Zwaaien, buigen en een vleugje misverstand

In alle windstreken van de wereld gebruiken we het: lichaamstaal..........

Maar het wonderlijke is dat wat voor jou en mij volkomen normaal voelt, in een andere cultuur zomaar als belediging kan landen.

Stel: je bent op bezoek bij een Turkse familie. Je gaat zitten, slaat gedachteloos je benen over elkaar en laat daarbij je voetzolen zien. Jij denkt: “Ik zit gewoon comfortabel.” Zij denken: “Waarom toont ze disrespect?”  

De sfeer slaat om, en jij hebt werkelijk geen idee waarom.

Zo gaat het overal.

Een Nederlandse moeder zegt streng: “Kijk me aan als ik tegen je praat.” In Japan is juist wegkijken beleefd.

Een Italiaan praat met zijn hele bovenlijf en wij denken dat hij een Boeing probeert binnen te zwaaien.

In Noord‑Europa moet je niet zomaar iemand knuffelen — dan ga je dwars door iemands privégrens heen.

Het gekke is: wij Nederlanders leren graag talen om met iedereen te kunnen praten, maar lichaamstaal vergeten we steevast. De biologische signalen kennen we allemaal: lachen, fronsen, armen over elkaar. Maar de culturele varianten? Die zijn zo divers dat je er bijna een atlas voor nodig hebt.

Daar zit iets fascinerends achter.  

Lichaamstaal is ooit ontstaan uit pure noodzaak. In kleine gemeenschappen ontwikkelden mensen hun eigen manieren om veiligheid, respect of hiërarchie te tonen. Wat in de ene regio een vriendelijk gebaar was, kon in een andere streek juist een waarschuwing betekenen.

En omdat die gewoontes generaties lang werden doorgegeven, zijn ze nu zo diep ingebakken dat we ze vaak niet eens meer herkennen als “aangeleerd”. Ze voelen als natuur, terwijl het cultuur is.

Misschien is dat wel het grootste misverstand van allemaal:  we denken dat we dezelfde taal spreken, omdat we dezelfde lichamen hebben. Maar in werkelijkheid lopen we de hele dag door elkaars zinnen te vertalen zonder dat we het doorhebben. We lezen wenkbrauwen alsof het ondertitels zijn, we interpreteren handgebaren alsof het verkeersborden zijn, en we vullen stiltes in alsof we een kruiswoordpuzzel oplossen.

Soms gaat dat goed — en soms totaal niet, zoals wanneer je enthousiast terugzwaait naar iemand die helemaal niet naar jou zwaait.

Misschien is dat wel waarom lichaamstaal zo’n verraderlijk ding is: we communiceren niet met gebaren, maar met aannames. Iedereen loopt rond met zijn eigen interne woordenboek, dat niemand ooit heeft uitgegeven. Het is een wonder dat we elkaar überhaupt nog begrijpen. Ik denk dat dat ook precies is waarom het zo ontroerend is als het wél lukt.

En zelfs binnen één land verschillen ze. Niet elke Turk vindt voetzolen beledigend. Soms is het opvoeding, soms traditie, soms gewoon een familiegewoonte.

Misschien zijn er vroeger wel oorlogen begonnen omdat iemand per ongeluk het verkeerde gebaar maakte.

Uiteindelijk kom ik dan uit bij één woord: begrip.

Niet het soort begrip dat zegt: “Ik snap het volledig”, maar het soort dat zegt: “Ik wil het proberen te snappen.”  Het soort dat ruimte maakt voor de ander, zonder dat je jezelf hoeft op te vouwen als een origami‑kraanvogel.

Begrip is eigenlijk de enige taal die overal werkt — zelfs als je elkaars gebaren totaal verkeerd leest.

Begrip is universeel.

Alleen jammer dat lichaamstaal nog steeds geen gebruiksaanwijzing meelevert.


Blijf zacht naar elkaar kijken





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: