De buren zitten ook buiten en kletsen er vrolijk op los. Op het dak van de achterburen zit een duif te koeren, hopend op antwoord. Vooralsnog blijft het stil, waardoor zijn roep steeds indringender wordt. Het tovert een glimlach op mijn gezicht.
Ik zit met mijn voeten op een andere stoel. Mag eigenlijk niet met een klapvoet, maar ja… eventjes. Aan mijn voeten ligt Fredje op diezelfde stoel heerlijk te slapen. Buikje vol, tevreden kat.
Ik geniet van de kleuren, vormen en groeiwijzen in de tuin. Het knalgeel van de grote Tagetes naast het feloranje van de Goudsbloemen is een lust voor het oog. De rood-witte bloemetjes van de Salvia Hotlips naast het paarsblauw van de Kogeldistels, met daaronder weer gele en oranje Goudsbloemen. Daartussen de fijne witte aren van de Marokkaanse munt. Je zou het zelf eens moeten zien: vijftig tinten groen, zoveel verschillende bladvormen. Ik raak niet uitgekeken.
Maar ik zie — helaas? — ook iets anders: heel veel plantjes die we níet in de tuin willen hebben. Het zogenoemde ‘onkruid’. Het liefst zou ik de hele tuin in één keer aanpakken, maar de energie laat dat nog niet toe. Daarom heb ik de tuin in denkbeeldige, behapbare stukken verdeeld. Die ga ik stuk voor stuk doen. Tenminste… dat is het plan.
Vandaag hebben we samen de boompjes in de voortuin een snoeibeurt gegeven en wat rommeltjes opgeruimd. En ik merk dat dat veel is. Nog té veel eigenlijk. Hoe ik de achtertuin ga aanpakken, weet ik dus nog niet.
Vooralsnog geniet ik ook van het onkruid, want er staan best mooie exemplaren tussen. Hanepoot, Ruw beemdgras — prachtig tussen al die bloemen. En hier en daar een Melkdistel. Ach, die kan na de bloei weg, nog voordat hij zaad zet. Kan ik er toch nog mooi van genieten.
Ondertussen zijn de buren naar binnen vertrokken en is het stil buiten. Heel stil. Heerlijk. Ik blijf nog even zitten, tot het te fris wordt. Nog een tweede bakkie bruin, en dan ga ik naar binnen. Manlief geeft ondertussen een paar behoeftige plantjes water en komt daarna ook naar binnen. Even op de bank, en met grote waarschijnlijkheid straks weer de tuin in.
En zo schuift de dag vanzelf richting avond. De tuin ademt uit, ik adem mee. Alles heeft zijn plek — de bloemen, het onkruid, de duif, Fredje, mijn klapvoet, mijn energie. Het is goed zo. Morgen zie ik wel weer verder. Vandaag was precies genoeg.
Blijf zacht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: