Wanneer we echt zouden luisteren

Soms lees je een verhaal dat je niet zomaar naast je neer kunt leggen. Een verhaal dat je dwingt om even stil te staan, je blik te kantelen, te voelen wat je misschien liever niet voelt. Niet om iemand gelijk te geven. Niet om iemand ongelijk te geven. Maar om te laten zien hoe verschillend angst kan voelen — en hoe menselijkheid er, ondanks alles, toch altijd tussendoor probeert te glippen. Misschien begint begrip wel precies daar: bij het durven luisteren naar verhalen die niet de jouwe zijn.

Ik las een verhaal over een sterke vrouw die als klein meisje met haar familie moest vluchten uit Syrië en nu in Nederland een leven heeft opgebouwd. Het intrigeerde mij. Ik probeer me namelijk altijd voor te stellen hoe ik in zo’n situatie zou handelen of me zou voelen.

Probeer je dit eens voor te stellen:  

Je bent elf. Buiten spelen met je vriendjes en vriendinnetjes doe je het liefst. Je ziet en hoort ze wel. In de verte. Daar ginds aan de horizon. Soms gaan de knallen uren door en de lichtflitsen en de rook zijn van verre goed te zien. Je ruikt het ook. Een vieze geur van verbranding en kruit dringt je neus binnen. Maar inmiddels weet je niet beter. Het duurt al zo lang.

Dan, midden in de nacht, schrik je wakker. Een harde knal in de tuin. En nog één in de straat. Je ouders rennen je slaapkamer binnen, nog in hun nachtkleding.  

“Kom,” roept je vader, “we moeten weg! NU.”  

En daar loop je dan met je ouders en je zusje en broertje. Midden in de nacht, in je pyjama. Chaos overal. Huilende en gewonde mensen. Soms zelfs doden. Kapotte huizen. Brand, verwoesting, stank, angst, verwarring, zorgen.

Dagen hebben jij en je familie moeten lopen. Slapen deed je in de berm, het liefst ergens verscholen. Nergens voelde veilig. Totdat je eindelijk aankwam waar je geholpen werd. Je moest naar een ander land. Waar de mensen er anders uitzien. Anders praten. Andere gewoontes hebben.  

Alsof je een tachtigjarige Tukker plots in een Chinees dorp zou zetten met de woorden: hier, dit zijn nu jouw mensen, zoek het maar uit.

Dan word je naar een opvang gebracht in dat verre vreemde land, met die vreemde mensen en die vreemde taal. Maar daar zijn mensen niet blij met jullie komst. Ze staan te roepen en te schreeuwen bij de poort en je wordt weer bang.  

Waarom doen die mensen dat?  

Waarom moet alles kapot?  

Wat hebben wij gedaan dat zo vreselijk is?

Dan nu dit: 

Je bent moeder van een dochter van net vijftien. Elke dag komt ze huilend thuis van school. Ze moet namelijk op de fiets een stukje bos door om daar te komen. En halverwege dat bospad staat een bankje. Op dat bankje zitten steevast elke dag een stel jonge mannen. Ze wonen in een vluchtelingenopvang in de buurt.

Elke vrouw die langsfietst wordt nageroepen, gerend, betast, uitgescholden. Elke dag staat je dochter doodsangsten uit. Ze wil niet meer naar school. En als ze op een dag niet op de afgesproken tijd thuiskomt, gaan bij jou direct de alarmbellen af.

In paniek sjees je de route af die ze normaal gesproken zou moeten fietsen. Geen dochter. Je hart bonkt ondertussen zo hard dat het je borstkas uit lijkt te komen. Je hebt het al zo vaak gehoord en gelezen in het nieuws: verkracht en vermoord zijn er een paar.  

Dat zal jouw meisje toch niet zijn overkomen hè?

Je snelt weer naar huis. Aangifte doen. De politie bellen. Dat moet je nu doen. Paniek, angst, verwarring.  

Waarom doen ze dit?

Elke medaille heeft twee kanten. 

De mannen op het bankje zijn ‘veiligelanders’. Zo noemen ze dat. Ze zijn hun land niet uitgevlucht omdat het daar gevaarlijk is, maar omdat ze denken het hier beter te krijgen dan in hun thuisland. Sommigen hebben al een criminele achtergrond. Anderen vervallen hier in criminaliteit omdat ze domweg geen toekomstperspectief hebben. Er zijn er ook bij die zo ernstig getraumatiseerd zijn dat hulp eigenlijk direct nodig is. Maar die vinden ze hier niet. Er zijn er te veel. En er zijn te weinig mensen die zich er echt om bekommeren.

Ik begrijp uit sommige berichten dat de politiek maar één weg ziet, en dat is de weg het land uit. Oké… die snap ik tot op zekere hoogte. Veiligelanders die hier alleen komen om voor problemen te zorgen of om justitie in eigen land te ontlopen, mogen wat mij betreft ook enkele reis terug.

Maar je kunt niet al die mensen over één kam scheren. De meesten van hen hebben vreselijke dingen gezien en meegemaakt. Zij hebben huis en haard achter moeten laten. Familie en vrienden nog steeds vast in de ellende. Of nog erger: vermist of dood. Angst en onzekerheid overheersen.

Wonen wij niet in een land dat elk jaar opnieuw een oorlog herdenkt, waarin ook velen moesten vluchten of — nog erger — zijn vermoord?

Zouden juist wij niet meer begrip moeten hebben voor de vluchteling in het algemeen?

Misschien is dat wel het enige wat ik zeker weet: dat ik de wijsheid niet in pacht heb.  

Ik zie alleen mensen. Mensen die bang zijn, mensen die vluchten, mensen die fouten maken, mensen die beschermen wat ze liefhebben.

En ergens hoop ik dat we ooit leren om elkaar iets minder vanuit angst en iets meer vanuit begrip te bekijken. Dat we niet meteen roepen, maar eerst luisteren.

Want als we dat zouden doen — echt luisteren — dan zou er misschien een beetje minder haat en een beetje meer menselijkheid overblijven.  

En dat lijkt me voor iedereen een heel goed begin.



Blijf zacht voor elkaar


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier een berichtje achter: