Ik kan het al een tijdje niet meer zo goed. Tekenen en schilderen.
De oorzaak? Trillende handen.
Maar ik dacht: een muurtje verven moet nog wel kunnen.
Man, man, man. Wat een ellende.
De randen van de muur zien eruit alsof een driejarige heeft geprobeerd binnen de lijntjes te kleuren. En omdat de kleur in eerste instantie veel te donker was naar onze smaak, mengde ik de verf met een flinke scheut wit.
Lichter werd het nauwelijks. Dikker wel. Maar dat mocht wat mij betreft de pret niet drukken.
Nou, die pret was snel voorbij.
Wat is het vreselijk lelijk geworden.
Eerlijk gezegd vind ik dat niet eens het ergste. Een muur kun je opnieuw schilderen. Desnoods drie keer. Net zolang tot hij wél naar je zin is.
Nee, het zijn die randjes.
Die scheve, bibberige randjes die me eraan herinneren waarom ik niet meer teken en schilder.
En ineens werd ik weer stevig met mijn neus op de feiten gedrukt.
Dat doet pijn.
Gisteren ruimde ik nog de hobbykamer op. Ik keek naar alle verf, penselen, potloden en schetsboeken en dacht: laat maar staan. Ze vreten geen brood. Misschien wordt het ooit beter. Misschien vind ik een andere manier om te tekenen en te schilderen.
Maar na zo'n muurtje slaat de twijfel toch toe.
Zal ik ooit nog?
Voorlopig vind ik schrijven heerlijk. Woorden laten zich gelukkig minder tegenhouden door trillende handen. Maar ik ken mezelf ook goed genoeg om te weten dat ik niet iemand ben die jarenlang hetzelfde blijft doen. Dus maak ik tussendoor andere dingen.
Pas geleden knoopte ik drie macraméplantenhangers. Voor mijn oudste dochter maakte ik een kralenhanger voor aan haar tas. En in mijn hoofd zitten alweer plannen voor nieuwe projectjes.
Die tekeningen en schilderijen blijven gewoon hangen.
Verspreid door het huis.
Ze herinneren me eraan dat ik het ooit wél kon.
Maar ook dat de wens om het weer te kunnen nooit helemaal verdwenen is.
Ik vind dat misschien wel het lastigste van alles. Niet dat het nu niet lukt, maar dat ik nog steeds hoop dat het terugkomt.
Normaal ben ik niet iemand die lang blijft zitten kniezen.
Maar soms schilder je een muurtje.
En blijkt het ineens ergens anders over te gaan.
Uiteindelijk is het maar een muurtje.
Tenminste, dat dacht ik.
In werkelijkheid bleek het een herinnering te zijn. Eentje die me liet zien wat ik ben kwijtgeraakt, maar ook wat er nog steeds is.
Want de behoefte om te maken, om iets te creëren, is nooit verdwenen. Alleen de manier waarop verandert af en toe.
En die muur?
Die schildert manlief gewoon nog een keer voor me. Desnoods nog drie keer als het moet.
Blijf zacht.
.png)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: