Adrenaline is geen levensstijl (blijkbaar)



Er zijn van die dingen die je al lang weet, maar waar je liever niet te veel bij stilstaat. Voor mij was dat fibromyalgie. De klachten begonnen toen ik zestien was, de diagnose kwam op mijn zesentwintigste. Inmiddels ben ik zestig, en als ik terugkijk zie ik vooral één ding: ik heb jarenlang keihard genegeerd wat mijn lijf me probeerde te vertellen.

Ik leefde op adrenaline. Letterlijk. Ik was de koningin van “doorgaan”, “komt goed” en “even doorbijten”. Mensen zagen nooit hoeveel pijn ik had of hoe uitgeput ik was. En als ik er echt doorheen zat, dan trapte mijn lijf gewoon nog wat extra adrenaline in. Handig, tot het niet meer handig was.

In 2006 overleed mijn toenmalige partner plotseling. Vanaf dat moment ging ik nóg harder rennen. Van stay‑at‑home pleegmoeder naar fulltime werken, vaak meer dan veertig uur per week. Mijn contract zei 32 uur, maar mijn adrenaline zei: “Kom maar, ik doe er nog een schepje bovenop.”

En toen kwam manlief. Hij trok bij ons in, nam taken over en gaf me rust. En precies op dat moment dacht mijn lijf: “Mooi. Dan gooien we nu de stekker eruit.”  

Het resultaat? Een complete shutdown. Een burn‑out waarvan de huisarts zei dat hij die al veel eerder had verwacht. Ik niet, natuurlijk. Ik was toch degene die altijd lachte, praatte en doorging?

Ik werkte toen als taxichauffeuse. De dag voor ik uitviel bracht ik acht kinderen naar school. Ik herinner me alleen het ophalen; de rest is weg. De volgende ochtend begon mijn lijf te trillen alsof ik op een ijsplaat stond. Rijden lukte niet meer. Thuis stortte ik in.

Daarna kwam de mallemolen: ziekmelden, huisarts, ongeloof, geen antidepressiva willen, contract niet verlengd. Mijn dagen bestonden uit slapen, douchen, eten en huilen. Manlief zorgde voor me alsof ik een uitgeputte huisplant was die vooral niet te veel zonlicht moest krijgen.

Heel langzaam kwam ik weer een beetje boven water. De pijn bleef, maar ik leerde ermee omgaan. Na talloze gesprekken en keuringen werd ik afgekeurd. Iedereen vond dat logisch, behalve ik. Het voelde alsof alle vooruitgang onder me vandaan werd getrapt.

Gelukkig bleef manlief me laten zien dat ik ook zonder baan waardevol was. Ik pakte mijn hobby’s weer op, vond plezier in thuis zijn en ontdekte dat rust geen vijand is maar een bondgenoot.

Mijn vertrouwen in mensen had wel een flinke deuk opgelopen. Vriendinnen die geen vriendinnen bleken, pleegkinderen die weg moesten, mensen die me lieten vallen. “Wat ben je veranderd,” zeiden ze. Ja — ik kwam eindelijk voor mezelf op. Dat was even wennen.

Controle houden was altijd mijn manier geweest om grip te krijgen op een leven dat vaak oncontroleerbaar was. Toen de burn‑out toesloeg, verloor ik die controle volledig. Ik moest leren vertrouwen op anderen. Hulp vragen bleek geen zwakte, maar een noodzakelijke les.

Loslaten blijft lastig. Maar ik heb geleerd dat accepteren wie ik ben — inclusief mijn behoefte aan controle — minstens zo belangrijk is als proberen die controle op te geven. En eerlijk? Dat inzicht heeft me meer rust gegeven dan al die jaren adrenaline ooit heeft gedaan.

Blijf zacht




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: