Op mijn zestigste ontdekte ik iets schokkends: ik ben niet gemaakt voor mensen

Op mijn gezegende leeftijd van 60 — een leeftijd waarop je officieel oud genoeg bent om niks meer te moeten en jong genoeg om dat heerlijk te negeren — begin ik eindelijk te beseffen dat geen enkel sociaal‑vaardigheidsadvies, geen cursus “smalltalk voor beginners” en geen YouTube‑goeroe mij ooit gaat leren om écht te genieten van tijd doorbrengen met mensen.

Jarenlang dacht ik dat ik gewoon “niet zo goed was met mensen”. Alsof ik een soort sociale Windows 95‑versie draaide die dringend een update nodig had. Ik geloofde heilig dat als ik mezelf maar vaak genoeg tussen anderen zou begeven, ik vanzelf een sociale vlinder zou worden. Spoiler: ik werd geen vlinder. Hooguit een mot die af en toe tegen een lamp aanvliegt.

Hoe harder ik mijn best deed om vriendschappen te sluiten, bij te houden of te reanimeren met de sociale defibrillator, hoe duidelijker ik merkte dat ik mensen van dichtbij eigenlijk helemaal niet zo leuk vind. Van een afstandje prima hoor — net als kunstwerken in een museum: mooi om naar te kijken, maar raak ze vooral niet aan.

Mijn sociale batterij is zo snel leeg dat ik vermoed dat hij in 1992 is vervangen door een goedkope namaakversie die nooit door de keuring is gekomen. Het maakt niet uit met wie ik ben: iemand die ik vertrouw, iemand die ik nauwelijks ken, of iemand die ik liever mijd… aan het einde van de dag voelt elke interactie alsof ik een marathon heb gelopen terwijl ik tegelijk een emotionele belastingaangifte moest invullen.

Vroeger dwong ik mezelf om sociaal te doen. Ik vertelde mezelf dat het “goed voor me was” en dat ik er “van moest leren genieten”. Maar nu mijn leven eindelijk wat rustiger wordt en ik niet meer het gevoel heb dat ik overal moet opduiken, kan ik met volle overtuiging zeggen: ik ben liever zonder mensen. Ik voel me honderd keer beter wanneer ik thuis ben en mijn eigen ding doe — zonder vragen, verwachtingen of verplichte terugvragen zoals: “En hoe is het met jóú?”

Dat betekent niet dat ik een kluizenaar ben. Ik wandel graag buiten en ik kijk zelfs graag naar mensen die met elkaar praten en lachen. Zolang ik maar niet hoef mee te doen. Ik ben als een documentairemaker: observeren prima, participeren optioneel. “Hier zien we de mens in zijn natuurlijke habitat: de groeps-chat.”

En ja, soms verlang ik naar diepe, blijvende connecties. Maar die lijken altijd te betekenen dat ik dingen moet doen die me leegtrekken: aandacht geven, tijd vrijmaken, energie investeren. Het voelt alsof iemand een onzichtbaar kraantje opendraait en mijn levenslust langzaam wegloopt. Maar ik heb geen zin meer om mezelf steeds weg te geven.

Misschien is dat wel het mooie van zestig worden: je stopt eindelijk met doen alsof.


Ben jij een sociale vlinder, een mot tegen de lamp, of iets daar tussenin?

Blijf zacht, doe ik ook..



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: