Vijfjarigen hebben een soort zesde zintuig voor dingen die niemand hardop zegt. Je hoeft ze niets uit te leggen — ze ruiken spanning zoals katten onweer ruiken. Dus toen zijn papa in het ziekenhuis lag, bleek dat kleine lijfje ineens een soort overbelast alarmsysteem. Niet luisteren, duwen, slaan, schoppen, bijten… Het leek op dwars gedrag, maar eigenlijk was het pure paniek in vermomming. Want hoe moet je als vijfjarige begrijpen dat iemand die altijd sterk is, nu ineens stil ligt en duidelijk pijn heeft?
Het was flink mis met zijn vader. Daarom moest hij een paar nachten in het ziekenhuis blijven. Zijn moeder heeft als een malle alle ballen omhoog proberen te houden. Drie kinderen die naar school moeten, bij vriendjes willen spelen, op sport zitten, én enorme zorgen om haar man… het maakte van haar een soort speedkoeriersdienst die ondertussen ook nog moest proberen zelf niet onderuit te gaan. Wat logisch is. Niemand wil zien hoe zijn of haar partner lijdt. Je wil het liefst alle pijn en verdriet van iedereen om je heen wegnemen. Dat is niet alleen karakter, dat hoort ook bij de levensfase waarin ze zit.
Misschien ken je het liedje van Herman van Veen wel: rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Zoiets dus. Al had ik op die leeftijd andere zorgen, ik herken het wel heel erg. Zorg vooral veel voor anderen, maar niet of nauwelijks voor jezelf. Een soort olympische discipline waar geen medaille voor bestaat.
Nu dat kleine mannetje.
Als je als buitenstaander naar hem had gekeken, had je gedacht: wat een vreselijk onuitstaanbaar kind. Maar dat is wat je ziet. Wat je niet ziet, is de storm die in dat kleine lijfje raast. En omdat hij het niet kan zeggen met woorden, zet hij het om in daden. Zijn niet luisteren zegt eigenlijk: ik snap dit niet. Zijn agressie: ik ben bang. En het dwarsliggen staat lijnrecht tegenover wat hij werkelijk wil: hou me vast.
Het is lastig om daar als volwassene doorheen te prikken, vooral omdat hij ook voelt dat jij als volwassene gestrest bent. Die glimlach die volwassenen kunnen opzetten is eigenlijk hetzelfde gedrag in een andere vorm. We proberen ons groot en sterk te houden, maar zo’n kleine heeft voelsprieten op plekken waar wij alleen maar van kunnen dromen. Die prikt daar zo doorheen. En als wij het al niet ‘together’ kunnen houden, hoe moet hij dat dan wel?
In zo’n week wordt stress een soort onzichtbare rook die door alle kamers trekt. De vader die pijn heeft, de moeder die rent tot ze bijna omvalt, de kinderen die voelen wat niemand zegt. En het kleinste lijfje vangt het meeste op. Niet omdat hij zwak is, maar omdat hij nog geen filters heeft. Geen “het komt wel goed”, geen “even doorbijten”, geen “ik moet sterk zijn voor de anderen”.
En ergens besefte ik dat hij niet de uitzondering was, maar de spiegel. Dat wij grote mensen precies hetzelfde doen, alleen stiller en netter verpakt. Wij analyseren gevoelens, praten erover, rationaliseren ze tot ze hanteerbaar lijken. Maar diep vanbinnen doen we hetzelfde als hij: we duwen, we trekken, we bijten ons vast in dingen die we niet kunnen veranderen. Alleen noemen wij het “drukte”, “verantwoordelijkheid” of “even doorzetten”.
Zijn gedrag is de echo van een gezin dat op zijn tenen loopt. Een kleine seismograaf die laat zien wat er onder de oppervlakte trilt. En misschien is dat wel het pijnlijkste én het mooiste tegelijk: dat een vijfjarige soms beter laat zien hoe het echt gaat dan alle volwassenen bij elkaar.
Ergens vind ik het wel grappig — en een beetje confronterend — dat wij grote mensen gevoelens zo goed kunnen analyseren bij kinderen, maar het zelf vaak niet eens kunnen uitspreken. Misschien was dat wel het eerlijkste moment van die dag: een vijfjarige die niet deed alsof hij dapper was, en een volwassene die pas later durfde toe te geven dat zij dat ook niet was.
Blijf zacht en probeer ook eens te kijken door de ogen van een kind

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: