We kregen eindelijk groen licht van de huisarts: niet meer besmettelijk. Dus gingen we gisteren naar mijn moeder.
Mijn moeder, inmiddels negentig. Het lopen gaat alleen nog met de rollator, haar ogen laten haar soms in de steek — maar haar koppie, dat is nog zo helder als de ochtendzon in haar tuintje. Ze geniet nog elke dag van wat de dag haar brengt. Vooral de zomer. Dan zit ze al vroeg buiten, tussen de geuren en kleuren die ze niet allemaal meer scherp ziet, maar nog wel volledig beleeft.
Dit moet overigens even gezegd… mijn zus en haar maatje verdienen een pluim met een gouden rand. Zij houden die tuin draaiende, elke dag weer. Mijn zus doet de boodschappen, het schoonmaken, het koken, de tuin. Haar maatje fixt alles wat los en vast zit. Zonneschermen, hordeur, noem maar op. Zonder die twee zou mijn moeder echt verloren zijn. En dat terwijl ze zelf ook niet meer de jongsten zijn. Chapeau! Maar goed — terug naar mijn moeder.
Mijn moeder. De mater familias. De koningin van onze familie.
We zaten samen in haar tuintje te kletsen toen manlief ineens zei: “Kijk… wat daar vliegt.”
En daar was ze. De koninginnepage. Ze streek heel even neer op de vlinderstruik, alsof ze alleen maar wilde zeggen: “Ik ben er.”
Wie ons kent weet dat we dan allemaal euforisch worden. Vlinders vinden we altijd mooi, maar de koninginnepage… dat is het summum. De vorstin onder de vlinders.
En terwijl ik daar zat, naast mijn moeder, besefte ik ineens: die koninginnepage, dat is mijn moeder.
Kwetsbaar en sterk tegelijk. Niet meer zo snel, niet meer zo scherp, maar nog steeds een koningin die haar tuin, haar leven, haar familie om zich heen heeft. Een vorstin die, net als die vlinder, nog steeds schoonheid brengt door simpelweg te bestaan.
De koninginnepage vloog verder, maar haar boodschap bleef: er is nog zoveel om van te genieten.
Blijf zacht

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: