Ik zie ze vaak langskomen: die stoere berichtjes en reels over hoe wij, generatie X, toch maar mooi alle ontberingen van vroeger hebben overleefd. En ja hoor, ik behoor er zelf ook toe. Wij hadden geen internet, geen mobieltjes, geen vriendjes met messen of andere ellende in hun broekzak. Wij speelden gewoon buiten. We kregen ruzie, maakten het weer goed, en haalden vriendjes thuis op — en als die niet thuis bleken te zijn, dan verzonnen we ter plekke wel een nieuw levensdoel. Verveling? Dat deden we met toewijding.
Er werd binnen gerookt, in de auto gerookt, en gordels waren meer een vrijblijvende suggestie dan een veiligheidsmaatregel. Had ik gedoe met een leerkracht, dan was de conclusie meestal simpel: eigen schuld, dikke bult. En toch… we leven nog.
De spiegel die we liever overslaan
Tegenwoordig lees ik minstens zo vaak hoe verdorven de jeugd van nu wel niet is. Ze vechten, schelden, zijn brutaal, stelen en wat al niet meer. Maar dan komt bij mij toch een oprechte vraag bovendrijven: wie heeft die kinderen eigenlijk opgevoed? Als onze eigen jeugd zó geweldig was, waarom hebben we dat dan niet massaal doorgegeven?
En dan kom ik dit citaat tegen:
“De jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, slechte manieren, minachting voor het gezag… Jonge mensen staan niet meer op als een oudere binnenkomt, spreken hun ouders tegen, houden niet hun mond in gezelschap en tiranniseren hun leraren.”
Socrates. Rond 400 voor Christus. Dus ja — de jeugd was toen óók al naar de knoppen. Gelukkig maar.
Iedere generatie haar eigen blinde vlek
Het lijkt erop dat oudere generaties altijd twijfelen aan de kwaliteiten van de jongere. Het is een soort traditie, net als gourmetten met kerst of klagen over het weer. Elke generatie heeft haar eigen blinde vlekken, maar ziet die van de ander haarscherp.
Mijn generatie groeide op in een wereld waarin gezinsvormen veranderden en de eerste technologische revoluties zich aandienden. Beide ouders waren vaker aan het werk of anderszins druk, waardoor zelfstandigheid bijna vanzelfsprekend werd. Werkzekerheid was minder stabiel dan voorheen; wij X’ers leerden al jong hoe je soepel schakelt tussen kansen en risico’s.
Misschien is dat wel de kern: iedere generatie doet het met de wereld die zij aantreft. En die wereld verandert sneller dan wij soms kunnen bijbenen.
Ik denk dat het tijd is dat we stoppen met wijzen, en beginnen met kijken. Écht kijken.
Wat zie jij als je écht naar de jeugd van nu kijkt?
Blijf zacht

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: