Ik kwam haar onderweg naar de stad tegen. Mijn voormalige psychosomatische fysiotherapeute. (Je weet wel, zo’n professional die zich bezighoudt met de mysterieuze samenwerking tussen hoofd en lijf. ‘Psyche’ betekent geest, ‘somatisch’ betekent lichamelijk — samen vormen ze een soort therapeutische yin-yang.)
Lang geleden — in een tijdperk waarin ik nog dacht dat ik alles zelf wel kon oplossen — liep ik bij haar. Inmiddels is zij een huwelijk, twee kinderen en een hond verder, maar we groeten elkaar nog steeds vriendelijk. Dat is het. Meer niet.
En toch… eigenlijk zou ik haar eens flink moeten bedanken.
Niet omdat ze me in een ingewikkelde yogahouding heeft geduwd of mijn rug heeft gekraakt. Nee, ze deed iets veel irritanters: ze stelde vragen. Heel veel vragen. En op elke vraag van mij kwam een wedervraag van haar. Soms dacht ik echt: “Mens, geef gewoon eens antwoord!”
Maar nee hoor. Ze bleef glimlachen en prikken.
Achteraf ben ik haar daar intens dankbaar voor. Door haar leerde ik eindelijk begrijpen waarom mijn lijf soms besluit om er spontaan de brui aan te geven. Ik leerde signalen herkennen.
Ernaar handelen? Dat blijft een ander verhaal.
Neem eergisteren.
Ik wéét dat als ik te hard ga in het huishouden, ik de dagen erna moet boeten. Maar dan hoor ik Fiepje — mijn innerlijke huishoudgeneraal — roepen: “Je hebt een goede dag! Gebruik hem! Morgen kun je misschien niks meer!” En ja hoor, dan ga ik als een tornado door het huis: poetsen, vegen, sjouwen, tillen. Want Fiepje heeft een grote mond en ik luister soms beter naar haar dan naar mijn eigen verstand.
Het resultaat?
Vandaag zit ik hier met pijn in alles wat me lief is. Eigen schuld, dikke bult. Maar hé: de was is gedaan, de ramen glimmen, het hele huis is gestofzuigd (of is het nou stof gezogen? Ik blijf twijfelen), de wc is weer veilig te betreden en de kattenbakken zijn brandschoon. En dat was nog niet eens alles.
En dan kun je je afvragen: “Doet manlief dan niks?”
Jawel hoor. Maar na tien keer vragen en tien keer van mij horen dat ik het “zelf wel even doe”, heeft hij geleerd dat hij beter niets meer kan aanbieden.
Lief bedoeld, maar ik ben blijkbaar een soort huishoud-allesweter die denkt dat ze het allemaal zelf moet doen.
In de ogen van velen ben ik waarschijnlijk een ouderwetse miep. En even tussen ons hè,.... dat vind ik helemaal niet erg. Ik heb totaal geen moeite met een traditionele rolverdeling. Laat mij maar het huishouden doen; manlief mag zich bezighouden met het onderhoud van huis en haard. Ik schaam me er niet voor dat ik niet hyper-geëmancipeerd ben. Mijn vrouw-zijn geeft me het heerlijke excuus om me niet met typisch mannelijke dingen bezig te hoeven houden.
Wat anderen ervan vinden? Ach… wij zijn tevreden. Dat is wat telt.
En jullie?
Hoe verdelen jullie de taken thuis — en belangrijker nog: ben je daar eigenlijk blij mee?
Blijf zacht, poetsen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: