Een column die geen column werd


Dat is toch gek hè: je denkt dat je een prachtidee hebt voor een column. En voor je het weet zit je met je lappie op schoot, hup naar mijn vriendje Co. Twee vragen, simpele verwachting: dit wordt een lekker scheef verhaal. Maar nee hoor.

De werkelijkheid had er geen zin in.

Ik dacht dus echt dat veel meer mensen van het koningshuis af willen.
Maar wat blijkt? Nederland is helemaal niet zo uitgesproken. We zijn geen vurige monarchisten, maar ook geen massale republikeinen. We hangen een beetje in het midden — typisch Nederlands. En ironisch genoeg eten zelfs de anti‑monarchisten gewoon een oranje tompouce.

Co zei het al:

We vieren Koningsdag niet uit liefde voor de koning, maar omdat we dol zijn op rommelmarkten, laf bier en gezelligheid.

Waarom ik dan toch dacht dat de verhoudingen schever zouden zijn?

Omdat ik vaak lees en hoor hoe negatief er over het koningshuis wordt gepraat. We zijn nu eenmaal een volkje met meningen.

Helemaal mee eens, soms doen ze domme dingen.

En ja, ze kosten bergen met geld.

Maar het alternatief spreekt me eerlijk gezegd niet zo aan. Van mij mogen ze blijven, want laten we eerlijk zijn al die bezoekjes die onze koning en koningin brengen aan het buitenland leveren ons vaak ook wat op.

En dan zijn daar nog de peilingen.

Volgens Ipsos is de mening van 1000 mensen genoeg om uitspraken te doen over 18 miljoen Nederlanders. Statistisch klopt dat vast allemaal, maar mijn boerenverstand fronst toch even. Je kunt mij niet vertellen dat iedereen met een migratieachtergrond ook netjes is meegenomen.

Maar goed — dit terzijde.

Ik wilde dus eigenlijk een spectaculair stukje schrijven over hypocrisie. Maar dat blijkt dus best mee te vallen — behalve dan misschien bij de oranje‑tompouce‑etende anti‑monarchisten.

En zo bleef er van mijn spectaculaire columnidee precies niks over. Behalve dan een verhaal over hoe een columnidee soms gewoon weigert mee te werken. 

Ik ga aan de koffie. 

Tot de volgende.


Blijf zacht, ook in je meningen