Confessions van een Niet-Poetser

 

Een poetser ben ik nooit geweest. Zal ik ook nooit worden. En eerlijk? Ik slaap daar geen seconde minder om. Begrijp me goed: het is hier thuis geen biologische oorlogszone. Je hoeft niet met laarzen en een helm naar binnen. Maar spik-en-span? Tja… laten we zeggen dat het huis en ik een functionele relatie hebben.

Eén keer in de zoveel tijd krijg ik zo’n vlaag van verantwoordelijkheid, pak ik mijn doekjes en middeltjes, en ga ik los. Dan blinkt alles weer nét genoeg om te kunnen zeggen: “Zo. Klaar. Prima zo.” Want het huis is er voor ons — niet andersom.

Vandaag was zo’n dag. Terwijl ik in de keuken de tegels stond af te nemen (met de energie van iemand die liever iets anders doet), dacht ik ineens terug aan een stel dat ik ooit kende. Mensen die zó schoonmaakfanatiek waren dat je bijna je eigen adem inhield als je bij ze op visite ging.

Je durfde amper “ja” te zeggen tegen een stukje taart, bang dat er een kruimel zou ontsnappen en de vrouw des huizes ter plekke zou bezwijken. Elk jaar werd de hele woonkamer opnieuw gewit, geschilderd én behangen. En eens in de twee jaar kwam er een nieuw bankstel binnen. Niet omdat het oude versleten was — nee, gewoon omdat het kon.

Het huis zag eruit alsof er nog nooit iemand had geleefd. Alles stond er alsof het onderdeel was van een showroom waar je vooral níet aan mocht komen. En oh wee als je een vaasje of beeldje een millimeter verkeerd terugzette.

Ik geef toe: ik deed dat expres. Elke keer. Gewoon een klein tikje. Een subtiel verschuivinkje. Een minieme sabotage. En elke keer hoopte ik dat het de volgende keer nog zo zou staan. Spoiler: natuurlijk niet.

Op een dag zaten we op een feestje — geen idee meer waarvoor — en zag ik tot mijn verbazing de heer des huizes met zijn handen over de keukentegels wrijven. Niet romantisch hoor. Nee, hij checkte of ze nog vetvrij waren.

En ik dacht:

“Wat doe je als ze níet schoon zijn? Ga je ze dan nu, midden in je eigen feestje, staan boenen? Of krijgt je vrouw straks op haar kop als wij weg zijn?”

En precies op dat moment, terwijl ik mijn eigen tegels stond af te nemen, moest ik lachen.

Weet je wat?

Ik stop ermee.

Het is mooi geweest.

De tegels zijn schoon genoeg.

En ik ook.

Blijf zacht voor je tegels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: