Als half zes ineens een heel redelijk tijdstip is

Je kent het vast wel. Je zit met je partner gezellig te keuvelen en voor je het weet is het 00.45 uur. Nou ga ik normaal gesproken ook niet heel vroeg naar bed, meestal rond middernacht, maar nu was het dus best wat later. En als je dan denkt: ach, wat kan het schelen? Het is toch zondag en ik kan lekker uitslapen, dan heb je het mooi mis.

We hebben hier namelijk te maken met Directeurtje Fred, Freule Hannah en Benjamin Max. En als Directeurtje Fred om half zes besluit dat hij wil eten en naar buiten wil, dan moet je snel reageren, anders is de hele buurt wakker.

Toen Max er nog niet was, ging ik daarna gewoon weer terug naar bed. Hannah vond dat prima. Die deed even haar ding en kwam vervolgens gezellig bij ons in bed liggen slapen.

Max is echter net een machientje waarvan de uitknop stuk is. Als hij aan staat, staat hij aan en gaat hij voorlopig niet meer uit. Daar zat ik dus weer. Met mijn goede fatsoen. Om half zes, na net vier uurtjes slaap, te knikkebollen op de bank. Precies een uur later zaten Fred en Hannah in de ren en lag meneertje prinsheerlijk naast mij op de bank te slapen. Was ik maar een kat.

Er zijn momenten geweest dat ik daar strontsjagrijnig van kon worden. Tegenwoordig heb ik daar niet zo'n last meer van.

Ik kijk naar dat kleine oranje bolletje naast me en mijn hart wordt alweer warm en mijn gedachten milder. Wat is het toch een droppie. En zo anders als kitten dan Hannah was. Hannah was een speelse dame, maar ook voorzichtig en soms best schrikkerig. Ze vond het als kitten heerlijk om met me te komen tuttebellen. Het liefst kroop ze 's morgens nog even bij je onder het dekbed om daar nog lekker een uurtje slaap mee te pakken. Pas toen ze een maand of vier was, begon ze een beetje te klimmen en werd ze wat brutaler.

Schrikkerig is ze nog steeds. Zo rent ze steevast naar boven wanneer er wordt aangebeld. Vreemden vindt ze niet zo heel erg leuk. En kleinkinderen zijn al helemaal uit den boze.

Max daarentegen is een heel ander verhaal. Na een week hier in huis klom hij nota bene al boven in het gaas van de kattenren. Binnen de kortste keren zat hij bovenop de krabpaal die toch bijna twee meter hoog is. Het is een brutaaltje.

Toen Max hier net kwam wonen, zorgde dat overigens voor de nodige opschudding. Vooral Fred moest helemaal niets van hem hebben. Hij gromde, blies en was oprecht verontwaardigd dat er ineens zo'n klein oranje ding door zijn huis liep. Je kon bijna zien dat hij zich afvroeg wie hier toestemming voor had gegeven. Hannah reageerde weer heel anders. Zij vond Max vooral eng. Een indringer die haar vertrouwde wereldje op zijn kop zette. Ze hield hem goed in de gaten en bekeek hem liever van een veilige afstand.

Inmiddels zijn we twee weken verder en is de rust grotendeels teruggekeerd. Hannah is helemaal ontdooid en speelt inmiddels regelmatig met hem. Soms rennen ze samen door het huis alsof ze nooit anders hebben gedaan. Fred heeft een andere strategie gekozen. Die zoekt geen vriendschap, maar heeft zich erbij neergelegd dat Max niet meer weggaat. Hij gaat hem liever uit de weg dan dat hij ruzie maakt. Het is geen liefde, maar een vorm van gewapende vrede waar iedereen prima mee lijkt te kunnen leven. Ook dat past eigenlijk precies bij hun karakters. Hannah zoekt uiteindelijk verbinding, terwijl Fred vooral denkt: prima jongen, als je maar niet op mijn plek gaat liggen.

Eerlijk gezegd ben ik zelf ook bezig met zo'n vorm van acceptatie. Niet omdat ik Max kwijt zou willen, maar omdat ik inmiddels begrijp dat uitslapen voorlopig niet meer vanzelfsprekend is.

Eigenlijk is dat juist wat ik zo leuk vind aan katten. Ze hebben allemaal hun eigen karakter. Fred met zijn duidelijke mening over etenstijden en zijn talent om de hele buurt wakker te krijgen als iets hem niet zint. Hannah, die liever eerst een soortgenoot uit de boom kijkt en veiligheid zoekt als er vreemde mensen over de vloer komen. En Max, die zonder enige twijfel of voorzichtigheid de wereld tegemoet springt. Alles is een avontuur. Juist die verschillen maken het zo leuk om naar ze te kijken. Geen dag is hetzelfde en elke kat brengt zijn eigen charme, gewoontes en eigenaardigheden mee. Ik kan er echt van genieten hoe verschillend ze zijn en hoe ze toch samen zo'n vertrouwd onderdeel van ons leven vormen.

Had ik al iets verteld over het stemgeluid van Max? Dacht ik dat Fred luid kon zijn? Max is next level. Het is nu natuurlijk nog niet oorverdovend hard, maar meneer wordt groter en ik vermoed dat zijn stemgeluid ook alleen maar harder zal worden.

Misschien moet ik mezelf er maar aan gaan wennen om voortaan wat vroeger mijn bed in te duiken. Zodat ik in ieder geval genoeg slaap krijg voordat Max doorheeft dat deze dienaar, trouw als ze is, toch wel haar bed uitgaat zodra er gebruld wordt.

Ik weet nu al dat ik de komende maanden nog regelmatig met kleine oogjes op de bank zal zitten terwijl meneer energie voor tien heeft. Er zullen vast momenten komen waarop ik mezelf afvraag waarom we ooit dachten dat een kitten in huis een goed idee was. Maar als ik dan kijk naar dat kleine oranje snoetje, naar Hannah die het stiekem toch wel leuk vindt om met hem te spelen en naar Fred die alles nauwlettend in de gaten houdt alsof hij de directie van een groot bedrijf runt, dan weet ik het eigenlijk alweer.

De wekker heb ik misschien niet meer nodig en uitslapen lijkt voorlopig een herinnering uit een vorig leven. Maar als ik kijk naar Fred, Hannah en dat kleine oranje energiebommetje, weet ik één ding zeker: wat slaap tekortkomen is soms vervelend, maar een huis zonder hen? Nee, dat is geen optie.

Zelfs niet als één van hen besluit dat half zes 's morgens een heel redelijk tijdstip is om de dag te beginnen.


Blijf zacht. Net als poezelige kattenpootjes.






Hebbelijkheden

We hebben ze allemaal, denk ik. Hebbelijkheden.

Dingen die een ander doet, kunnen je soms best een beetje ergeren. Je denkt dan: waarom doe je dat?

Nu kun je daar voortdurend over gaan zitten mopperen. Maar wat heeft dat voor zin?

Neem nou bijvoorbeeld manlief. De schat. Hij laat regelmatig kastdeurtjes of lades openstaan. Hij ruimt bijna nooit de spullen die hij gebruikt heeft weer op waar hij ze vandaan heeft gehaald. Zo verdwijnt gereedschap op een hoopje in een doos. Want dan weet hij tenminste waar het is.

Wanneer hij de vaatwasser uitpakt, belandt het meeste bestek in de verkeerde la of in het verkeerde vakje. Je kunt je maar ergens druk om maken.

Ik ruim het gewoon op en doe deurtjes en laatjes dicht, zonder te mokken. Want iets wat iemand al zijn hele leven doet, verander je niet zomaar. Bovendien is me zoiets geen gedoe waard.

Andersom werkt het natuurlijk ook.

Ik ben linkshandig en dat is voor manlief niet altijd even handig. Zo liggen de messen in de lade steevast met de handvatten naar links. Daar heeft hij erg aan moeten wennen.

En ik moet bekennen dat ik niet altijd meteen na het douchen het putje ontdoe van plukken haar. Hij zegt er niets van, maar ik vermoed dat hij daar niet bepaald blij van wordt. En zo zullen er vast nog veel meer dingen zijn die hij nét even anders zou doen.

Maar misschien is dat ook wel één van de geheimen van een goede relatie.

Niet dat je alles van elkaar geweldig vindt.

Dat je af en toe denkt: mens, waarom doe je dat nou zo?

En vervolgens besluit dat het niet belangrijk genoeg is om ruzie over te maken.

Want uiteindelijk zijn die open kastdeurtjes, die verkeerd gesorteerde lepels en die plukken haar in het doucheputje maar kleine dingen.

Als ik moet kiezen tussen een man die de lades perfect dichtdoet en een man die mijn leven leuker maakt, dan weet ik het wel.

Dan doe ik die lade zelf wel even dicht.



Blijf zacht.








Mijn gezicht is al af

Ik vroeg me laatst af waarom make-up zo’n vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven van veel vrouwen is geworden. Wat is er eigenlijk mis met een gezicht zoals het van nature is? Die vraag zette me aan het denken over schoonheid, zelfbeeld en de invloed van de wereld om ons heen.

Persoonlijk heb ik helemaal niets met make-up. Sterker nog: voor mij is het een absolute no-go. Zodra ik make-up op mijn gezicht heb, voel ik me allesbehalve mooier. Ik voel me eerder een clown. En dan ook nog een clown die duidelijk niet naar de juiste schminkcursus is geweest. 

Misschien komt het ook doordat ik er simpelweg niet goed in ben. En als brildrager heb ik ooit nog een serieuze poging gedaan om het mezelf makkelijker te maken. Ik kocht zo’n speciaal brilletje waarvan je één glas omhoog kon klappen, zodat je met het andere oog kon zien wat je aan het doen was.

Ik zag mezelf al helemaal zitten: dit ging mijn make-uproutine redden.

Nouuuuu… geen succes.

Het is nog best lastig om met één oog naar jezelf te kijken, terwijl je met datzelfde ene oog probeert te bepalen waar je mascara, eyeliner of wat dan ook precies terecht moet komen. Het werd meer een soort circusact dan een schoonheidsritueel. Het enige wat nog ontbrak, was een applausje op de achtergrond.

En eerlijk gezegd is het niet alleen het aanbrengen waar ik moeite mee heb. Ik voel make-up de hele tijd zitten. Vréselijk! Ik wil gewoon mijn gezicht wassen, in de spiegel kijken en denken: ja hoor, daar ben je. Geen laagjes, geen gedoe, geen rekening houden met uitlopen of bijwerken.

Voor mij voelt make-up daarom niet als een verrijking, maar eerder als iets wat tussen mij en mijn eigen gezicht komt te staan.

Dat betekent natuurlijk niet dat ik mensen die wél make-up dragen niet begrijp. Voor de één is het een vorm van zelfexpressie, voor de ander een manier om zich verzorgd of zelfverzekerd te voelen. Daar is natuurlijk niets mis mee. Iedereen moet vooral doen waar hij of zij zich prettig bij voelt.

Maar ik vraag me wel af hoeveel van onze ideeën over schoonheid werkelijk van onszelf komen.

Reclames, tijdschriften, televisie en tegenwoordig vooral sociale media laten ons voortdurend zien hoe een ‘mooi’ gezicht eruit zou moeten zien. Een egale huid, lange wimpers, volle lippen, perfect gevormde wenkbrauwen… en liefst zonder dat je kunt zien dat er uren werk aan vooraf zijn gegaan.

Wie heeft ons eigenlijk verteld dat we mooier moeten worden dan we al zijn?

Dat is misschien wel de vraag die bij mij blijft hangen.

Een gezicht hoeft wat mij betreft niet perfect te zijn. Rimpels vertellen dat je geleefd hebt. Sproeten zijn gewoon sproeten. Een litteken hoort bij je verhaal. En een paar wallen? Tja… soms heb je gewoon slecht geslapen. 

Ik geloof dat ieder mens mooi is op zijn of haar eigen manier. Niet omdat iedereen aan één schoonheidsideaal voldoet, maar juist omdat niemand precies hetzelfde is.

Misschien zouden we daarom wat vaker de vergrotende make-upspiegel mogen verruilen voor de gewone spiegel. Gewoon kijken naar wie daar staat. Zonder filters, zonder correcties en zonder het idee dat er eerst nog iets moet worden aangepast.

Puur natuur. Dat is voor mij geen gebrek aan make-up, maar juist een vorm van vrijheid.



Blijf zacht. Ook zonder een laagje.


Je kent ze nooit helemaal.

Manlief wilde het al een tijdje: een kitten erbij. Max zou hij gaan heten. Maar ik twijfelde enorm. Om meerdere redenen durfde ik het niet aan. In Hannah had ik alle vertrouwen — haar karakter zei me dat ze zich meteen zou ontfermen over de kleine, een soort moedertje spelen. Maar Fred? Die is inmiddels 16 jaar. Ik was bang dat het zijn einde zou betekenen. Dat hij misschien zou weglopen en nooit meer terug zou komen. Ik zou het mezelf nooit vergeven.

Maar manlief kan goed overtuigen, en uiteindelijk ging ik overstag. Met knikkende knieën, dat wel.

En wat kun je je vergissen in dieren, zeg. Wij mensen dénken ze te kennen, te weten hoe ze reageren op bepaalde situaties. Maar de werkelijkheid is dat we helemaal niets weten. Dieren hebben hun eigen draaiboek — wij mogen alleen maar raden.

Hannah vond het in eerste instantie maar niets. Ze blies, gromde en rende naar boven om zich vervolgens niet meer te laten zien. Zelfs mij vond ze ineens niet meer leuk. Ik was medeplichtig.  

Fred daarentegen gromde een paar keer om het kleine frummeltje op afstand te houden — puur om te laten weten dat hij nog steeds de baas is — en ging daarna op een afstandje geamuseerd zitten kijken hoe Max aan het spelen was. Alsof hij dacht: "kind, wat ben jij druk… maar ga lekker door, ik vermaak me wel."

Inmiddels hebben ze al rustig contact gehad, al gaat het nog voorzichtig. Op woensdag kwam Max in huis, en op vrijdag kon Hannah haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Stiekem keek ze om de hoek van de kamerdeur. Maar toen Max haar in de gaten kreeg en enthousiast haar kant op huppelde, blies ze en schoot ze weer de trap op. Een paar uur later kwam ze toch weer heel voorzichtig naar beneden — alsof ze zichzelf streng had toegesproken: "Kom op Hannah, je bent een volwassen poes. Gedraag je."

Vandaag, zondag, heeft ze zelfs geprobeerd met hem te spelen. Maar oh oh oh, wat vindt ze dat spannend. Haar hele wezen roept: "Ik wil wel… maar ik durf niet. Zó eng!"

Uiteindelijk denk ik dat het allemaal wel goed komt. Tenslotte waren ze al een tijdje een drie-eenheid gewend, houd ik mezelf maar voor. Ik vind het verbazingwekkend hoe ze op Max reageren — zo totaal anders dan ik dacht. Juist wanneer je denkt dat je een dier door en door kent, weet het je opnieuw te verrassen.

Zo zie je maar: we moeten niet invullen voor een ander, en zéker niet voor je huisdier. En ik ben me er terdege van bewust dat de dynamiek zoals die nu bestaat, heel snel weer kan veranderen. Hoe Max opgroeit, zal uiteindelijk bepalen hoe het nieuwe evenwicht eruit gaat zien.

Fingers crossed.


Blijf zacht. Net als lieve poezelige kittenpootjes.