Waar stenen verhalen bewaren.

Ik maakte in 2022 deze tekening.

Soms vind ik het heerlijk om zomaar wat door de stad te dwalen. Geen doel, geen haast, alleen maar mijn voeten die het werk doen. Tenslotte liggen hier niet mijn roots, maar inmiddels woon ik al bijna veertien jaar in dit heerlijke stadje, en hoe langer ik hier ben, hoe meer ik me laat verleiden door de geschiedenis die overal onder de stenen ligt. Er valt zoveel te leren, zoveel te ontdekken — en soms ook gewoon te voelen.

Je hebt van die dagen dat je door een straat loopt en denkt: hé… wat is hier allemaal gebeurd in de loop der eeuwen?  

Alsof de tijd even naast je komt wandelen.

Op internet kom ik dan foto’s tegen van lang vervlogen tijden ( Zie bv. Doesburgs erfgoed) En dan word ik altijd een beetje melancholisch. Niet verdrietig, maar zo’n zachte weemoed die zegt: kijk eens hoe mooi het was, en hoe mooi het nog steeds is, maar anders.  

Soms verlang ik dan terug naar een tijd waarin ik zelf nog niet eens bestond. Niet om erin te wonen, maar om er even doorheen te lopen, te ruiken hoe de lucht rook, te horen hoe de stemmen klonken. Maar ja, omdat dat dus niet gaat, duik ik maar in de geschiedenis van een straat waar ik toevallig doorheen gedrenteld ben.

De Kosterstraat is er zo één.

Ik loop er niet dagelijks, ik haal er geen brood, ik heb er geen katten die op de vensterbank liggen te poseren. En toch — elke keer dat ik erlangs kom, voel ik iets ritselen. Alsof de straat fluistert: “Hé jij, jij met je nieuwsgierige blik, ik heb nog wat verhalen voor je.”  

En ik ben natuurlijk het type dat dan blijft staan.

Het is een straat die al eeuwen meegaat, maar zich nooit opdringt. Geen schreeuwerige gevels, geen theatrale geschiedenisborden. Nee, de Kosterstraat is meer het type dat rustig in een hoekje zit en denkt: “Als je het wilt weten, vraag je het maar.” 

En dat doe ik dan. Want zo ben ik.

Neem die Carmelieten. Die liepen hier ooit rond, sandalen, stilte, discipline. Ze hadden een moestuin die doorliep tot de Kloosterstraat. Ik stel me voor hoe ze daar stonden te wroeten, terwijl Doesburg nog rook naar houtvuur en natte wol. En ik, eeuwen later, sta ernaar te kijken alsof ik een oude kennis tegenkom die ik nooit echt heb gekend — maar die me toch iets vertrouwds geeft.

En dan dat laatgotische huis op nummer 36. Een trapgevel die al vijfhonderd jaar naar de Martinikerk kijkt. Een hoedenmaker woonde er, later een smid. Ik vind dat troostrijk: dat een straat zoveel verschillende levens kan dragen zonder er zelf moe van te worden. Alsof ze zegt: “Kom maar, ik heb plek voor jullie allemaal.”

Zelfs het leger streek hier ooit neer, met een militair hospitaal op de hoek. Ik stel me voor hoe soldaten hier rondliepen, misschien net zo zoekend als ik soms, maar dan met meer uniform en minder kattenhaar op de kleding. Het idee dat zelfs zij hier hun sporen hebben achtergelaten, maakt de straat alleen maar gelaagder.

Het mooie is: ik hoef er niet te wonen om me verbonden te voelen. Sommige straten nodigen je uit zonder dat je de sleutel hebt. Ze zeggen: “Kijk maar. Luister maar. Je mag best even meedoen.”  

En dat is precies wat ik doe.

En zo loop ik verder, terug naar mijn eigen straat, waar mijn eigen verhalen liggen te wachten. Maar de Kosterstraat blijft zachtjes ritselen achter me.  

Alsof ze zegt: “Kom nog eens terug. Ik ben nog lang niet uitgepraat.”


Blijf zacht doorwandelen



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: