Sokrebellie

Er zijn van die dagen waarop je denkt: ik ga even een stukje wandelen. Een frisse neus, een beetje beweging, niks ingewikkelds. Tenminste… dat dacht ik. Totdat ik besloot om laarzen aan te trekken. Niet van die gezellige, wijduitlopende laarzen waar je zo in glijdt. Nee hoor. Ik had natuurlijk die andere aan. Die paardenmeisjeslaarzen, waar je eerst je skinny jeans in moet proppen alsof je een boa constrictor terug in zijn terrarium probeert te duwen.

En dan begint het. Het Grote Hijsen.

Eerst een plekje zoeken om te zitten — want dit soort drama doe je niet staand. Laars uit. Sokken ophijsen. Met veel gedoe, want je skinny jeans even laten zakken zou eigenlijk het handigst zijn, maar ja… dan sta je dus op straat in je onderbroek. En hoewel ik veel kan hebben, is dat toch net een brug te ver.

Je vraagt je misschien af hoe een sok überhaupt kan afzakken als alles eromheen strak staat als een vacuümverpakking. Nou, dat zal ik je vertellen: deze sok had zijn pensioen allang verdiend. Je kon nog net niet de krant door de hiel lezen. En dan die maten tegenwoordig: op het label staat 39–42, maar in werkelijkheid is het meer 37,5 met grootheidswaanzin.

Daar komt bij dat mijn Hollandse kuiten — die ik koester, maar die wel degelijk aanwezig zijn — mij dwingen laarzen te kopen die eigenlijk een maatje te groot zijn. Gevolg: een losse hiel die bij elke stap mijn sok naar beneden trekt alsof hij een eigen ontsnappingsplan heeft. Mijn briljante idee om de sok dan maar over mijn broek te trekken, tussen laars en stof in, bleek vooral theoretisch briljant.

Twintig minuten. Zolang duurde het voordat ik eindelijk kon beginnen aan mijn wandeling. Had ik net zo goed terug naar huis kunnen lopen voor andere sokken. Maar nee, eigenwijs als ik ben, liep ik door. Misschien kruipt hij vanzelf weer omhoog, dacht ik nog hoopvol.

Maar nee.

De sok koos de weg van de minste weerstand: richting tenen. Daar vormde hij een compacte, irritante sokbol die me dwong letterlijk met kromme tenen te lopen. Dus opnieuw: plekje zoeken. Laarzen uit. Sokken uit. Laarzen aan. Sokken in de dichtstbijzijnde vuilnisbak. En toen, met koude voeten in veel te ruime laarzen, ben ik maar terug naar huis gesjokt.

Die wandeling? Die kon me ondertussen gestolen worden.

Blijf zacht, ook als het even niet lukt


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: