De overgang, een magische tijd (ja, echt waar)

Voor veel vrouwen klinkt de overgang als een soort slecht georganiseerde surprise party: je weet dat ’ie ooit komt, maar niemand heeft zin om te komen opdagen. Opvliegers, stemmingswisselingen, slapeloze nachten… het is niet bepaald een uitnodiging met glitter en confetti.

Maar tot mijn eigen verbazing bleek de overgang voor mij juist een soort onverwachte spirituele retreat. Zonder yogamat, zonder wierook, maar mét een lichaam dat zei: “Ga zitten. We moeten praten.”

Het werd een periode waarin ik mijn vrouwelijkheid opnieuw ontdekte. Waarin ik leerde dat “nee” een compleet volwaardig antwoord is — zonder dat je er een PowerPointpresentatie bij hoeft te leveren. En waarin ik eindelijk helder kreeg wat mij nou écht bezighield.

Wat ik nog steeds fascinerend vind: vrouwen praten onderling nauwelijks over de overgang. Van mijn moeder hoorde ik er bijvoorbeeld bijna niets over.

Behalve dan dat ze soms ineens bloedheet werd, haar kleding resoluut over een stoel slingerde en de rest van de dag in haar onderjurk door het huis paradeerde alsof dat de normaalste zaak van de wereld was.

Zelf kwam ik vroeg in de overgang terecht. Dat zit deels in de familie, maar ook omdat ik op mijn 27ste anderhalve eierstok kwijtraakte. Ze lieten een halve zitten in de hoop dat de overgang nog even op zich zou laten wachten. Dat bleek… optimistisch. Alsof je een lekkende kraan repareert met een pleister.

Jarenlang heb ik de symptomen genegeerd. Geen oog voor, geen oor naar, geen zin in. In mijn hoofd gold: als ik er niet naar handelde, bestond het niet. Een soort struisvogelstrategie, maar dan zonder de elegante nek.

Nu is er rust. En kan ik terugkijken. Wat heeft het mij — naast slapeloze nachten, opvliegers, gewichtstoename en stemmingswisselingen — eigenlijk nog meer gebracht?

Nou, om te beginnen: inzicht. Er zat jarenlang een flinke voorraad onrust, boosheid en irritatie in mijn lijf. Ik draaide op pure adrenaline, alsof ik een eenpersoonsbedrijfje was dat 24/7 open moest blijven. Tot mijn lichaam op mijn 44ste besloot: “We sluiten. Per direct. Succes ermee.”  

Ik knalde in een stevige burn-out. Het voelde alsof ik frontaal tegen een betonnen muur liep. Alles stopte. En precies daar — in dat abrupte, stille niets — begon mijn mooie proces.

Na al dat negeren moest ik eindelijk luisteren naar mijn lijf. Echt luisteren. Niet half, niet tussen twee afspraken door, maar volledig.

En dat heeft me zoveel gebracht.

Ik ben wie ik ben. En dat is helemaal goed.


Hoe voelt ouder worden voor jou?

Blijf zacht voor jezelf

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: