............. en je lijf zegt: “Ik zal je eens laten zien wat overmoed is.”
Zelfs na 44 jaar chronische pijnen trap ik er soms nog steeds in.
Gisteren bijvoorbeeld. De ramen moesten nodig gelapt worden — en omdat onze bank precies zo staat dat elke ramenlapper spontaan een WA-verzekering zou willen afsluiten, moest ik met één voet op de leuning en de andere op de vensterbank gaan staan. Met mijn ene hand het kozijn vast, met de andere het raam. Een soort huis-tuin-en-keuken-acrobatiek waar ze bij Cirque de Soleil jaloers op zouden zijn.
En omdat ik al dagen best goed ging, dacht ik: dit doe ik even in een handomdraai.
Nou, die handomdraai heeft me vanmorgen bijna de adem benomen. De spieren over mijn schouderbladen protesteren zo luid dat ik even dacht dat er iets mis was met mijn longen. Ademhalen doet zeer. Lachen doet zeer. Denken doet zeer. Kortom: mijn plan om vandaag lekker verder te gaan kan de prullenbak in.
Waarom trap ik daar toch steeds in?
Omdat je lichaam en je brein niet in dezelfde tijdlijn leven. Mijn brein onthoudt vooral de goede dagen. Op zo’n dag denkt het: “Hé, ik kan dit! Ik ben toch niet zó beperkt.” Mijn lichaam onthoudt vooral de klappen. En die komen pas later — als een vertraagde rekening van dingen die ik nooit besteld heb maar wel moet betalen.
Die ramen lappen is geen gebrek aan ervaring. Het is hoop + menselijkheid + een vleugje koppigheid. En precies die combinatie heeft me al 44 jaar door de pijn heen geholpen.
Ik wil ook gewoon meedoen met het leven.
Niet altijd hoeven plannen, doseren, nadenken. Soms wil ik gewoon een raam lappen zonder strategisch overleg met mijn lijf.
Goede dagen voelen verraderlijk normaal. Mijn lichaam fluistert dan niet: “Pas op.” Het zwijgt. En ik denk: “Misschien kan het vandaag wél.”
En nu?
Nu mag ik rust nemen zonder schuldgevoel. Warmte op de pijnplekken, zacht bewegen, en vooral: niet doen alsof ik gefaald heb.
Want eerlijk is eerlijk: die ramen zijn wél mooi schoon.
Dat telt ook.
Zelfs na 44 jaar geloof ik nog steeds in mogelijkheden, niet in beperkingen. Dat mijn lijf daar niet altijd aan meewerkt… tja. Daar kan ik weinig aan doen. Of nou ja — jaaaa hoor, natuurlijk kan ik daar iets aan doen. Dit soort klusjes aan anderen vragen, bijvoorbeeld. Ik had manlief kunnen vragen maar die worstelt al een paar dagen met een verrot tuinhek, splinters en een klemblaar. En ik had ook kunnen wachten op iemand anders. Maar dat zit nu eenmaal niet in de aard van het beestje.
En dus stond ik gisteren te stuntelen op bank en vensterbank — en zit ik nu met de gebakken peren.
Maar goed, iemand moet het leven toch een beetje glans geven niet waar?
Blijf zacht, vooral voor jezelf

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: