bij mij past, waar ik nu sta, waar ik naartoe wil en wat ik daar in hemelsnaam voor nodig heb. Is maar een klein detail hè.

Daarbovenop moet ik ook nog eens snappen wat mij tegenhoudt om mijn diepste verlangens waar te maken. Want eerlijk is eerlijk: ik word — net als ieder ander — regelmatig gesaboteerd door een bonte verzameling negatieve gedachten, overtuigingen, angsten, onzekerheden, oude ingesleten patronen en familiedynamieken die ik nooit besteld heb maar blijkbaar toch geleverd zijn. Deze innerlijke softwarefoutjes snijden me af van mijn kracht en kunnen me soms behoorlijk in de weg zitten.

Het grappige (of tragische, afhankelijk van hoe ik mij voel) is dat ik die programmeringen al in mijn jeugd heb opgepikt: via opvoeders, cultuur, gebeurtenissen… noem maar op. Ze zijn onderdeel van mij geworden, maar ze zijn niet wie ik oorspronkelijk ben. Een soort ongewenste apps die automatisch op mijn systeem zijn geïnstalleerd.

Zolang ik me niet bewust ben van deze krachten, hoe ze in mij werken en hoe ik er voorbij kan bewegen, houden ze me stevig in hun greep. Dan ben ik dus niet vrij — hoe graag ik dat ook zou willen. En dat heeft weer gevolgen voor mijn welzijn. Bovendien staat het mijn ware zelfrealisatie en expressie in de weg. Het echte werk dat ik in dit leven te doen heb, zit ’m dus in bewustwording. In mijn eigen innerlijke opschoning. In de terugkeer naar mijn ware zelf. 

Ontdekken wie ik werkelijk ben, betekent vooral afleggen wat ik níét ben, maar wel jarenlang dacht te zijn. Het lijkt op het afpellen van een ui: laagje voor laagje kom ik dichter bij mijn kern, mijn essentie, mijn oorspronkelijke potentieel. Zoals ik bedoeld ben.

En ja, soms jank ik er net zo hard bij als bij een echte ui.

Blijf zacht

Op mijn zestigste ontdekte ik iets schokkends: ik ben niet gemaakt voor mensen

Op mijn gezegende leeftijd van 60 — een leeftijd waarop je officieel oud genoeg bent om niks meer te moeten en jong genoeg om dat heerlijk te negeren — begin ik eindelijk te beseffen dat geen enkel sociaal‑vaardigheidsadvies, geen cursus “smalltalk voor beginners” en geen YouTube‑goeroe mij ooit gaat leren om écht te genieten van tijd doorbrengen met mensen.

Jarenlang dacht ik dat ik gewoon “niet zo goed was met mensen”. Alsof ik een soort sociale Windows 95‑versie draaide die dringend een update nodig had. Ik geloofde heilig dat als ik mezelf maar vaak genoeg tussen anderen zou begeven, ik vanzelf een sociale vlinder zou worden. Spoiler: ik werd geen vlinder. Hooguit een mot die af en toe tegen een lamp aanvliegt.

Hoe harder ik mijn best deed om vriendschappen te sluiten, bij te houden of te reanimeren met de sociale defibrillator, hoe duidelijker ik merkte dat ik mensen van dichtbij eigenlijk helemaal niet zo leuk vind. Van een afstandje prima hoor — net als kunstwerken in een museum: mooi om naar te kijken, maar raak ze vooral niet aan.

Mijn sociale batterij is zo snel leeg dat ik vermoed dat hij in 1992 is vervangen door een goedkope namaakversie die nooit door de keuring is gekomen. Het maakt niet uit met wie ik ben: iemand die ik vertrouw, iemand die ik nauwelijks ken, of iemand die ik liever mijd… aan het einde van de dag voelt elke interactie alsof ik een marathon heb gelopen terwijl ik tegelijk een emotionele belastingaangifte moest invullen.

Vroeger dwong ik mezelf om sociaal te doen. Ik vertelde mezelf dat het “goed voor me was” en dat ik er “van moest leren genieten”. Maar nu mijn leven eindelijk wat rustiger wordt en ik niet meer het gevoel heb dat ik overal moet opduiken, kan ik met volle overtuiging zeggen: ik ben liever zonder mensen. Ik voel me honderd keer beter wanneer ik thuis ben en mijn eigen ding doe — zonder vragen, verwachtingen of verplichte terugvragen zoals: “En hoe is het met jóú?”

Dat betekent niet dat ik een kluizenaar ben. Ik wandel graag buiten en ik kijk zelfs graag naar mensen die met elkaar praten en lachen. Zolang ik maar niet hoef mee te doen. Ik ben als een documentairemaker: observeren prima, participeren optioneel. “Hier zien we de mens in zijn natuurlijke habitat: de groeps-chat.”

En ja, soms verlang ik naar diepe, blijvende connecties. Maar die lijken altijd te betekenen dat ik dingen moet doen die me leegtrekken: aandacht geven, tijd vrijmaken, energie investeren. Het voelt alsof iemand een onzichtbaar kraantje opendraait en mijn levenslust langzaam wegloopt. Maar ik heb geen zin meer om mezelf steeds weg te geven.

Misschien is dat wel het mooie van zestig worden: je stopt eindelijk met doen alsof.


Ben jij een sociale vlinder, een mot tegen de lamp, of iets daar tussenin?

Blijf zacht, doe ik ook..



Is het bij jullie thuis altijd pais en vree?

Nooit een felle blik, geen zucht die nét iets te diep is, geen passief-agressief “laat maar hoor”…

Klinkt als een soort relationeel wellnessresort.

Maar eh… is het eigenlijk een rode vlag als je nooit ruzie hebt met je lover, of betekent het gewoon dat jullie de Beyoncé en Jay-Z van de communicatie zijn?

Psychologen zijn er nog niet helemaal uit — wat op zich al geruststellend is, want die zijn het zelden met elkaar eens.

Geen ruzie betekent niet automatisch dat je relatie op instorten staat, maar het kan wél iets verhullen.

In een gezonde relatie bots je namelijk af en toe.

Je bent tenslotte twee verschillende mensen, met eigen meningen, eigenaardigheden, moodswings en mysterieuze irritaties (“Waarom kauw jij zo?”).

Als dat allemaal compleet verdwijnt, kan het zijn dat iemand zich iets té soepel plooit.

Je moet jezelf kunnen zijn in je relatie.

Niemand is perfect — jij niet, je partner niet — en dat is maar goed ook, want anders zou het leven één lange auditie voor een IKEA-catalogus worden.

Als er nooit frictie is, kan dat betekenen dat dingen onder het tapijt verdwijnen.

Durf gewoon te zeggen wat je vindt, ook al komt er een kleine snauw mee naar buiten.

Sommige mensen vermijden ruzie omdat ze bang zijn voor gedoe, maar daardoor blijven belangrijke onderwerpen liggen te verstoffen.

Echte intimiteit vraagt soms om een beetje wrijving.

Het gaat er niet om dát je ruzie hebt, maar of je je vrij voelt om eerlijk te zijn.

Kennen jullie elkaar echt, of houden jullie het vooral gezellig en diplomatiek, alsof je samen een vredesverdrag moet bewaken?

Blijf zacht, ook tijdens de eerlijkheid

De overgang, een magische tijd (ja, echt waar)

Voor veel vrouwen klinkt de overgang als een soort slecht georganiseerde surprise party: je weet dat ’ie ooit komt, maar niemand heeft zin om te komen opdagen. Opvliegers, stemmingswisselingen, slapeloze nachten… het is niet bepaald een uitnodiging met glitter en confetti.

Maar tot mijn eigen verbazing bleek de overgang voor mij juist een soort onverwachte spirituele retreat. Zonder yogamat, zonder wierook, maar mét een lichaam dat zei: “Ga zitten. We moeten praten.”

Het werd een periode waarin ik mijn vrouwelijkheid opnieuw ontdekte. Waarin ik leerde dat “nee” een compleet volwaardig antwoord is — zonder dat je er een PowerPointpresentatie bij hoeft te leveren. En waarin ik eindelijk helder kreeg wat mij nou écht bezighield.

Wat ik nog steeds fascinerend vind: vrouwen praten onderling nauwelijks over de overgang. Van mijn moeder hoorde ik er bijvoorbeeld bijna niets over.

Behalve dan dat ze soms ineens bloedheet werd, haar kleding resoluut over een stoel slingerde en de rest van de dag in haar onderjurk door het huis paradeerde alsof dat de normaalste zaak van de wereld was.

Zelf kwam ik vroeg in de overgang terecht. Dat zit deels in de familie, maar ook omdat ik op mijn 27ste anderhalve eierstok kwijtraakte. Ze lieten een halve zitten in de hoop dat de overgang nog even op zich zou laten wachten. Dat bleek… optimistisch. Alsof je een lekkende kraan repareert met een pleister.

Jarenlang heb ik de symptomen genegeerd. Geen oog voor, geen oor naar, geen zin in. In mijn hoofd gold: als ik er niet naar handelde, bestond het niet. Een soort struisvogelstrategie, maar dan zonder de elegante nek.

Nu is er rust. En kan ik terugkijken. Wat heeft het mij — naast slapeloze nachten, opvliegers, gewichtstoename en stemmingswisselingen — eigenlijk nog meer gebracht?

Nou, om te beginnen: inzicht. Er zat jarenlang een flinke voorraad onrust, boosheid en irritatie in mijn lijf. Ik draaide op pure adrenaline, alsof ik een eenpersoonsbedrijfje was dat 24/7 open moest blijven. Tot mijn lichaam op mijn 44ste besloot: “We sluiten. Per direct. Succes ermee.”  

Ik knalde in een stevige burn-out. Het voelde alsof ik frontaal tegen een betonnen muur liep. Alles stopte. En precies daar — in dat abrupte, stille niets — begon mijn mooie proces.

Na al dat negeren moest ik eindelijk luisteren naar mijn lijf. Echt luisteren. Niet half, niet tussen twee afspraken door, maar volledig.

En dat heeft me zoveel gebracht.

Ik ben wie ik ben. En dat is helemaal goed.


Hoe voelt ouder worden voor jou?

Blijf zacht voor jezelf

Mijn paarse jaar



Er zijn leeftijden die je overkomen, en leeftijden die je omarmt. Zestig blijkt voor mij verrassend genoeg in die tweede categorie te vallen.

Over zeven dagen is het zover. Dan word ik 60. En voor het eerst heb ik niet zoiets van 'help, ik word oud.' Sterker nog, mijn gevoel zegt mij dat met deze leeftijd de ervaring, het vertrouwen, de rust, zachtheid en... als het goed is... wijsheid komt. Ouderdom geeft gewoon een andere schoonheid aan alles. Ja jeetje, ik zie dat ook niet altijd als ik in de spiegel kijk hoor (rimpels, grijze haren, hangende oogleden, vlekjes), maar ouder worden gaat echt niet alleen over uiterlijk. Ik denk dat het vooral gaat over het omarmen van het leven, het genieten van de komende jaren met een paars randje. 

En zo stap ik mijn paarse jaar in — met zachtheid, nieuwsgierigheid en een glimlach die dieper is dan vroeger.


Blijf zacht

Hoe heb jij het ouder worden ervaren?


P.S. 

De anemoon symboliseert hoop. 

Paars staat voor diepte, luxe, spiritualiteit vertrouwen, bespiegelend, transformatie, inspiratie, intuïtie, geestelijke kracht. Het is een kleur die zowel de warmte van rood als de kalmte van blauw in zich draagt.


Toen ik ouder werd, realiseerde ik me, 'Ik ben zo gelukkig!' Dit had ik niet verwacht! Ik was niet gelukkig toen ik jong was.

~~~As I started getting older, I realized, ‘I’m so happy!’ I didn’t expect this! I wasn’t happy when I was young. Jane Fonda ~~~