Rauwe rouw

Eigenlijk wilde ik het er hier helemaal niet over hebben. Dat deel van mijn leven is klaar. Maar soms kom je iets tegen en dan komen de woorden vanzelf op papier.

Ik volg sinds eergisteren Marjolein. Niet letterlijk hoor, dat zou een beetje creepy zijn. Maar zij schrijft ook een blog. Ze schrijft over astrologie, de moestuin, kleinkinderen, noem maar op. Kortom: zo’n beetje alles wat ik ook leuk vind. En sinds kort schrijft ze ook over de dood van haar man. Ik herken heel veel in wat ze vertelt… en ook heel veel niet. Mijn situatie was natuurlijk heel anders dan de hare. Maar wat ik wél herken, is wat ze doormaakt in haar rouw.

Het per se willen veranderen van bijvoorbeeld de huiskamer. Niet omdat je zo’n hekel hebt aan wat er staat, maar omdat er altijd dingen zijn die blijven herinneren aan bepaalde situaties. Zo had ik heel sterk dat ik, elke keer als ik de kamer binnenliep, hem zag zitten op zijn vaste stekkie. Dat trok ik niet meer. Weg met die bank. Alle kozijnen en muren waren allang toe aan een schilderbeurt, maar zoals zo vaak trekken de dagelijkse beslommeringen aan je voorbij zonder dat die dingen gedaan worden. Dus hup, de kwast erover. Andere kasten, andere eethoek, zelfs snuisterijen heb ik naar de kringloop gebracht.

En toen zat ik daar. In mijn spiksplinternieuw geschilderde, opgepoetste huiskamer met bijna allemaal nieuwe meubels. Ik keek om me heen maar kon er niet van genieten. Dit was gekocht in een opwelling omdat ik het oude niet meer wilde. Dit was gedaan omdat ik blijkbaar dacht dat ik daarmee alles kon vergeten. Maar nee, Margot zo werkt da niet.

Mijn emoties laten gaan: dát heeft geholpen. En ik héb het allemaal laten gebeuren. Van intens verdriet, onmacht, boosheid en woede tot opluchting en zelfs euforie. Zo stond ik op een dag in de stromende regen op de begraafplaats aan zijn graf en heb hem helemaal verrot gescholden. Zo kwaad was ik. Hij had mij jarenlang onderdrukt, angstig gemaakt, misbruikt in alle betekenissen van het woord. En nu lag hij daar, en ik was er nog. Springlevend. Wow.

Ik schaamde me er in eerste instantie voor dat ik dat had gedaan en ook zo voelde. Ik gun mijn ergste vijand nog niet de dood. Maar ik kon niet om mijn gevoelens heen. Ik was kwaad, heel kwaad. En dat moest eruit. Daar, op dat moment. In de stromende regen. Wat achteraf gezien mijn geluk was, want er was daardoor niemand anders op de begraafplaats. Anders hadden ze me zeer zeker direct laten opnemen op een ggz‑afdeling voor acute psychische zorg.

Na het omturnen van de huiskamer was er een keer dat ik droomde dat hij terug was. Dat zijn dood één grote leugen was. Hij was woest dat ik alle meubels had weggedaan en dat er allemaal “Zut” stond, wat hem betreft. Woedend gooide hij meubelstukken door het raam en schreeuwde in mijn gezicht. Badend in het zweet en huilend werd ik wakker. Heel langzaam drong het tot me door dat hij er echt niet meer was. En toen kwam het: de pure opluchting. Ik was echt vrij.

Ik heb daarna uren huilend onder de stromende douche gezeten. Huilend om het vijftienjarige meisje dat 26 jaar daarvoor zo’n ontzettend stomme beslissing maakte. En huilend van opluchting omdat ik eindelijk bevrijd was uit een situatie waar ik zelf niet uit durfde te stappen.

Ik heb al mijn gevoelens en emoties niet onder stoelen of banken gestoken. Dat zou me alleen maar ziek maken. Dat ik daar mensen mee verloor, zei meer over hen dan over mij. Ik treur daar niet meer om.

Vandaag de dag ben ik naar hem en die situatie veel milder wat betreft de emoties. Het is immers ook alweer twintig jaar geleden. Het heeft mij in ieder geval geleerd hoe het níet moet. En dat rouw in alle vormen en maten komt. Niets daaraan is verkeerd.

Ik lees weleens over dé fases van rouw. Daar moet ik altijd een beetje om lachen. Er bestaan naar mijn mening namelijk geen vastomlijnde fases. Iedereen beleeft rouw op een andere manier. En bij elk verlies is dat weer anders.


Blijf zacht. Vooral voor jezelf.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: