De tuin die ons weerspiegelt

Sommige mensen hebben een strak ontworpen tuinplan. Wij hebben… goede bedoelingen. En een border die daar hartelijk om moet lachen.

Tuinen

Er bestaan ontelbaar veel soorten tuinen. Romantische tuinen, strakke tuinen, rommelige tuinen, klassieke tuinen, betegelde tuinen (wat mij betreft heet dat gewoon een binnenplaats, maar goed) — en ga zo maar door. De mogelijkheden zijn eindeloos, net als de smaken.

Tot welke stijl onze tuin behoort? Geen idee. Als ik het een naam moest geven, zou het waarschijnlijk de we-rotzooien-maar-wat-aan-tuin zijn. Gelukkig kan manlief niet zo goed tegen totale chaos, dus hebben we een paar rechte lijnen om de illusie van structuur te bewaren: het terras is recht, het pad is recht, de linkerborder is recht en zelfs onze 1,5 vierkante meter gras staat keurig in het gelid. De rest is een charmant, georganiseerd rommeltje.

Elk jaar nemen we ons voor om de borders eens écht strak te houden. En elk jaar mislukt dat grandioos. Halverwege het groeiseizoen komen we namelijk altijd planten tegen waarvan we denken: oh, maar dat is goed voor zus-en-zo beestje, laat maar staan. Gevolg: een border die eruitziet alsof hij zelf zijn leven leidt. Ik vermoed dat de gemiddelde hovenier hier lichte hartkloppingen van krijgt. Tenzij het een ECO-hovenier is — al zou die waarschijnlijk eerst ons grasveldje verwijderen en er een vijver in planten.

Dat doen we dus niet. De zon staat hier zó lang te bakken dat zo’n vijver binnen de kortste keren verandert in erwtensoepgroen. Ja, ja, ik weet dat je dat kunt oplossen met pompen en natuurlijke filtersystemen, maar onze tuin is te klein en wij zijn te gammel om dat allemaal te onderhouden. Het moet wel behapbaar blijven.

Wat wél gelukt is: de hoogtes. Achterin hoog bij de schutting, en dan glooiend naar beneden richting het mini-grasveldje. Tenminste… dat was de bedoeling.

In onze tuin staat werkelijk van alles door elkaar. Gecultiveerde planten en inheemse planten wisselen elkaar vrolijk af. We letten wel op of ze belangrijk zijn voor bijen, hommels en vlinders. En sommige planten zijn gewoon essentieel als waardplant voor allerlei beestjes. Onze buren zouden waarschijnlijk een hartverzakking krijgen als ze wisten dat we een aangewaaide brandnetel hebben laten staan.

Natuurlijk weten we dat we volgend jaar weer allerlei woekeraars moeten verwijderen. Dat maakt het soms zwaar, maar ook leuk. We hebben één regel: elk jaar halen we minstens driekwart van de woekeraars weg. De rest mag blijven en zijn ding doen.

Zo hebben we Stinkende gouwe en Robertskruid in de tuin. Die vonden het op een gegeven moment wel héél gezellig bij ons. Vooral de Stinkende gouwe dook overal op. Bij elk inspectierondje zie ik er wel een paar. Ik trek er steeds wat uit — niet alles, en nu al helemaal niet meer, want ze zijn belangrijk voor de rupsen van verschillende nachtvlinders.

En dan nog de huis-, tuin- en keukenmedicijnen:   Robertskruid is geweldig om de huid te kalmeren na een insectenbeet.  Het oranje sap van Stinkende gouwe helpt tegen likdoorns en wratten.  Maar pas op: datzelfde sap kan je huid en slijmvliezen ook flink irriteren.

Dat we iets goed doen, blijkt uit de diversiteit aan insecten en andere beestjes. Ik heb ze vast niet allemaal gezien, maar ik heb zeker tien verschillende spinnensoorten gespot. Allerlei kevertjes, twee (misschien drie) soorten mieren, zweefvliegen, hommels, bijen, miljoen- en duizendpoten… te veel om op te noemen.

Dat er verschillende soorten huisjes- en naaktslakken wonen, wisten we al. Maar sinds afgelopen weekend — dankzij onze superspeurneus-kleinzoon — weten we dat er ook kleine puntige slakjes wonen: de Grote clausilia. Een nogal hoogmoedige naam voor een beestje van één centimeter. Een nuttig beesie, want het eet dood plantmateriaal, algen en schimmels.

Ik kan nog wel even doorgaan met opsommen wat er allemaal leeft, maar daar begon mijn verhaal eigenlijk helemaal niet over. Ik wilde schrijven over de verschillende soorten tuinen, maar tijdens het typen kwam ik erachter dat me dat eigenlijk helemaal niet boeit.

Een tuin mag je persoonlijkheid weerspiegelen. En als onze tuin een weerspiegeling is van ons, dan zijn wij waarschijnlijk net zo boeiend en chaotisch als de tuin zelf.

En zo rommelen we vrolijk verder, elke dag opnieuw verrast door wat er groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.


Blijf zacht





.