Posts tonen met het label Poezengedoe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poezengedoe. Alle posts tonen

Ik zit hier goed

Het is een lome middag. Na een behoorlijk spannende 48 uur konden we ons er vandaag niet toe zetten iets zinnigs te doen. Ach, niets doen is ook iets doen, denk ik dan maar. Ik ben vanmorgen nog wel met Max naar de dierenarts geweest voor zijn tweede kittenvaccinatie. Meteen weer een aanslag op de portemonnee. Maar goed, het is voor een goed doel, laten we maar zeggen.

Het is dus een lome middag. Ik zit buiten in de zon en geniet van de tuin en de beweging van insecten en vogels. Het is stil op straat. Ergens in de verte huilt een baby. Heel even maar. Vermoedelijk heeft iemand het kind opgepakt. Dat is wat ze wilde. Ze is meteen stil. Waarom ik denk dat het een meisje is, weet ik niet. Misschien de manier van huilen. Wie zal het zeggen.

Max is net wakker uit zijn hazenslaapje en Hannah komt na een paar uur slapen eindelijk eens beneden. Fred ligt vredig op zijn stoel te slapen. Die kijkt al niet eens meer op als er een kat of mens in de buurt komt.

Normaal gesproken zou Max door het dolle zijn als hij Hannah ziet. Dan wil hij meteen spelen. Maar nu gaat het anders. Rustig loopt hij achter mij aan richting Hannah en gaat dan voor haar zitten. Neusje tegen neusje. Dan maakt hij een — ik vind dat een heel lief — geluidje en loopt haar voorbij.

Ik zweer het je: ik zag even een wenkbrauw van Hannah omhoog gaan. Ze keek hem na met een blik van: "Wat hebben ze daar in vredesnaam met je gedaan?"

Tegelijkertijd vond ze dat toch fijn. Eerst even rustig wakker worden. Wat drinken, een plasje doen, wat rondkijken en dan zien we wel.

Ik kijk om me heen en voel me ineens heel gelukkig. Wat woon ik hier toch fijn. Met manlief en mijn poezenkinderen. Alle drie hebben we van kitten af aan.

En wat ik destijds van Fred gemist heb — ik zat toen nog volop in mijn burn-out — heb ik heel bewust met Hannah meegemaakt en nu ook met Max: hoe die kittentijd verloopt.

Zo leuk om hun verschillen te zien. Heel fijn om te merken dat Fred iets meer acceptatie toont. Hopelijk blijft dat zo, want tja, ons wervelwindje Max wordt ook nog wat ouder en groter, sterker en vooral brutaler.

Dat vind ik nog wel spannend, want hoewel Fred al een oude man is geworden, is hij megasterk. Eén van de redenen waarom er in de buurt niet met hem gevochten wordt.

Alsof de eerste slachtoffers, uit de tijd dat Fred nog jong en kwiek was, de rest hebben geïnformeerd: "Blijf maar bij die zwart-witte van nummer 12 uit de buurt. Dat is een linkerd."

De tijd zal het leren.

Gelukkig zijn wij zowat 24/7 thuis en kunnen we de boel goed in de gaten houden. Vooralsnog gaat het goed en mag Max zelfs af en toe een hapje van zijn schaaltje pikken. Van ons niet, want dat is natuurlijk geen geschikt kittenvoer. Maar Fred vindt het best.

En zo zit ik hier met een gelukzaligheid waar ik niet eens de juiste woorden voor heb.

Gewoon een tuin, een zonnetje, een slapende oude kater, een opgroeiend kitten en een poes met een hart van goud. Soms blijkt geluk verrassend weinig ruimte in te nemen.

Van mij mag deze middag nog wel even duren.

Ik zit hier goed.


Blijf zacht





 

Als half zes ineens een heel redelijk tijdstip is

Je kent het vast wel. Je zit met je partner gezellig te keuvelen en voor je het weet is het 00.45 uur. Nou ga ik normaal gesproken ook niet heel vroeg naar bed, meestal rond middernacht, maar nu was het dus best wat later. En als je dan denkt: ach, wat kan het schelen? Het is toch zondag en ik kan lekker uitslapen, dan heb je het mooi mis.

We hebben hier namelijk te maken met Directeurtje Fred, Freule Hannah en Benjamin Max. En als Directeurtje Fred om half zes besluit dat hij wil eten en naar buiten wil, dan moet je snel reageren, anders is de hele buurt wakker.

Toen Max er nog niet was, ging ik daarna gewoon weer terug naar bed. Hannah vond dat prima. Die deed even haar ding en kwam vervolgens gezellig bij ons in bed liggen slapen.

Max is echter net een machientje waarvan de uitknop stuk is. Als hij aan staat, staat hij aan en gaat hij voorlopig niet meer uit. Daar zat ik dus weer. Met mijn goede fatsoen. Om half zes, na net vier uurtjes slaap, te knikkebollen op de bank. Precies een uur later zaten Fred en Hannah in de ren en lag meneertje prinsheerlijk naast mij op de bank te slapen. Was ik maar een kat.

Er zijn momenten geweest dat ik daar strontsjagrijnig van kon worden. Tegenwoordig heb ik daar niet zo'n last meer van.

Ik kijk naar dat kleine oranje bolletje naast me en mijn hart wordt alweer warm en mijn gedachten milder. Wat is het toch een droppie. En zo anders als kitten dan Hannah was. Hannah was een speelse dame, maar ook voorzichtig en soms best schrikkerig. Ze vond het als kitten heerlijk om met me te komen tuttebellen. Het liefst kroop ze 's morgens nog even bij je onder het dekbed om daar nog lekker een uurtje slaap mee te pakken. Pas toen ze een maand of vier was, begon ze een beetje te klimmen en werd ze wat brutaler.

Schrikkerig is ze nog steeds. Zo rent ze steevast naar boven wanneer er wordt aangebeld. Vreemden vindt ze niet zo heel erg leuk. En kleinkinderen zijn al helemaal uit den boze.

Max daarentegen is een heel ander verhaal. Na een week hier in huis klom hij nota bene al boven in het gaas van de kattenren. Binnen de kortste keren zat hij bovenop de krabpaal die toch bijna twee meter hoog is. Het is een brutaaltje.

Toen Max hier net kwam wonen, zorgde dat overigens voor de nodige opschudding. Vooral Fred moest helemaal niets van hem hebben. Hij gromde, blies en was oprecht verontwaardigd dat er ineens zo'n klein oranje ding door zijn huis liep. Je kon bijna zien dat hij zich afvroeg wie hier toestemming voor had gegeven. Hannah reageerde weer heel anders. Zij vond Max vooral eng. Een indringer die haar vertrouwde wereldje op zijn kop zette. Ze hield hem goed in de gaten en bekeek hem liever van een veilige afstand.

Inmiddels zijn we twee weken verder en is de rust grotendeels teruggekeerd. Hannah is helemaal ontdooid en speelt inmiddels regelmatig met hem. Soms rennen ze samen door het huis alsof ze nooit anders hebben gedaan. Fred heeft een andere strategie gekozen. Die zoekt geen vriendschap, maar heeft zich erbij neergelegd dat Max niet meer weggaat. Hij gaat hem liever uit de weg dan dat hij ruzie maakt. Het is geen liefde, maar een vorm van gewapende vrede waar iedereen prima mee lijkt te kunnen leven. Ook dat past eigenlijk precies bij hun karakters. Hannah zoekt uiteindelijk verbinding, terwijl Fred vooral denkt: prima jongen, als je maar niet op mijn plek gaat liggen.

Eerlijk gezegd ben ik zelf ook bezig met zo'n vorm van acceptatie. Niet omdat ik Max kwijt zou willen, maar omdat ik inmiddels begrijp dat uitslapen voorlopig niet meer vanzelfsprekend is.

Eigenlijk is dat juist wat ik zo leuk vind aan katten. Ze hebben allemaal hun eigen karakter. Fred met zijn duidelijke mening over etenstijden en zijn talent om de hele buurt wakker te krijgen als iets hem niet zint. Hannah, die liever eerst een soortgenoot uit de boom kijkt en veiligheid zoekt als er vreemde mensen over de vloer komen. En Max, die zonder enige twijfel of voorzichtigheid de wereld tegemoet springt. Alles is een avontuur. Juist die verschillen maken het zo leuk om naar ze te kijken. Geen dag is hetzelfde en elke kat brengt zijn eigen charme, gewoontes en eigenaardigheden mee. Ik kan er echt van genieten hoe verschillend ze zijn en hoe ze toch samen zo'n vertrouwd onderdeel van ons leven vormen.

Had ik al iets verteld over het stemgeluid van Max? Dacht ik dat Fred luid kon zijn? Max is next level. Het is nu natuurlijk nog niet oorverdovend hard, maar meneer wordt groter en ik vermoed dat zijn stemgeluid ook alleen maar harder zal worden.

Misschien moet ik mezelf er maar aan gaan wennen om voortaan wat vroeger mijn bed in te duiken. Zodat ik in ieder geval genoeg slaap krijg voordat Max doorheeft dat deze dienaar, trouw als ze is, toch wel haar bed uitgaat zodra er gebruld wordt.

Ik weet nu al dat ik de komende maanden nog regelmatig met kleine oogjes op de bank zal zitten terwijl meneer energie voor tien heeft. Er zullen vast momenten komen waarop ik mezelf afvraag waarom we ooit dachten dat een kitten in huis een goed idee was. Maar als ik dan kijk naar dat kleine oranje snoetje, naar Hannah die het stiekem toch wel leuk vindt om met hem te spelen en naar Fred die alles nauwlettend in de gaten houdt alsof hij de directie van een groot bedrijf runt, dan weet ik het eigenlijk alweer.

De wekker heb ik misschien niet meer nodig en uitslapen lijkt voorlopig een herinnering uit een vorig leven. Maar als ik kijk naar Fred, Hannah en dat kleine oranje energiebommetje, weet ik één ding zeker: wat slaap tekortkomen is soms vervelend, maar een huis zonder hen? Nee, dat is geen optie.

Zelfs niet als één van hen besluit dat half zes 's morgens een heel redelijk tijdstip is om de dag te beginnen.


Blijf zacht. Net als poezelige kattenpootjes.






Een aubade bij het krieken van de dag

Nou daar zat ik dan met mijn goede gedrag, 's Morgens om half zes. Het was nog stikkedonker buiten. Maar omdat ik gisteravond vroeg naar bed ben gegaan vond Fred dat hij recht had om vroeg op te staan. Na een half uur laten zeuren ben ik er maar uit gegaan en heb hem zijn zin gegeven. De buren zijn anders op zondagochtend ook niet blij met hem als buurkat. Maar eigenlijk moet ik hem dankbaar zijn. Ik had anders het prachtige vogelconcert vanmorgen niet gehoord. Het is de merelman die doorgaans vroeg uit de veren is en dan aan z’n zangkunsten begint. 

Alsof hij vanmorgen speciaal voor mij zong. Waarschijnlijk niet, maar laat me die illusie.

Zijn heldere, melodieuze zang vulde de stilte. En hoewel ik het nog erg koud vond ging ik even in de tuin op het bankje zitten. Even luisteren, ogen dicht en genieten. 

Het mannetje zingt om zijn territorium te claimen en indruk te maken op potentiële partners, elk met een eigen melodie. Vanaf de dakrand begroet hij de dag met een lied dat nooit verveelt.

Van schuwe bosvogel tot stadspoëet

Het is eigenlijk best bijzonder dat we de merel zo dichtbij horen. Tweehonderd jaar geleden was het een schuwe bosbewoner die je zelden zag. Langzaam maar zeker trokken merels richting dorpen en steden, waar ze het verrassend goed bleken te doen.  

Er ontstonden zelfs twee ‘types’:  

*De bosmerel, traditioneel, rustig, begint pas in april aan een gezin.  

*De stadsmerel, moderne multitasker, broedt al in maart en heeft een druk sociaal leven dankzij straatafval, voedertafels en bessenstruiken.

In de stad is het bovendien warmer en lichter in de winter, dus veel stadsmerels blijven gewoon in Nederland. Hun voorjaarshormonen schieten eerder in de startblokken, en ze zingen ook vroeger. Logisch: in het bos hoeft niemand wakker gezongen te worden.

Waarom de ochtend het beste concertmoment is

Wist je dat de vroege ochtend technisch gezien het perfecte moment is voor vogelzang? De lucht is vochtig, de wind ligt stil en het geluid draagt verder. Ideaal voor een merel die indruk wil maken.  

Naarmate de ochtend vordert, sluiten steeds meer soorten aan tot het koor rond zonsopgang zijn hoogtepunt bereikt. Een gratis concert waar geen boybandje tegenop kan.

Ik had het allemaal gemist als Fred niet zo’n dramviool was geweest. Maar goed, het concert is voorbij en mijn ogen hangen inmiddels op halfzeven. Tijd om in beweging te komen. Eerst wat rommeltjes opruimen en de kamerplanten water geven — die snakken zo langzamerhand naar een beetje vocht aan de voeten.   

En dan?  

Dan is er koffie!


Blijf zacht, óók 's morgens om half zes.




Sproetje

 Er komt regelmatig een kater in onze tuin. Rood tabby met wit, alsof iemand een tijger in de was heeft gedaan en hij er nét iets te klein weer uitkwam. Sproetje heet hij. Hij woont een paar deuren verderop en loopt rond met de zelfverzekerdheid van een dorpsbewoner die iedereen kent én overal gratis koffie krijgt. Drieënhalf jaar, in de kracht van zijn leven, met een kop zo rond als een bowlingbal en minstens zo hard.

Sproetje komt vooral voor Hannah. Onze keurige, nette, altijd-binnen-de-lijntjes-kleurende Hannah. Zodra hij in de buurt is, steekt zij haar pootje door het gaas van de kattenren alsof ze een geheime handdruk uitvoeren. Hij flijt ertegenaan, zij doet een verlegen trilling met haar snorharen—het is bijna romantisch, maar dan op kattenniveau.

Fred en Nico, onze twee stoere kerels, vonden het in het begin allemaal prima. Sproetje was nog jong, nog wat slungelig, en dus volgens hen geen enkel gevaar. Bovendien is hij een ‘je-weet-wel-kater’, dus qua voortplantingsdrang is hij zo onschadelijk als een zak rijst. Hannah is trouwens óók geholpen, maar dat detail lijkt volledig langs Fred en Nico heen te zijn gegaan. Biologieles was blijkbaar optioneel.

De transformatie van Sproetje  

Maar ja, kleine katertjes worden groot. En Sproetje is inmiddels uitgegroeid tot een gespierde, behendige, zelfverzekerde tuinmarinier. Hij banjert door onze tuin alsof hij een inspectieronde doet. En ergens in die ontwikkeling hebben Fred en Nico besloten: 'Ho eens even. Dit gaat te ver. Hij blijft met z’n poten van ons meisje af!'

De Schutting-Showdown  

Gisteren zat Sproetje op de schutting, waarschijnlijk in de hoop op een romantisch moment met Hannah. Maar Nico had hem door. Met de elegantie van een ninja en de subtiliteit van een baksteen gaf hij Sproetje een mep. Niet hard, maar wel effectief. Sproetje kukelde de tuin van de buren in en rende vervolgens als een rode streep richting zijn eigen huis. Zijn trots gekrenkt, zijn ego gedeukt, zijn imago tijdelijk in de war. De rest van de dag zagen we hem niet meer.

De Wederopstanding  

Maar vanmorgen… daar was hij weer. Groter. Stoerder. Flinker. Alsof hij de hele nacht Rocky-films had gekeken. Hij ging pontificaal in het midden van de tuin zitten, precies op de plek waar je alleen gaat zitten als je een punt wilt maken. Zijn houding zei: "Probeer me hier maar eens weg te krijgen, jongens."

Fred liep langs hem heen, keek hem één keer aan en zette vervolgens zijn grote negeerhoed op. Hij wilde gewoon naar binnen voor zijn ochtendslaapje. Prioriteiten, hè.

Een onverwachte wending  

Tien minuten later kwam Nico de tuin in. Hij zag Sproetje. Stopte halverwege zijn stap. Zijn ene pootje bleef even in de lucht hangen, alsof hij een dramatische pauze inlaste. En toen… ging hij naast Sproetje zitten. Gewoon. Alsof ze al jaren samen op dezelfde middelbare school hadden gezeten en nu toevallig weer eens bijpraatten.

Ze keken elkaar even aan. Geen gegrom, geen gesis, geen machogedrag. Daarna liep Nico richting de deur van de ren, duidelijk met het idee: "Ik ga naar binnen. Doe ermee wat je wilt."  

Sproetje keek hem na, stond op, en wandelde vervolgens doodleuk de tuin weer uit.

Wie won er nou eigenlijk?  

Ik stond erbij en dacht: wie heeft hier nu gewonnen?

- Sproetje, omdat hij zonder confrontatie gewoon weer midden in de tuin zat?  

- Of Fred en Nico, die blijkbaar een gezamenlijke strategie hebben ontwikkeld: de Grote Negeertruc?

Misschien was het geen strijd, maar een diplomatiek overleg. Misschien hebben ze een wapenstilstand gesloten. Misschien is dit het begin van een kattenversie van Burenruzies & Bemiddeling.

En misschien—heel misschien—komt Sproetje morgen gewoon weer terug voor zijn dagelijkse portie Hannah.

Wat denk jij: is dit een beginnende vriendschap, een strategische wapenstilstand, of gewoon pure kattenlogica?


Blijf zacht,...miauw.




De Waslijn die Vier Jaar Geduld Had

Sommige kringloopvondsten zijn meteen een schot in de roos. Andere… hebben vier jaar nodig om hun roeping te vinden. Zo ook mijn uittrekbare waslijn, die jarenlang onderin een kast lag te wachten op haar glorieuze toekomst. En vandaag — geheel onverwacht — brak dat moment eindelijk aan. Dankzij manlief, een overkapping en een flinke dosis doorzettingsvermogen (én chaos in de schuur).

Ik denk dat het een jaar of vier geleden was dat ik bij de kringloop zo’n uittrekbare waslijn kocht. “Handig!” dacht ik nog. Misschien voor in de waskamer. Of de badkamer. Maar thuis bleek dat het ding eigenlijk nergens paste. Dus verdween het onderin de kast. Misschien….. ooit…dacht ik nog.

Tot vandaag.

Manlief kreeg namelijk het briljante idee om de waslijn buiten onder de overkapping te hangen. Perfect! Zo kan de was lekker buiten drogen zonder dat ik hoef te stressen over voorbijdrijvende buitjes die altijd nét vallen als ik even niet kijk.

De Schuur, de Chaos en de Heldhaftige Klusser

Onze schuur is… hoe zal ik het zeggen… een soort Bermuda-driehoek van gereedschap. Alles wat erin gaat, komt er óf nooit meer uit, óf pas na een lange zoektocht. Manlief had dus even tijd nodig om de juiste materialen bij elkaar te scharrelen.

En hoewel hij zich vandaag eigenlijk helemaal niet zo lekker voelt, ging hij tóch aan de slag. Ik zei nog dat het echt niet hoefde, maar nee hoor — hij wilde het per se vandaag af hebben.  

Om te voorkomen dat ik in de weg zou lopen (want dat is mijn verborgen talent tijdens klusprojecten), ben ik maar binnen aan de slag gegaan: was opvouwen, vaatwasser uitpakken, wasmachine aan… zo leverde ik ook mijn bijdrage.

De Dierenbrigade: Fred, Nico en de Onvermoeibare Hannah

Fred en Nico kozen meteen het hazenpad. Zodra wij klussen, zijn zij liever ergens anders.  Hannah daarentegen vond het allemaal reuze interessant.

Alles wat manlief oppakte, werd door haar zorgvuldig geanalyseerd, geclaimd en vervolgens triomfantelijk het huis in gedragen. Met een schroef in haar bekkie rende ze naar binnen om haar buit ergens te verstoppen.  

Manlief zuchtte, pakte gewoon een andere, en ging verder.  

Hannah zwaar teleurgesteld — want het leukste is natuurlijk als wij achter haar aan rennen om onze spullen terug te krijgen. Uiteindelijk vond ze het maar saai en ging slapen. Geen lol aan te beleven zo.

En nu?  

Nu hangt de was heerlijk in het zonnetje te wapperen. Met een briesje erbij is het drie keer zo snel droog als binnen. En hoewel ik zei dat het echt wel even kon wachten, ben ik stiekem hartstikke blij dat de waslijn eindelijk hangt.

En jij?

Heb jij ook van die kringloopvondsten die al járen wachten op hun grote debuut? Laat het me weten in de reacties — altijd leuk om te horen dat ik niet de enige ben met een kast vol “misschien ooit”-projecten!

Blijf zacht,..ook zonder wasverzachter




Ochtenddienst in Huize Beumer: waar de katten de baas zijn

Er zijn huishoudens waar de dag rustig begint. Een wekker die zachtjes piept, een slok koffie, misschien zelfs een momentje stilte. En dan heb je Huize Beumer — waar de dagstart wordt geregisseerd door drie katten met ieder hun eigen agenda, voorkeuren en duidelijke mening over hoe jij je ochtend zou moeten indelen. Jij hebt daar weinig over te zeggen.

Welkom in mijn ochtendritueel. Of, zoals de katten het noemen: de dagelijkse personeelsbriefing.


De brullende wekker genaamd Fred

Het is nog donker wanneer ik wakker schrik van een geluid dat het midden houdt tussen een oerkreet en een operazanger die zijn warming-up doet. Dat is Fred. Fred wil iets. En Fred wil dat nu. Eten. Naar buiten. Of allebei. De volgorde maakt hem niet uit, zolang het maar onmiddellijk gebeurt.

Gisteravond ben ik vroeg naar bed gegaan — een hele dag hoofdpijn doet dat met een mens — maar Fred had daar geen boodschap aan. Toch bleek het, toen ik beneden kwam, helemaal niet zo extreem vroeg te zijn. Sterker nog: hij had zich keurig gedragen. (Ik ken namelijk ook de vier-uur-of-half-vijf-ochtenden. Dan voel je je net een zombie met een kattenabonnement.)

Na een aai over zijn koppie en een welverdiend compliment kreeg hij zijn ontbijt en de deur naar buiten. Nico sloot zich aan bij de ochtendploeg en kreeg dezelfde behandeling. Hannah keek het allemaal aan met de blik van iemand die dacht: “Ze kruipt zo weer terug in bed.” En eerlijk? Dat was nog niet eens zo’n gek idee.

Ik probeerde het. Een half uurtje. Tot Fred — alias Meneer de Directeur — weer stond te zeuren dat hij naar binnen wilde. En ja hoor, plichtsgetrouwe dienares als ik ben, hees ik mezelf weer uit bed om hem binnen te laten.

Negeren, zoals alle kattenexperts adviseren? 

Vergeet het maar. Fred houdt dat rustig anderhalf uur vol. En met buren die hun slaap nodig hebben, is een brullende kattenwekker om vier uur ’s ochtends geen optie. Deze jaren ’50-woningen zijn namelijk gehorig genoeg om zijn ochtendaria perfect door te geven.

Binnenpret voor Hannah: de brokjes-speurtocht

Omdat Hannah alleen in de kattenren komt, moet ze binnenshuis worden uitgedaagd. Dus leg ik onder andere regelmatig een brokjes-spoor door de woonkamer. Zodra ze binnenkomt, gaat ze op zoek — compleet met lieve miauwtjes en tussendoor een paar kopjes tegen mijn benen. Ze is inmiddels zo ervaren dat ik steeds creatiever moet worden met verstopplekjes. Het is bijna een escape room, maar dan met snacks.

Nico en Fred hebben hun avontuur buiten al gehad. Nico kruipt nog even bij manlief in bed, Fred installeert zich op zijn vaste stoel en Hannah loopt haar route nog drie keer na om zeker te weten dat ze niets gemist heeft.

En dan, heel even, is er rust in Huize Beumer. De katten zijn tevreden, de koffie staat klaar, de gordijnen zijn open en ik heb mijn bammetje en pijnstillers binnen. De dag kan beginnen.

Tenminste… tot Fred besluit dat hij tóch weer iets wil.


Blijf zacht




Hannah, mijn zielsmaatje met snorharen

Hannah is geen gewone poes. Ze is mijn zielsmaatje in vacht, mijn dagelijkse cadeautje, mijn zenmeester op pootjes. Terwijl andere katten gewoon lopen, zweeft zij door mijn leven alsof ze een persoonlijke wolk heeft besteld bij de klantenservice van het universum. Altijd zacht, altijd aanwezig, altijd 100% zichzelf — iets waar ik nog regelmatig een cursus voor zou kunnen gebruiken.

Met die grote, onverstoorbare ogen kijkt ze me aan alsof ze precies weet hoe het zit met het leven. En eerlijk: soms geloof ik haar. Ze vraagt nooit iets, maar geeft ondertussen alles. Geen woorden, geen drama, geen voorwaarden. Alleen maar… Hannah. En dat blijkt verrassend genoeg meer dan genoeg.

In haar buurt valt alle ruis stil. De wereld wordt helder, kalm, liefdevol — en soms ook een beetje harig, maar dat neem ik voor lief. Haar trouw is geen toneelstukje; ze speelt geen rol. Ze is gewoon. Een zachte motor van waarheid, spinnend in de ruimte tussen mijn hart en haar stille aanwezigheid.

Hannah is geen huisdier. 

Ze is een stille kracht.

Een stukje hemel in kattenvorm.

En ik ben elke dag dankbaar dat ze hier woont — of nou ja, dat ik in haar huis mag verblijven.

En geloof me: ze heeft het hier uitstekend naar haar zin. Af en toe jaagt ze de jongens door het huis, puur voor de sport. Zij vindt dat een fantastisch spelletje; zij iets minder. Maar zodra ze besluiten dat het genoeg is geweest, krijgt ze haar plagerijtjes keurig terugbetaald. En dat accepteert ze dan weer met de waardigheid van een kleine, harige monnik. Want verder? Verder kan ze prima met ze opschieten hoor. Zolang iedereen maar begrijpt dat zij de spirituele leider van het stel is.

Blijf zacht als Hannah




Veel mensen zien katten ‘gewoon’ als huisdieren...


...of als gezellig gezelschap omdat ze niet alleen willen zijn. Maar voor mij zijn katten zóveel meer dan dat. Ik ben gefascineerd door hun zachte vacht (alsof ze permanent in een luxe badjas rondlopen), hun mysterieuze ogen en hun heerlijk eigenzinnige karakter. Ik hou van alle dieren, maar katten hebben een speciaal plekje in mijn hart. Met fluwelen kussentjes. En roomservice.

Katten hebben een sterke eigen wil en kunnen soms vreselijk koppig zijn — alsof ze een contract hebben getekend waarin staat dat ze minstens drie keer per dag iets moeten doen dat totaal onlogisch is. Maar juist dat maakt de band met hen zo bijzonder. Het vertrouwen, de genegenheid en de liefde van een kat ontvangen is bijna magisch. Een kat hééft namelijk niemand nodig. Die kan prima overleven zonder mens, in tegenstelling tot een hond, die na vijf minuten al denkt dat je voor altijd verdwenen bent. Dus als een kat ervoor kiest om bij jou te blijven,  heb je officieel een soort spiritueel diploma in ‘kattenvertrouwen’ behaald.

De band en spirituele connectie tussen mens en kat verdiept ons begrip van mystiek, magie en… tja, het eeuwige raadsel waarom ze midden in de nacht door het huis sprinten alsof ze auditie doen voor Ghostbusters. Door de geschiedenis heen hebben katten en mensen elkaar steeds weer gevonden en samen een complexe, bijna mythische relatie opgebouwd — eentje waarin wij hen aanbidden, en zij doen alsof dat de natuurlijke orde der dingen is. Mijn fascinatie voor katten komt niet alleen door hun schoonheid en het feit dat ze op een of andere manier altijd lekker ruiken (behalve wanneer ze zonodig een scheet moeten laten), maar ook omdat ze ons laten zien wat echte onafhankelijkheid is. En ze spiegelen onze emoties — soms subtiel, soms door gewoon op je laptop ,of zoals onze Nico in je nek, te gaan liggen.

Al deze dingen zorgen ervoor dat onze miniatuurtijgertjes ons blijven fascineren en inspireren. En dat de relatie tussen mens en kat zich blijft ontwikkelen. Terwijl de wereld om ons heen verandert, blijft één ding voor mij zeker: de speciale verbinding tussen kat en mens is onverwoestbaar. Gelukkig maar.

Blijf zacht..........spinnen