Het was weer zo’n nacht waarvan je denkt: ach gezellig, mijn brein heeft een feestje georganiseerd en ik was niet uitgenodigd. Ik werd ongeveer twintig keer wakker, steeds na een powernap van drie minuten met een droom die nergens op sloeg.
Eerst zag ik Manlief serieus in gesprek met Captain Kirk én Spock (ben ik dan nu écht oud?). Daarna zat ik ergens te eten en kreeg ik een stuk karton tussen mijn tanden dat zich daar permanent leek te willen vestigen. En zo ging het de hele nacht door: droom, zweet, Vitruviushouding aannemen om af te koelen, omdraaien, opnieuw beginnen. Ik was basically een menselijke draaimolen.
Je zou denken dat ik ’s ochtends compleet gesloopt zou zijn, maar gek genoeg valt dat mee. Blijkbaar telt al die versnipperde slaap toch op. Al zou ik best eens willen weten hoe het voelt om één lange, volwassen, degelijke nacht te hebben.
Rond een uur of vier werd ik weer wakker, maar dit keer hoorde ik buiten twee merels een soort zangwedstrijd houden. Ik dacht nog: hebben die vogels geen winterjas? Maar eerlijk: ik kan daar zó van genieten. Terwijl ik lag te luisteren naar hun duet, dommelde ik weer weg en sliep tot half negen — zonder rare dromen, zonder karton, zonder Star Trek-cameo’s.
Misschien moet ik voortaan maar met een vogelgeluiden-cd naar bed. Wie weet wat voor nachtrust ik dan krijg. Misschien word ik dan zelfs maar tien keer wakker.
Blijf zacht,...slapen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: