Mijn lijf wist het eerder

Onrust.  

Onrust in mijn lijf, onrust in mijn hoofd. En plots een bijna onbedwingbare behoefte aan opgeruimd en gezellig. In mijn hoofd is het een brij aan ideeën: ik wil mooie dingen maken, de huiskamer weer vullen met planten, macramé, onze hobby‑uitstallingen en kleine verzamelingen. Schreef ik laatst nog dat ik daar totaal geen last meer van had, is het nu knagend aanwezig. En dan vraag ik me af: waar komt dat ineens vandaan?

Há! Je kent me hè. Dan ga ik analyseren, beargumenteren en discuteren met Fiepje — mijn innerlijke trutje die altijd klaarstaat met commentaar.

Wanneer er van alles speelt waardoor ik mij -in dit geval- ernstige zorgen maak, gaan mijn hersenen op een soort slot. Mijn lijf neemt het dan over en laat merken dat er iets mis is. Pijn. In elk gewricht dat je maar kunt bedenken, en een constante verzurende pijn in armen en benen. Heel fijn als je óók nog eens neuropathie blijkt te hebben. Zolang er onzekerheid is, blijf ik dat voelen. Om maar niet na te denken, denk ik dan maar. Nu is er meer zekerheid, maar geen opluchting. De zorgen blijven hetzelfde… sterker nog, ze zijn eigenlijk toegenomen. Maar er is een antwoord, en dat is al heel waardevol.

Ik kan me herinneren dat ik mij een lange periode heel erg onveilig heb gevoeld, en toen had ik voortdurend de behoefte om de huiskamer totaal om te gooien. Om de maand stond alles anders. Zou dit hetzelfde zijn?

Misschien is het helemaal niet zo vreemd, die plotselinge drang naar gezelligheid en orde.  

Mijn lijf praat harder dan mijn hoofd durft. Als de zorgen zich opstapelen, gaat er ergens een luik dicht. Mijn gedachten worden stroperig, mijn lijf gaat protesteren, en dan komt dat oeroude mechanisme weer op gang: "maak het huis veilig, maak het mooi, maak het overzichtelijk." Alsof ik met elke plant, elk macramé‑hangertje, elk hoekje dat ik herschik een stukje controle terugwin.

Tuurlijk, Fiepje staat meteen klaar met haar vingertje: “Aha, daar ga je weer, alles analyseren, alles willen verklaren.” Maar misschien is dit geen terugval, geen oude angst die zich opnieuw aandient. Misschien is het een signaal. Een soort innerlijk seintje dat zegt: "het is veel, je draagt veel, en je hebt een plek nodig waar je even kunt landen".

Ik herken dat patroon uit mijn vorige relatie — die onveiligheid die zich vertaalde in meubels verschuiven, kasten uitmesten, telkens opnieuw beginnen. Maar nu voelt het anders. Toen was het paniek. Nu is het eerder een poging tot zorg: voor mezelf, voor mijn ruimte, voor mijn hoofd dat even niet weet waar het moet beginnen.

Dus ik denk het komt niet “ineens”. Het komt precies op het moment dat ik weer een beetje lucht krijg. Onzekerheid die niet weg is, maar wel een naam heeft. Zorgen die niet kleiner zijn, maar wel zichtbaar. En zodra iets zichtbaar wordt, wil ik het instinctief omringen met zachtheid, orde, schoonheid.

Dit is gewoon mijn manier om mezelf weer een beetje vast te houden. Niet door alles te veranderen, maar door kleine hoekjes te verzachten, door schoonheid te zoeken terwijl het leven even scherp voelt. Dat is genoeg voor nu: een huis dat me omarmt, een hoofd dat langzaam weer werkt, een lijf dat mag uitrazen. Nou ja, voor zover mogelijk dan. En ergens op de achtergrond Fiepje, die lekker blijft mekkeren maar dit keer toch een beetje toegeeft: soms is het helemaal oké om eerst je omgeving te ordenen, zodat je daarna jezelf weer kunt vinden.


Blijf zacht en versleep gerust eens een kastje.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: