Een nest vol plannen en hangjongeren

Al vanaf de eerste dag dat we hier kwamen wonen, zagen we ze: eksters. In de hoge bomen rond ons huis probeerden meneer en mevrouw Ekster elk jaar opnieuw een nest te bouwen. En elk jaar opnieuw werd dat kunstwerk vakkundig door de kauwen gesloopt, die het vervolgens gebruikten als bouwmateriaal voor hun eigen optrekjes. Je zou denken dat een slimme vogel als de ekster dan eens een andere locatie kiest, maar nee hoor. Dit echtpaar heeft een droom, en die droom heet: hier een gezin stichten. Punt. En dus hielden ze koppig vol. Ik wist toen nog niet wat ik nu weet.

Dit jaar zien we voor het eerst een ekster ín onze tuin. Blijkbaar is onze rommeltuin dit seizoen officieel goedgekeurd als prima nestmateriaalbron. Elke ochtend komt een van de twee even langs om takjes te jatten. Hannah zit dan in de ren en observeert de boel alsof ze een natuurdocumentaire live gepresenteerd krijgt. Plat op haar buik, oortjes strak in de nek. Ze vindt het reuze interessant, maar ook rete-eng. Sluipend kruipt ze onder een stoel, in de veronderstelling dat de ekster haar dan niet ziet.

Die ekster ziet haar natuurlijk allang — maar hij heeft het veel te druk met zijn bouwproject. Ik vermoed dat hij heel goed weet dat ze daar zit. Waar ze dit jaar hun nest proberen te bouwen is me nog niet helemaal duidelijk, maar het lijkt erop dat ze eindelijk een strategie hebben bedacht. (Blijken ze dus altijd te doen. Wist ik veel.)

Eksters bouwen namelijk fopnesten. Meervoud, ja. Door meerdere nesten te maken, proberen ze kauwen en andere rovers te misleiden. Bovendien kunnen oude nesten vol zitten met parasieten en ander viezig spul. Door elk jaar opnieuw te bouwen, houden ze hun kraamkamer schoon en gezond. Slimmeriken.

Het zijn intelligente dieren die tot hun derde levensjaar in jeugdbendes rondhangen. Wij zijn dus niet de enigen die af en toe last hebben van hangjongeren. Die bendes zijn belangrijk: daar leren ze alles wat nodig is om een volwassen ekster te worden. Ze eten wat ze kunnen vinden — inclusief ons afval — maar het liefst snacken ze emelten, kevers en regenwormen. En ja, soms roven ze eitjes van andere vogels als ze zelf jongen hebben. Waarom ze dan juist bekendstaan om het stelen van glimmende dingen? Geen idee. 

Vraag je iemand naar de kleur van een ekster, dan zegt bijna iedereen: zwart-wit. Maar wie beter kijkt, ziet een bont palet van metallic-achtige kleuren. Het zwart van hun veren glanst groen, paars en blauw — alsof ze stiekem een abonnement hebben op een luxe haarmasker.

Wat ik zo leuk vind aan eksters, is hun enorme nieuwsgierigheid naar alles wat ‘anders’ is. Eerst wordt het nauwkeurig onderzocht, dan wordt bepaald of het thuis bruikbaar is, en soms wordt de buit begraven onder een hoopje bladeren om later nog eens te bekijken.

Misschien is dat wel waarom ik zo van ze ben gaan houden, die eksters. Ze rommelen wat aan, maken fouten, proberen opnieuw, bouwen iets op, zien het instorten, beginnen weer van voren af aan, verzamelen dingen die ze eigenlijk niet nodig hebben, begraven schatten die ze vergeten, en blijven koppig geloven dat dit de plek is waar het allemaal moet gebeuren.  

Ik vraag me af….zijn wij mensen nou echt zo anders?  

Misschien lopen we allemaal wel een beetje rond als glimmend-spul-verzamelende, nieuwsgierige, licht chaotische wezens die proberen een nest te bouwen op een plek die goed voelt. En misschien is dat precies wat het leven zo charmant maakt.


Blijf zacht

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: