Baader-Meinhof of het universum

Oké, genoeg gejammer over haperende lijven, dwarse breinen en de mist die permanent in mijn hoofd lijkt te wonen. Tijd voor iets luchtigers.

In onze buurt woont een Manx. Voor wie nu denkt: “Een wat?” Een Manx is een kat van het eiland Man, beroemd (of berucht) omdat hij geen staart heeft. Ze zijn sociaal, lief, speels en passen prima in een gezin. Het beestje dankt zijn naam aan het manx‑gen, dat normaal de wervelkolom verlengt, maar bij deze katten dus… eh… een vrije dag heeft genomen. Die genetische afwijking ontstond ooit bij één kat, en dankzij een flinke portie eiland‑inteelt werd het al snel een lokale trend.

En nu loopt er dus al een tijdje zo’n staartloze schoonheid door onze buurt. Regelmatig wandelde ze onze tuin binnen alsof ze een reservering had. Dan gaf ik haar een paar brokjes — meestal vijf, want ik ben niet gek — en na wat kopjes verdween ze weer alsof ze een druk schema had. Wij noemden haar Truus, want we hebben werkelijk geen idee hoe ze echt heet. Maar sinds Hannah er is, hadden we Truus niet meer gezien.

Totdat we het erover hadden. En poef, daar was ze weer. Alsof ze een abonnement heeft op onze gesprekken.

Dat, dames en heren, is het Baader–Meinhof‑fenomeen. 

Het moment waarop je iets opmerkt — een woord, een persoon, een kat zonder staart — en het daarna ineens overal lijkt op te duiken. Niet omdat het er ineens meer is, maar omdat je brein besluit: “Aha, dit is relevant. Laat maar door.”

Ons brein is namelijk gebouwd om patronen te spotten. In de oertijd was dat handig: Waar is het eten? Waar zijn de roofdieren? Waar is die ene groepsgenoot die altijd te laat is — en waarschijnlijk weer bessen staat te eten? Zodra je ergens aan denkt, activeert je brein een soort interne radar. Het filtert normaal 99% van alle prikkels weg, maar zodra iets gemarkeerd wordt als belangrijk, floept het ineens overal op.

En omdat wij mensen kampioen zijn in patronen zien — zelfs als ze er helemaal niet zijn — denkt je brein al na twee toevallige herhalingen: "Aha! Een patroon! Het universum is weer bezig."  

Ik geloof daar ook graag in. Maar de wetenschap zegt iets minder romantisch dat het gewoon jouw aandacht is die ineens op scherp staat.

Hoe dan ook: hier zijn een paar alledaagse voorbeelden van datzelfde breintrucje.

Je denkt aan een automerk… en ineens zie je het overal

  • Je overweegt een Toyota Yaris.  
  • De volgende dag lijkt het alsof half Nederland in een Yaris rijdt.  
  • Die auto’s waren er al — jij kijkt nu gewoon beter.

Je leert een nieuw woord… en het duikt overal op

  • Je hoort voor het eerst “serendipiteit”.  
  • Diezelfde week hoor je het nog drie keer.  
  • Je brein heeft het woord nu op de VIP‑lijst gezet.

Je denkt aan iemand… en die persoon stuurt een bericht

  • Het voelt magisch:  “Ik dacht net aan haar, en nu appt ze!”  
  • Maar je denkt aan honderden mensen per week.  
  • Dat één van hen toevallig iets stuurt, valt nu extra op.

Je praat over een onderwerp… en ziet er daarna nieuws over

  • Je hebt het over zonnepanelen.  
  • ’s Avonds zie je een artikel over zonnepanelen.  
  • Niet omdat de wereld je afluistert — je brein luistert gewoon beter.

Je hoort een liedje… en daarna lijkt het overal te zijn

  • Je hoort een oud nummer op de radio.  
  • De volgende dag hoor je het in de supermarkt én op straat.  
  • Het liedje was er al, maar jij staat nu op dezelfde frequentie.

 - Wat al deze voorbeelden gemeen hebben -

Ze laten zien hoe sterk selectieve aandacht en de frequentie‑illusie zijn.  Je brein is geen camera die alles registreert — het is een portier die beslist wie er binnen mag.

En zodra iets op de gastenlijst staat, lijkt het alsof de hele wereld het ineens overal laat zien.


En nu maar hopen dat het universum niet besluit om ook mijn wasmand overal te laten opduiken.


Blijf zacht



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: