De kruidentuin van Doesburg

 

Er zijn van die plekken in Doesburg die je niet roepen, maar zachtjes wenken.  De kruidentuin aan de Paardenmarkt is er zo één.  

Ik fiets er langs, vaak te gehaast, soms te veel in gedachten, maar altijd met dat kleine moment waarop mijn blik toch even naar rechts glijdt.  

Alsof de tuin fluistert: “Ik ben er nog hoor. Kom je nog eens zitten?”

Het is een tuin die niet probeert te imponeren.  Geen strak aangeharkte perken, geen bordjes met verboden toegang, geen theatrale fonteinen.  Gewoon een tuin die ademt.  Een tuin die leeft zoals Doesburg leeft: rustig, vriendelijk, met een vleugje eigenwijsheid.

Een plek die altijd groen wilde blijven  

Wat ik zo bijzonder vind: deze plek is al eeuwenlang groen.  Zelfs op de oude kaarten die ik vond op internet zie je dat dit stukje Doesburg nooit volgebouwd is geweest.  Het ligt op het hoogste punt van de stad, op de rivierduin waar Doesburg ooit ontstond.  

En dat voel je.  

Alsof de grond zelf zegt: “Hier moet ruimte blijven.”

Van graan naar geur 

Ooit hoorde deze plek bij Het Voorsten Spyker, een graanopslagplaats die in 1970 werd gesloopt. Daarna bleef er een kaal grasveld over.  Zo’n plek waar je makkelijk aan voorbij loopt, omdat je denkt dat het niets is.

Tot 1993.  

Toen een paar Doesburgers dachten: “Niets? Dat zullen we nog wel eens zien.” Ze staken hun handen in de grond, richtten een stichting op en begonnen te planten. Niet een beetje, maar met hart en ziel.  Meer dan duizend buxusstruikjes, kruiden, vergeten groenten, geneeskruiden, verfkruiden — planten die verhalen dragen.

En langzaam veranderde dat kale veld in een tuin die je niet alleen ziet, maar ook voelt.

Een tuin die met liefde wordt gedragen 

Wat deze plek ook bijzonder maakt, is dat hij volledig draait op vrijwilligers. Mensen die met regenlaarzen en thermoskannen de tuin in stappen, niet omdat het moet, maar omdat ze willen dat deze plek blijft bestaan. De tuin is geen project, maar een liefdesverklaring.

Een levend archief 

Er groeien zo’n tweehonderd soorten planten. Sommige herken je meteen — munt, salie, rozemarijn.  Andere zijn bijna vergeten, alsof ze uit een oud kruidenboek zijn gestapt. En overal staan kleine bordjes. Niet belerend, maar uitnodigend. 

Een oase tegenover een patriciërshuis

Recht tegenover deze tuin staat Nieuwstraat 7. Een statig patriciërshuis dat al twee eeuwen meeluistert.  En daar, aan de overkant, ligt deze tuin — open, zacht, groen.  Het is alsof ze elkaar al jaren aankijken en denken: “Jij bewaart de stenen, ik bewaar de stilte.”

Ik fiets er regelmatig langs, zoals zoveel Doesburgers. Soms stop ik even. Soms niet. Maar altijd voel ik dat kleine prikje van verwondering.  Dat zachte besef dat sommige plekken niet schreeuwen om aandacht, maar gewoon blijven bestaan.  

Voor wie wil kijken.  

Voor wie wil ademen.  

Voor wie even wil zijn.

De volgende keer stap ik misschien af.  Ga ik zitten op die zodenbank die met de hand is gemaakt. En laat ik de tijd even los.

Want sommige plekken bestaan om je even te laten landen.


Blijf zacht verwonderen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: