Soms verbaas ik me over mijn eigen psyche. En dat is knap, want ik woon er al jaren mee samen.
Neem nou dit: een kennisje van mij vindt zichzelf veel te dik. Ze deed haar beklag bij mij, en ik dacht: Nou ja zeg, wat een onzin! Want als ik haar zie, denk ik niet “jeetje wat ben jij dik,” maar eerder “jeetje wat heb jij een leuke jas.” Ze ziet er gewoon goed uit. Punt.
Feit is wel: ze is zwaarder dan ik. En dan komt het bizarre... ik vind mezelf wél te dik. Soms kijk ik in de spiegel en denk: “Hee jesses, daar mag wel een halve Margot vanaf.” Niet altijd hoor — meestal ben ik best content met mezelf. Ik ben nu eenmaal wie ik ben. Maar ik ben wel te dik. Vind ik.
En dan komt de mentale wipwap: waarom vind ik haar niet te dik en mezelf wel? Hoe kijken anderen dan naar mij? Waarschijnlijk zoals ik naar haar kijk. Liefdevol, mild, met een focus op de jas. Maar toch blijf ik mezelf te dik vinden. Mijn psyche heeft duidelijk een abonnement op de verwarring.
Dan nog zoiets: als iemand in mijn buurt ziek is, roep ik meteen: “Naar de huisarts! Beter een keer te veel dan te weinig!” Maar zelf loop ik al twee weken rond met een vermoedelijke blaasontsteking. Ik zeg wel elke dag: “Ja, ik moet écht even bellen.” En dan bel ik niet. Niet omdat ik een hekel heb aan de huisarts. Helemaal niet. Maar waarom dan wel? Geen idee. Mijn psyche is op vakantie, denk ik.
Mijn motto is: maak van je hart geen moordkuil. Tenminste, als anderen dat doen. Zelf ben ik meer van de moordkuil-met-tuinhek-en-wachtwoord. Ik hou van mensen die recht voor z’n raap hun mening geven. Heerlijk. Maar als ik zelf iets moet zeggen, komt het niet. Dan sta ik daar, met een hoofd vol woorden en een mond vol stilte. En een uur later denk ik: “Verdikke, dát had ik moeten zeggen.” Maar dan is het moment al lang gevlogen, samen met mijn adremheid.
En dan nog iets geks. Verliefd als ik ben, kan ik me nergens druk om maken wat betreft de gewoontes van mijn schatje. Kastdeuren open? Prima. Lades open? Gezellig. Lampen aan in lege kamers? Romantisch. Ik doe ze wel dicht of uit, zonder morren. Maar als iemand anders dat doet? Dan denk ik: “Doe eens normaal, dat is toch niet zo veel gevraagd?”
Mijn psyche knikt dan tevreden: inconsequentie is ook een vorm van liefde.
Blijf zacht

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: