Ik plaatste vanmorgen een blog over geen vriendin zijn of willen zijn. Over hoe een luisterend oor soms het meest waardevolle is wat je kunt geven. Maar nu ik herstellende ben van een longontsteking merk ik dat zelfs mijn luisterend oor op de pauzeknop is gegaan. Niet uit onwil, maar omdat mijn lijf simpelweg even geen ruimte heeft voor de wereld buiten mijzelf.
Het valt me zwaarder dan ik dacht. De antibiotica heeft uitstekend haar werk gedaan: het hoesten is minder, en veel minder intensief. Maar wat die longontsteking verder met mijn lijf heeft gedaan, is meer dan ik had voorzien. Mijn benen voelen als blubber — als ik ze al voel. De trap oplopen lijkt op het beklimmen van de Mount Everest. Niet dat ik dat ooit heb gedaan, of de ambitie voel om dat te doen, maar ik kan me er een voorstelling van maken. Het soort inspanning waarbij je halverwege denkt: dit gaat me nooit lukken, en toch zet je nog één stap.
Na vragen aan ervaringsdeskundigen ben ik erachter gekomen dat dit nog heel lang kan duren. Zelfs wanneer je longen al maanden hersteld zijn, kun je nog last hebben van de naweeën. Dat idee moet ik even laten bezinken. Natuurlijk ken ik vermoeidheid door de fibromyalgie, maar dit is van een totaal ander level. Dit is vermoeidheid die niet alleen in je spieren zit, maar in je botten, je adem, je gedachten. Elke stap, elke beweging moet ik afwegen: kan mijn lijf dit nu aan, of kan ik beter nog even rusten?
En daar zit meteen de worsteling. Ik ben iemand van het positieve — niet te snel bij de pakken neerzitten, altijd kijken wat er wél kan. Maar als je na het ophangen van een wasje al het gevoel hebt dat je de Rotterdamse marathon hebt gelopen, is dat niet makkelijk. Er blijft weinig over voor iets anders. De dag wordt een reeks kleine keuzes: dit wel, dat niet, nu even zitten, straks misschien weer proberen.
Toch merk ik dat er, ergens onder die blubberbenen en die vermoeide adem, een soort koppige hoop zit. Een stemmetje dat zegt: je hoeft niet alles, maar je kunt altijd iets. En dat iets is vandaag misschien alleen een kop thee zetten, of een paar zinnen schrijven, of simpelweg erkennen dat mijn lijf om rust vraagt. Dat is geen opgeven. Dat is luisteren — dit keer niet naar een ander, maar naar mezelf.
Dus ja, ik moet opnieuw pas op de plaats maken. Niet omdat ik wil, maar omdat mijn lijf het nodig heeft. En toch ga ik niet bij de pakken neerzitten. Ik beweeg mee, ik vertraag, ik kies zorgvuldig. En ik vertrouw erop dat elke kleine stap, hoe wankel ook, uiteindelijk weer leidt naar een dag waarop mijn luisterend oor niet meer op de pauzeknop staat, maar zachtjes zegt: ik ben er weer.
Blijf zacht, vooral voor jezelf.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: