Professioneel ziek zijn: mijn licentie is verlopen

Ik kan het niet meer zo goed.  

Ziek zijn.

Vroeger wel hoor. Toen was ik een ware professional. Dan zat ik in mijn joggingpak en dikke sokken op de rand van het bed, met een grote mok heet citroen-honingwater. Paracetamol erin, dekens erover, en zweten maar. Binnen een dag was de verkoudheid eruit gedampt.

Nu? Nu loop ik te puffen, steunen, kreunen, huilen en vooral… hoesten.  

Zó veel hoesten dat mijn bronchiën inmiddels een eigen ochtenddienst draaien.

Deze verkoudheid kwam onverwachts verwacht. Want tja, soms zijn “klein”kinderen gewoon rondrennende virusbommetjes met een knuffellicentie. Niet knuffelen is ondenkbaar — vooral in hún koppies. Het hoort erbij.

Maar goed. Ik kan het dus niet meer zo goed.  

Ziek zijn.

Tegenwoordig kost het me al genoeg energie om überhaupt overeind te blijven. Dus een fikse verkoudheid is dan net die ene druppel die de emmer, de neus én de zakdoekvoorraad doet overlopen. Ik wil niet meer hoesten, snuiten, snotteren, tranen, koorts en al die andere ellende. Ik wil gewoon “gezond”. Voor zover dat concept nog binnen mijn abonnement valt.

En toch… voel ik me een beetje… nostalgisch?  

Is dat het woord?

Als kind lag ik namelijk begin zomer steevast ziek in bed. Alsof mijn lijf zei: “Je mag straks van de zomer genieten, maar eerst houden we nog even grote schoonmaak.”  Lief hè, zo’n attent lichaam.

Nu kan ik het dus niet meer zo goed.  

Ziek zijn.

Het is nog vroeg in de ochtend wanneer ik wakker word gemaakt door mijn eigen bronchiën, die vonden dat ik wel een gratis hoestbui had verdiend. Buiten adem, warm en bezweet zit ik even later op de rand van het bed. Dag zes inmiddels. Je zou denken: “Ach, een verkoudheidje, wat kan het kwaad.” Nou, deze dus. Deze kan heel veel kwaad. De hoestbuien zijn zwaar, de koorts blijft koppig hangen.

Manlief wil het liever niet weten — die meet bijna niet.  

Ik meet drie keer per dag.  

En nu zitten we op dag vier met koorts boven de 38 graden.  

Eén voordeel: ik drink eindelijk de hoeveelheid vocht die artsen graag zien.  

Nadeel: ik verlies minstens het dubbele.  

Maar 4 liter water op een dag?  

Nee hoor. Dat krijg ik écht niet voor elkaar. Ik ben ziek, geen kameel.

We hebben ons voorgenomen voorlopig geen snotterende mensen — kinderen, kleinkinderen, buurkinderen, willekeurige voorbijgangers — over de vloer te laten. Maar ja… ons kent ons. Bij de eerstvolgende crisissituatie staan we toch weer paraat.

Misschien kan de huisarts tegen die tijd een soort voorbehoedsmiddel voorschrijven.  

Een anti-virus-bommetjes-pilletje.  

Bestaat het niet?  

Dan mag iemand het nu van mij uitvinden.  

Ik ben alvast vrijwilliger voor de testfase.



Blijf zacht — ook als je neus dat niet meer is.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: