We hebben het allemaal wel eens ergens opgevangen: six seven. Of gewoon 67.
En ik zal eerlijk zijn: als 60‑jarige miep had ik werkelijk géén flauw benul waar het over ging. Dus ik dook erin — gewapend met nieuwsgierigheid, leesbril en een mok koffie. (Wat anders)
En wat blijkt? “67” betekent… helemaal niets. Noppes. Nada. Het is een absurde grap die jongeren gebruiken omdat het juist nergens op slaat.
- Iemand zegt iets geks → “67.”
- Gesprek valt stil → “67.”
- Extra dramatisch effect → wiebel met je handen alsof je een denkbeeldige weegschaal vasthoudt.
Het is een inside‑joke die iedereen onder de 20 begrijpt en iedereen erboven tot lichte paniek brengt. Precies zoals jeugdtaal bedoeld is.
Jeugdtaal is van alle tijden
Hoewel wij soms denken dat de jeugd van tegenwoordig compleet nieuwe fratsen uithaalt, is dit al meer dan een eeuw aan de gang. Elke generatie verzint zijn eigen wachtwoorden, geheimtaaltjes en modetermen.
1900–1930 Bargoens en Jiddisch waren de inspiratiebronnen. Jongeren zeiden mazzel, jatten, gappen, bink, snuiter.
1930–1940 Cabaret, de Jordaan en straattaal: pik, klojo, sufferd, deugniet.
Jaren ’50 Rock-’n-roll! Stoer, dijk van een meid, kletsmeier, sodeju. (Die laatste gebruik ik zelf ook met liefde.)
Jaren ’60 Hippies en Amerikaanse invloeden: cool, hip, chickie, gozer, vette bak.
Jaren ’70 Vrijheid, disco en subculturen: te gek, gaaf, mafkees, wreed, kicken.
Jaren ’80 Punk, new wave en gabbers: vet, relax, doe ff normaal.
Jaren ’90 Ironie en desinteresse: duhhh, boeiuh, wazig, gast.
2000 Internettaal explodeert: WTF, OMG, fail, random, nice.
2010 Meme‑cultuur: YOLO, swag, cringe, lit, savage, goals.
2020–nu TikTok en hyper‑ironische humor regeren: six seven, rizz, cap/no cap, slay, sigma, ick, gyatt.
Wat er veranderde — en wat hetzelfde bleef
Vroeger kwamen woorden uit Bargoens, dialect en straattaal.
Nu komen ze uit TikTok, memes en kleine online communities.
Vroeger duurde het jaren voordat een woord populair werd.
Nu gaat het sneller dan je “algorithm” kunt zeggen.
Vroeger bleven woorden lang hangen.
Nu is een term soms al passé voordat jij hem hebt leren uitspreken.
Vroeger waren woorden beschrijvend.
Nu zijn ze vaak ironisch, absurd of bewust nonsens.
Vroeger kwamen ze uit subculturen zoals hippies en punks.
Nu ontstaan ze in groepjes op TikTok en Discord.
Kortom: de bron verandert, de snelheid verandert, maar het principe blijft hetzelfde. Jongeren willen zich onderscheiden — en taal is hun favoriete speeltuin.
Waarom jeugdtaal belangrijk is
Wij kunnen het soms maar raar vinden, maar jeugdtaal heeft wél degelijk een functie.
1. Het creëert groepsgevoel. Woorden als slay, duhhh, boeiuh of six seven zijn eigenlijk geheime wachtwoorden. Je hoort erbij — of niet.
2. Het vernieuwt de taal. Denk aan cool, chill, vet, gaaf. Ooit jeugdtaal, nu doodnormaal.
3. Het stimuleert creativiteit. Jongeren vervormen woorden, lenen woorden, maken ironische of absurde termen. Soms is het bijna kunst.
4. Het weerspiegelt de tijdgeest. Ben je stoer? Sigma. Vind je jezelf grappig? Skibidi. Voel je je nonchalant? Bro.
5. Het is goud voor taalonderzoek. Taalwetenschappers smullen ervan. Het laat zien hoe cultuur en groepen zich ontwikkelen.
Waarom volwassenen beter voorzichtig kunnen zijn met jeugdtaal
Het is niet verboden — maar het voelt vaak onnatuurlijk, geforceerd of ronduit cringe. En dat is logisch.
Jeugdtaal werkt alleen als volwassenen het níét gebruiken.
Het is bedoeld om grenzen te trekken tussen "wij” (jongeren) en “zij” (ouders, leraren, iedereen boven de 25)
Als wij het gaan gebruiken, is de magie weg. En dan verzinnen ze gewoon weer iets nieuws. Waarschijnlijk iets als “104” (OneOFour) of “blieptastisch”. Je weet het nooit.
En ach… als ik het straks allemaal weer niet meer begrijp, dan roep ik gewoon vrolijk “67!” en hoop ik dat niemand doorheeft dat ik het alweer kwijt ben.
Blijf zacht,.......Wajoooooo!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: