Meestal als ik in de stad loop, doe ik dat met een doel. Dan ben ik zo’n efficiënt mens die van A naar B gaat zonder onderweg ook maar één dakpan te groeten. Maar soms — en dat zijn de betere dagen — slenter ik. Dan kijk ik etalages, ruik de koffie op de terrasjes en vallen details me ineens op: een oud uithangbord, een gevelsteen, een dakkapel dat al eeuwenlang zijn best doet om charmant te blijven. Dat soort dingen maken een oude binnenstad bijzonder.
De Roggestraat is zo’n straat. Vraag een gemiddelde Doesburger waar hij ligt, en iedereen wijst hem zo aan. Maar vraag of ze weleens omhoog kijken… dan blijft het ineens stil. Terwijl juist daar de mooiste verhalen hangen: sierlijsten, glas-in-lood, consoles, frontons. Huizen waarin vroeger zoveel aandacht werd gestoken dat je bijna zou denken dat ze niets anders te doen hadden.
Er was een historische markt in de stad. We dachten dat onze kleinzoon dat wel leuk zou vinden, maar al snel kwam het woord saai naar boven. Eerlijk gezegd: ik snap hem volkomen. De kraampjes zijn elk jaar hetzelfde. Je kunt bijna voorspellen welk kraampje waar staat. En dan die hapjes… je koopt ze alleen omdat slenteren hongerig maakt, niet omdat je denkt: goh, laat ik mezelf eens culinair verwennen met deze lauwe deegbal van zeven euro vijftig.
Terwijl hij zich verveelde, dwaalden mijn ogen omhoog. Weg van de kraampjes, weg van de drukte, naar de gevels die al eeuwenlang hetzelfde geduldige verhaal vertellen. Zo kwamen we in de Roggestraat. Een straat vol prachtige oude panden, liefdevol opgeknapt. Overal planten, bankjes, uithangborden die vertellen wat er vroeger achter die gevels gebeurde.
En toen zag ik haar weer zitten. Het bronzen beeldje dat me eerder al was opgevallen. Ze zat daar alsof ze al eeuwenlang op me wachtte, maar wel met de rust van iemand die weet dat ik toch wel een keer omhoog zou kijken.
Ik vroeg me af: waarom zit ze daar? Wie heeft haar gemaakt? Wat moet ze voorstellen? En vooral: waarom precies hier?
En dan is social media natuurlijk fantastisch. Omdat ik niet goed wist waar ik zoeken moest gooide ik een vraag aan de echte Doesburgers op social media. Daar leerde ik dat de maker van het beeldje de heer P. Snijders is. Een lokale kunstenaar die naar verluid nog meer mooi werk door Doesburg heeft staan. Het is een bronzen beeldje en moet Maria met kind voorstellen. En dat het beeldje waarschijnlijk verwijst naar het weduwenhuis dat hier vroeger stond.
Weduwen kwamen daar terecht omdat ze zonder man nauwelijks konden rondkomen. Geen inkomen, geen status, geen zelfstandigheid. Het was een tijd waarin je als vrouw vooral niet te veel moest willen.
En precies dáár wordt het ironisch.
Op plekken waar vrouwen zelf nauwelijks als volwaardig werden gezien, plaatste men beelden van de meest verheven vrouw die men kende. Een heilige vrouw als symbool, terwijl de echte vrouwen ter plekke werden gemarginaliseerd.
Dat noemen ze compensatoire verering: vrouwelijkheid vereren zolang het maar geen macht heeft. Maria als moreel model — gehoorzaam, zorgend, kuis.
Het beeld zegt eigenlijk: Vrouwelijkheid is heilig, maar die van jullie niet.
Dat is best akelig als je erover nadenkt. Een soort historische variant van: “We vinden vrouwen prachtig, hoor… zolang ze maar stil zijn, lief glimlachen en geen vragen stellen.”
Maar toch — en dat is dan weer het mooie van mens-zijn — kan iets tegelijkertijd prachtig en problematisch zijn.
Want ik vind het beeldje nog steeds ontroerend mooi. Het zit daar zo rustig, zo zacht, zo zorgvuldig gemaakt. Het maakt me nieuwsgierig naar meer werk van deze kunstenaar. En het herinnert me eraan waarom de Roggestraat één van mijn favoriete straatjes van Doesburg blijft: omdat je er altijd iets ziet dat je eerder niet zag.
Je hoeft alleen maar even omhoog te kijken.
Blijf zacht

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat hier een berichtje achter: