Over zes dagen word ik eenenzestig. Dan zit mijn paarse jaar erop. Het jaar van rustiger vuur, dieper inzicht, mildheid, een beetje magie, een beetje melancholie en zelfs een beetje koninklijke waardigheid.
(Al blijft mijn innerlijke koningin soms gewoon met haar pantoffels aan op de bank zitten. Maar goed, ook royalty heeft recht op comfort.)
De weg die ik achter me heb, is langer geworden dan de weg die nog voor me ligt. En op de een of andere manier verandert dat besef je kijk op alles.
Je gaat anders prioriteren. Minder rennen. Meer kijken. En soms zelfs luisteren naar je eigen lichaam — al heeft dat lichaam de neiging om adviezen te geven op momenten dat ik er totaal geen zin in heb.
Dit afgelopen jaar heeft mij veranderd. Mijn gedachten. Mijn perspectief. Mijn relatie met mijzelf. Mijn houding. Zelfs de manier waarop ik mijzelf in de spiegel zie.
(Die spiegel is trouwens een harde werker. Hij geeft geen complimenten, maar wel altijd heeeeeel eerlijke feedback.)
Dit jaar was niet alleen mooi, maar ook bewogen.
Het was het jaar waarin wij afscheid moesten nemen van Nico — onze lieve zwarte metgezel, die altijd precies wist wanneer manlief een knuffel nodig had.
Rouw verandert je lichaam ook. Het nestelt zich ergens tussen je ribben en je ademhaling, en soms zelfs in je stap.
Misschien is dat waarom ik nu met een klapvoet zit.
Alsof mijn lichaam zei: “We gaan even anders lopen, want er is veel gebeurd.”
Dus loop ik anders. En ga ik vandaag naar een EMG, en daarna misschien nog meer onderzoeken, en daarna vast weer nieuwe woorden leren die ik nooit had willen kennen.
Het is niet dramatisch — het is gewoon het leven dat zich laat horen.
Soms zacht, soms luid, soms via een zenuw die besluit even niet mee te werken.
Juist door dit soort dingen heb ik veel geleerd.
Over mezelf. Over anderen. Over hoe mensen reageren als je kwetsbaar bent, en hoe je zelf reageert als je lichaam een andere route kiest dan je hoofd.
Ik heb geleerd dat mildheid geen luxe is maar een noodzaak.
En dat je soms pas ziet hoe sterk je bent, wanneer je even niet zo stevig staat.
De afgelopen twee jaar ben ik 20 kilo afgevallen. Niet omdat ik op een of ander dieet ben hoor. Geen shakes, geen schema’s, geen “summer body loading”-gedoe.
Ik krijg gewoon volledige maaltijden niet meer naar binnen. Ik zit heel snel vol en heb dan tweeënhalf uur later weer trek. Met als resultaat dat ik nu zes kleine maaltijdjes op een dag nuttig in plaats van drie stevige maaltijden. Dat schijnt te werken.
Snaaien en snoepen doe ik nog nauwelijks. En de longontsteking die we opliepen hielp daar ook niet echt bij. Het was nou niet bepaald een geschenk voor mijn gezondheid, mijn kracht en mijn energie.
En als ik heel eerlijk ben… is het afvallen ook niet altijd een geschenk geweest voor mijn zelfvertrouwen.
Je denkt: "hoera, lichter!"
Maar soms voelt het meer als: "waar is de rest gebleven, en heeft iemand haar gezien?"
Ik had eigenlijk al zo’n beetje vrede gesloten met het lichaam waarin ik leef. Ik had al bijna geleerd om aardig voor haar te zijn.
Om haar te accepteren. Om de huid te waarderen die me trouw door elk seizoen heeft gedragen.
Maar toen veranderde ze weer. En moest ik haar opnieuw leren liefhebben.
(Weer een nieuwe relatie met mezelf. Ik hoop dat deze minder onderhoud vergt dan mijn kamerplanten. Die het overigens niet al te best doen nu. Maar dit terzijde)
Dit lichaam kent de waarheid.
Het herinnert zich elke berg die ik heb beklommen… vooral de bergen die niemand ooit heeft gezien.
Het herinnert zich afwijzing. Het verlangen om geaccepteerd te worden. De pijn van het verlangen om geliefd te worden. De last van angst. De uitputting van het simpelweg overleven.
Maar het herinnert zich ook iets anders.
Het herinnert zich genezing. Het herinnert zich dat ik hoop koos toen opgeven makkelijker zou zijn geweest.
Het herinnert zich hoe ik ben geworden.
Soms vergeten onze gedachten hoe ver we zijn gekomen. Maar onze lichamen nooit.
Niet omdat het perfect is. Niet omdat het niet getekend is door de tijd, tranen, operaties, klappen, littekens of verhalen.
Maar omdat het me door elk hoofdstuk… elke hartbreuk… elke overwinning… elk begin… nooit heeft losgelaten.
(En dat is best een prestatie, want ik ben niet altijd de makkelijkste om aan vast te houden.)
Ik denk dat dat is wat schoonheid werkelijk is.
Niet perfectie.
Maar een leven dat trouw geleefd is in de huid die je nooit in de steek heeft gelaten.
Dus vandaag leer ik mezelf opnieuw met mildere ogen te bekijken.
Elk litteken te eren, elke huidverkleuring, elke rimpel, elke imperfecte ronding.
Want het zijn geen gebreken.
Het zijn bewijzen dat ik geleefd heb — soms elegant, soms chaotisch, maar altijd met volle inzet.
Als dit mijn huis is, dan heb ik er verdomd goed in gewoond.
Blijf zacht, en geniet van het leven — wat het je ook voor de voeten gooit.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: